thuismetsijtze.reismee.nl

Naar Italië En Terug. De laatste dagen.

We rijden meer dan een uur over een weggetje door een bos, een hert steekt over, verder niets, weinig verkeer, heerlijk om zo de dag te beginnen. We stoppen in een klein dorpje bij een bakkerszaak waar stoelen en tafels buiten staan, Jolle tracteert ons op capucinno met iets lekkers. Verder, dat is onderweg zijn, ik heb tijd genoeg om er over na te denken, elke dag in pakken, rijden, stoppen en de tent opzetten, uitpakken, koken, praten of lezen, op tijd naar bed, heerlijk. Het is de eenvoud van onderweg zijn waar ik van houd, elke dag hetzelfde, elke dag rijden we door een ander gebied, alles is mooi als je er oog voor hebt, hoge bergen met sneeuw, dwars door een grote stad, bloemen langs de weg waarvan ik de namen niet ken, prachtige huizen, vervallen schuren, leegstaande dorpjes, vriendelijke mensen die ons de weg wijzen. Overal is het anders en ook weer gelijk, mensen lopen met een telefoon, bellen onderweg, maaien het gras, werken, op en langs de weg liggen dode dieren, teveel om op te noemen, heel veel kruisen met namen erop in bochten, bloemen aan de vangrails, de doden worden herdacht maar komen niet terug, Jolle brengt ons veilig terug naar onze geliefden, we rijden rustig door het drukke verkeer.

We verlaten het bos, wat wordt er veel verbouwd, graan, maïs,  bieten, enorme velden met druiven, bij Bingen gaan we met een pontje over de Rijn, kastelen, kerken, ruïnes aan twee kanten van de rivier, boten ploegen tegen de stroom in of varen gemakkelijk met de stroom mee.

Wat is onderweg zijn; reizen van A naar B, weggaan om weer thuis te komen, op zoek naar nieuwe wegen of iets spiritueels, je zelf ontdekken terwijl je motor rijdt,  onthaasten, dat soort dingen. 

Onderweg zijn is elke dag opstaan, ontbijten, inpakken, verder rijden, zien waar je uitkomt, genieten van het eenvoudige bestaan, je neemt niet meer mee dan er op de motor past, vaak is dat nog teveel, neem uw bed op en wandel.

Onderweg over kleine wegen, rustig rijdend, als we verkeerd gaan draaien we om of kijken op de kaart hoe we verder kunnen, geen haast, elke weg heeft veel zijwegen. We mijden de snelwegen zo veel mogelijk, daar verdwalen we, het is een keuze of zijn we hopeloos ouderwets om zonder navigatie op pad te gaan. 

Een andere keuze is de snelweg van Ik, een weg waar je over heen raast, het doel staat vast, zijwegen zijn niet interessant,  geen twijfel over de route, je hebt geen tijd om om je heen je kijken, het is jouw weg, alleen, misschien wil er iemand een tijdje met je mee tot het te vermoeiend wordt.

Een metafoor voor het leven, we zijn onderweg, ieder op zijn/haar manier, snelweg of bij weg, het één is niet persé beter als het andere, kies je eigen weg.

We komen op een camping waar ons een plaats wordt aangemeten, ordnung muss sein, we zijn in Duitsland, ik word er altijd een beetje opstandig van, twee oude mannen die de camping beheren.

Het laatste stuk onderweg, rijden op een motor blijft de beste manier om te reizen, we stoppen voor koffie met een gebakje in de vorm van de Duitse vlag, voetbal. We belanden op een camping met meer dan 4000 vaste plekken, we hebben een mooi plaatsje tot er op eens een horde Duitsers bezit neemt van ons mooie veldje, ze blijven luidruchtig of zijn Nederlanders dat ook in het buitenland? Een hoop geloop s nachts naar de wc zorgt voor een onrustige nacht. De koffie is op.

Op de camping bij Haselunne is niets veranderd, onze ouders zwerven er nog altijd rond, fijn om daar te zijn, dat is ook onderweg, onderweg naar samen, we praten, eten, drinken en slapen.

We zijn altijd onderweg, Ieder op zijn of haar eigen wijze.

Een prachtige reis over hoge bergen en dalen, twee weken is lang genoeg om onderweg te zijn, samen te zijn, te praten, rijden zonder woorden, een blik is genoeg, een handgebaar, morgen mis ik het opstaan, de broodjes die worden gesmeerd en koffie.

Jolle bedankt voor het samen onderweg zijn, kus.

Naar Italië En Terug. Dag 13 & 14.

Verhaal geschreven, verdwenen, dat staat nu ergens in de lucht, het ging over onderweg zijn, zondag ben ik weer thuis, dan een nieuwe poging.

Naar Italië En Terug. Dag 12.

Gelukkig is het vanmorgen droog, heerlijk is de eerste kop koffie. We verlaten de camping zonder te betalen, er is niemand.

De weg gaat snel omhoog, het Zwarte Woud, het is koud, nog geen 10 graden, beetje nevelig, geen warme kleren aangetrokken en mijn handschoenen zijn nog een beetje nat, afzien, wel mooi hier. De vrouw van het benzinestation vertelt dat het daar al weken koud en nat weer is, gelukkig blijft het droog. We rijden een heel stuk over de schwarzwalder hochstrasse mooi, maar koud, richting baden-baden verder naar het noorden. Weer een stuk door Frankrijk om verderop weer op de route in Duitsland te komen, vreemd om in frankrijk plaatsen met een Duitse naam te zien, we zitten in de Elzass,  vroeger was het dan weer Duits dan weer Frans. Na een mooie weg door een bos, zien we een camping, stoppen, de dag is lang genoeg geweest. Buiten zitten eten en lezen, we horen alleen maar vogels.

Naar Italië En Terug. Dag 11.

Het is droog, we rijden vanaf de camping door het groene glooiende land, af en toe gaan we omhoog, reizen op de motor blijft prachtig, je maakt alles mee, het weer, de geuren en de kleuren om je heen. Er liggen stapels hout bij bedrijven, planken en balken in alle maten, bij de huizen is het hout voor komende winter alweer netjes opgestapeld. Bij Thun raak ik Jolle even kwijt in de drukke binnenstad,  maar door logisch nadenken (niet mijn sterkste kant) vind ik hem even later terug, hij stond al te wachten, we raken de weg ook kwijt, maar daar hebben we een kaart voor, dat is meestal snel opgelost.

Hoe noordelijker we in Zwitserland komen, hoe drukker het wordt, de huizen zijn hier van steen, meer industrie en veel meer wegen. We gaan richting Duitsland, vlak over de grens bij Tiengen vinden we een camping, er is niemand, dan zelf maar een plekje gezocht. Boodschappen bij de Lidl en naar de bank, we kunnen er weer tegen. Om half negen begint het te regenen, we gaan onder een afdakje zitten, het regent bijna de hele nacht, wij liggen droog in de tent, lekker warm in de slaapzak.

Naar Italië En Terug. Dag 10.

Een sputtertje bij het opstaan, we konden buiten ontbijten alles droog inpakken, toen we om negen uur de camping aftreden begon het te regenen, het werd droog toen we om drie uur in Zwitserland op een andere camping stopten, zes uur in de regen, dan word je wel nat en koud.

We rijden terug naar Aosta om vandaar uit de weg naar de grote St. Bernard pas in te slaan, niet door de tunnel. Langzaam gaat de weg omhoog, het is niet druk, als er auto's achter ons rijden gaan we even aan de kant om ze te laten passeren, dat rijdt een stuk rustiger door alle bochten, we zijn onderhand wel wat gewend, maar in de regen is het toch oppassen. Hoe hoger we komen hoe meer sneeuw langs de weg, twee, drie meter hoog, het wordt kouder, het gaat harder regenen, af en toe een flard mist, boven is een restaurant waar we capucinno drinken en een beetje warm worden, droog niet, want buiten blijft het regenen, zacht dan weer hard. Het zicht neemt af tot minder dan vijftig meter als we weer opstappen, voorzichtig naar beneden, na vijf minuten wordt het zicht beter, de omgeving is prachtig, overal water, het stroomt ook over de weg, keep your eyes on the road tor hands upon the Wheel, liedjes schieten door mijn hoofd, het leidt me een beetje af van de kou en de regen, mijn handschoenen zijn niet meer waterdicht en heel langzaam komt er een beetje vocht door mijn jas. Even dreigt het op te klaren, helaas, verder, bij een pompstation vragen we de weg, de man rijdt een stuk voor ons aan om ons naar de goede weg te brengen, dank je wel. We stoppen bij een restaurant, we bestellen een burger met frites, heerlijk zo krijg je ze bij Mcdonalds niet, beetje aan de prijs, het is vacantie. We zien een camping maar besluiten door te rijden naar Gstaad en Saanen,  het begint harder te regenen, niet echt leuk meer, of zullen we een hut nemen? We zien een camping, slaan af, in de verte hele stukken blauw, even later breekt de zon door, we laten ons verwarmen, alle natte spullen op een lijntje, de tent staat, luchtbed en slaapzak liggen klaar. We zitten een uurtje in de zon, even bijkomen.

We hebben nog een biertje in de koffer, straks lopen we naar het dorp.


Naar Italië En Terug. Dag 9.

Rustig opstaan, een roerei bij het ontbijt, het is zondag, inpakken en terug over de col de Cenis, dat is geen straf, het is nog vroeg, weinig volk op de weg, nog een keer genieten van de bergweg, één helling is geel, volgens mij speenkruid, aan de andere kant, witte of lichtgele bloempjes  met een kelk, edelweis?, ik moet denken aan Heidi en Peter die bij opa wonen, de geitjes Zwaantje en Beertje, zoals we onze bokjes noemden, aan de kinderen toen ze opgroeiden, wat gaat er soms veel door je hoofd. Opeens een hek over de weg met een politieauto ernaast, we mogen niet verder, we worden een heel klein weggetje opgestuurd, er kan net een auto rijden, een slecht wegdek en de scherptste haarspeldbochten tot nu toe, ook nog tegenliggers dat maakt het extra spannend, naast de weg is de diepte, daar moet je niet zijn. Via deze omweg komen we weer terug op de route naar Turijn, waar we dwars doorheen rijden, net alsof we daar bekend zijn. Het is warm, dertig graden, boven de cilinders wel 45 graden volgens mij, ik drijf mijn pak uit, rustig aan, we volgen de weg, halen in, slaan af waar het niet mag, een paar keer door oranje anders ben ik Jolle weer kwijt, de grote stad. De lucht is vies, bij een park walmt het, ze zijn aan het bbq en. Ook de weg naar Aosta vinden we als vanzelfsprekend, we stoppen bij een benzinestation om te eten, er is niemand maar wel een tafel en een bankje, de rest hebben we zelf.

Er zijn niet zoveel motorrijders als vorige week, de meesten hebben haast, tenminste ze rijden hard, moderne ridders op hun ijzeren rossen, een harnas van leer, helmen op, het vizier naar beneden, zo trekken ze ten strijde om de bergen zo snel mogelijk te bedwingen. Ik voel me een beetje Don Quichotte op zijn oude paardje, vechten tegen windmolens doe ik niet (meer), maar ik kom er wel, rustig aan, het leven gaat al snel genoeg.

Na Turijn rijden we door een heuvel landschap naar Aosta, nog een flink stuk, het blijft warm, vermoeiend. Jolle had een camping bij een kasteel uitgezocht, maar we slaan eerder af, het is mooi geweest, rust, we eten paella.


Naar Italië En Terug. Dag 8.

Vanmorgen hoorden we al op tijd motoren die de richting van col de la Bonette opgingen, het is zaterdag, alle tijd voor een prachtige rit, de buurvrouw op de camping vroeg of we de berg nog eens op gingen, nee, we gaan de andere kant op. Bij de plaatselijke supermarkt twee stokbroden gehaald voor het ontbijt. Vandaag richting col de Vars, we zijn nog niet onderweg of er wordt al hard getoeterd, we gaan niet hard genoeg, een boze Fransman haalt ons in, even later rijden we allemaal langzaam achter een trekker met een kar vol koeien aan, haast heeft niet altijd zin. Dat gaat tijdens de beklimming van de col door mijn hoofd, moeten we onze snelheid aanpassen aan anderen, geen kaart meer maar een TomTom, fototoestel inleveren voor een moderne telefoon, meegaan met de vooruitgang, soms voel ik me een dinosaurus, iemand die in vroeger is blijven hangen. 

Een prachtige beklimming, wat is het hier indrukwekkend mooi, rotsen, bomen, we rijden door de sneeuw, water komt aan alle kanten naar beneden, haarspeldbochten brengen ons snel naar boven, het uitzicht is betoverend, overal hoge bergen met sneeuw. We rijden naar Briancon, voor de verandering een recht stuk weg, ik schakel door naar vijf, dat is de laatste dagen weinig gebeurd. 

Ik maak dankbaar gebruik van de moderne technische middelen, op mijn manier en niet veel, ik vind mijn weg er in en als ik het niet weet dan vraag ik het. 

We gaan naar Italië,  op de grens staat politie, we mogen door, we komen door tunnels, opeens staan we op een tolweg voor de slagboom, we drukken op een knop, krijgen geen kaartje, dan er maar om heen, dat kan met een motor. Een kop koffie om bij te komen en te kijken waar we zijn, op de snelweg naar Turijn, de richting is goed, de weg niet. We nemen de afslag naar Suza, rijden nog een stukje verkeerd, draaien om voor de beklimming van de col de Cenis in Frankrijk, meer dan 2000 meter hoog, veel sneeuw en bochten, weinig verkeer, mooi weer, we kunnen alle kanten op kijken. Als we over de top zijn zie ik heel veel bloeiende krokussen, blauwe druifjes, het is lente in de bergen. 

Het is geen onwil, het interesseert me alleen niet zoveel, ik draai graag platen, lees boeken van papier, net als de krant, ik kan het op mijn tablet, handig als het donker is zoals in een tent, maar gelukkig heb ik een zaklantaarn mee.

De col de l'Izeran is gesloten, er ligt teveel sneeuw, we zoeken een camping op, instaleren ons, doen boodschappen bij de Spar, eten hutspot met spekjes. Jolle zoekt een alternatieve route om weer op de goede weg te komen, richting Turijn morgen, misschien er wel door heen, geen snelweg en geen TomTom, we houden onze manier van reizen stug vol, maar we weten dat er andere mogelijkheden zijn.

Nu zitten we in een soort huiskamer op de camping, voetbal op tv, wij zitten te lezen.

Het gaat helemaal goed.

Naar Italië En Terug. Dag 7.

We gaan op weg naar de bergen, het begint een beetje te miezeren.  Jolle is niet alleen reisleider, hij geeft ook kledingadviezen, is weerman en geeft aanwijzingen voor het motorrijden. Het wordt koud en regenachtig vandaag, warme kleren aan, gelukkig volg ik zijn raad op. De ene haarspeldbocht naar de andere volgt, omhoog over slechte weggetjes, een muurtje van twee stenen hoog, soms één of er is niets, moet ons tegenhouden als we uit de bocht vliegen, daarnaast gaat het honderden meters naar beneden, geen prettig vooruitzicht. Het is rustig, het regent een beetje, uitkijken voor stukken rots op de weg, de bomen zijn hier nog frisgroen, de berm is gekleurd in roze, paars en geel, veel bloeiende brem. We rijden over de col de Turini, 1500 meter, drinken koffie in een klein dorpje, waarna het droog wordt. De weg naar Isolda is vlakker, even rust, daar eten we een pizza voordat we op weg gaan naar de col de la Bonette, 2802 meter hoog. In het begin gaat het geleidelijk omhoog, de bochten worden haakser,  er is geen afrastering langs de weg, het gaat beginnen, het sputtert licht, bomen maken plaats voor gras en rotsen, scherpe bochten vlak na elkaar, de weg stijgt snel. Om ons heen zien we steeds meer sneeuw, flarden mist, water komt overal van de bergen af, het wordt een stuk kouder, als ik naar beneden kijk word ik duizelig zo diep is het. Let op de weg, nu tussen pakken sneeuw van meer dan twee meter hoog, het begint harder te regenen, slecht zicht, stenen op de weg. Her laatste stuk is iets minder steil, wel koud. Op de top kunnen we niet verder, vroeger kon je doorrijden naar een uitkijkpunt, dat is nu te gevaarlijk, er zijn stukken van afgebrokkeld. De weg naar beneden is een stuk rustiger, overzichtelijker en minder steil, we rijden naar Jausiers waar we nu op de camping staan.

Een prachtige dag, avontuur op de motor, heel veel haarspeldbochten, de oude motor rijdt als een zonnetje, loopt als een naaimachine, klinkt tevreden, het hoeft niet hard, we komen er wel. Af en toe een beetje olie erbij.