thuismetsijtze.reismee.nl

Naar Italië En Terug. Dag 10.

Een sputtertje bij het opstaan, we konden buiten ontbijten alles droog inpakken, toen we om negen uur de camping aftreden begon het te regenen, het werd droog toen we om drie uur in Zwitserland op een andere camping stopten, zes uur in de regen, dan word je wel nat en koud.

We rijden terug naar Aosta om vandaar uit de weg naar de grote St. Bernard pas in te slaan, niet door de tunnel. Langzaam gaat de weg omhoog, het is niet druk, als er auto's achter ons rijden gaan we even aan de kant om ze te laten passeren, dat rijdt een stuk rustiger door alle bochten, we zijn onderhand wel wat gewend, maar in de regen is het toch oppassen. Hoe hoger we komen hoe meer sneeuw langs de weg, twee, drie meter hoog, het wordt kouder, het gaat harder regenen, af en toe een flard mist, boven is een restaurant waar we capucinno drinken en een beetje warm worden, droog niet, want buiten blijft het regenen, zacht dan weer hard. Het zicht neemt af tot minder dan vijftig meter als we weer opstappen, voorzichtig naar beneden, na vijf minuten wordt het zicht beter, de omgeving is prachtig, overal water, het stroomt ook over de weg, keep your eyes on the road tor hands upon the Wheel, liedjes schieten door mijn hoofd, het leidt me een beetje af van de kou en de regen, mijn handschoenen zijn niet meer waterdicht en heel langzaam komt er een beetje vocht door mijn jas. Even dreigt het op te klaren, helaas, verder, bij een pompstation vragen we de weg, de man rijdt een stuk voor ons aan om ons naar de goede weg te brengen, dank je wel. We stoppen bij een restaurant, we bestellen een burger met frites, heerlijk zo krijg je ze bij Mcdonalds niet, beetje aan de prijs, het is vacantie. We zien een camping maar besluiten door te rijden naar Gstaad en Saanen, het begint harder te regenen, niet echt leuk meer, of zullen we een hut nemen? We zien een camping, slaan af, in de verte hele stukken blauw, even later breekt de zon door, we laten ons verwarmen, alle natte spullen op een lijntje, de tent staat, luchtbed en slaapzak liggen klaar. We zitten een uurtje in de zon, even bijkomen.

We hebben nog een biertje in de koffer, straks lopen we naar het dorp.


Naar Italië En Terug. Dag 9.

Rustig opstaan, een roerei bij het ontbijt, het is zondag, inpakken en terug over de col de Cenis, dat is geen straf, het is nog vroeg, weinig volk op de weg, nog een keer genieten van de bergweg, één helling is geel, volgens mij speenkruid, aan de andere kant, witte of lichtgele bloempjes met een kelk, edelweis?, ik moet denken aan Heidi en Peter die bij opa wonen, de geitjes Zwaantje en Beertje, zoals we onze bokjes noemden, aan de kinderen toen ze opgroeiden, wat gaat er soms veel door je hoofd. Opeens een hek over de weg met een politieauto ernaast, we mogen niet verder, we worden een heel klein weggetje opgestuurd, er kan net een auto rijden, een slecht wegdek en de scherptste haarspeldbochten tot nu toe, ook nog tegenliggers dat maakt het extra spannend, naast de weg is de diepte, daar moet je niet zijn. Via deze omweg komen we weer terug op de route naar Turijn, waar we dwars doorheen rijden, net alsof we daar bekend zijn. Het is warm, dertig graden, boven de cilinders wel 45 graden volgens mij, ik drijf mijn pak uit, rustig aan, we volgen de weg, halen in, slaan af waar het niet mag, een paar keer door oranje anders ben ik Jolle weer kwijt, de grote stad. De lucht is vies, bij een park walmt het, ze zijn aan het bbq en. Ook de weg naar Aosta vinden we als vanzelfsprekend, we stoppen bij een benzinestation om te eten, er is niemand maar wel een tafel en een bankje, de rest hebben we zelf.

Er zijn niet zoveel motorrijders als vorige week, de meesten hebben haast, tenminste ze rijden hard, moderne ridders op hun ijzeren rossen, een harnas van leer, helmen op, het vizier naar beneden, zo trekken ze ten strijde om de bergen zo snel mogelijk te bedwingen. Ik voel me een beetje Don Quichotte op zijn oude paardje, vechten tegen windmolens doe ik niet (meer), maar ik kom er wel, rustig aan, het leven gaat al snel genoeg.

Na Turijn rijden we door een heuvel landschap naar Aosta, nog een flink stuk, het blijft warm, vermoeiend. Jolle had een camping bij een kasteel uitgezocht, maar we slaan eerder af, het is mooi geweest, rust, we eten paella.


Naar Italië En Terug. Dag 8.

Vanmorgen hoorden we al op tijd motoren die de richting van col de la Bonette opgingen, het is zaterdag, alle tijd voor een prachtige rit, de buurvrouw op de camping vroeg of we de berg nog eens op gingen, nee, we gaan de andere kant op. Bij de plaatselijke supermarkt twee stokbroden gehaald voor het ontbijt. Vandaag richting col de Vars, we zijn nog niet onderweg of er wordt al hard getoeterd, we gaan niet hard genoeg, een boze Fransman haalt ons in, even later rijden we allemaal langzaam achter een trekker met een kar vol koeien aan, haast heeft niet altijd zin. Dat gaat tijdens de beklimming van de col door mijn hoofd, moeten we onze snelheid aanpassen aan anderen, geen kaart meer maar een TomTom, fototoestel inleveren voor een moderne telefoon, meegaan met de vooruitgang, soms voel ik me een dinosaurus, iemand die in vroeger is blijven hangen.

Een prachtige beklimming, wat is het hier indrukwekkend mooi, rotsen, bomen, we rijden door de sneeuw, water komt aan alle kanten naar beneden, haarspeldbochten brengen ons snel naar boven, het uitzicht is betoverend, overal hoge bergen met sneeuw. We rijden naar Briancon, voor de verandering een recht stuk weg, ik schakel door naar vijf, dat is de laatste dagen weinig gebeurd.

Ik maak dankbaar gebruik van de moderne technische middelen, op mijn manier en niet veel, ik vind mijn weg er in en als ik het niet weet dan vraag ik het.

We gaan naar Italië, op de grens staat politie, we mogen door, we komen door tunnels, opeens staan we op een tolweg voor de slagboom, we drukken op een knop, krijgen geen kaartje, dan er maar om heen, dat kan met een motor. Een kop koffie om bij te komen en te kijken waar we zijn, op de snelweg naar Turijn, de richting is goed, de weg niet. We nemen de afslag naar Suza, rijden nog een stukje verkeerd, draaien om voor de beklimming van de col de Cenis in Frankrijk, meer dan 2000 meter hoog, veel sneeuw en bochten, weinig verkeer, mooi weer, we kunnen alle kanten op kijken. Als we over de top zijn zie ik heel veel bloeiende krokussen, blauwe druifjes, het is lente in de bergen.

Het is geen onwil, het interesseert me alleen niet zoveel, ik draai graag platen, lees boeken van papier, net als de krant, ik kan het op mijn tablet, handig als het donker is zoals in een tent, maar gelukkig heb ik een zaklantaarn mee.

De col de l'Izeran is gesloten, er ligt teveel sneeuw, we zoeken een camping op, instaleren ons, doen boodschappen bij de Spar, eten hutspot met spekjes. Jolle zoekt een alternatieve route om weer op de goede weg te komen, richting Turijn morgen, misschien er wel door heen, geen snelweg en geen TomTom, we houden onze manier van reizen stug vol, maar we weten dat er andere mogelijkheden zijn.

Nu zitten we in een soort huiskamer op de camping, voetbal op tv, wij zitten te lezen.

Het gaat helemaal goed.

Naar Italië En Terug. Dag 7.

We gaan op weg naar de bergen, het begint een beetje te miezeren. Jolle is niet alleen reisleider, hij geeft ook kledingadviezen, is weerman en geeft aanwijzingen voor het motorrijden. Het wordt koud en regenachtig vandaag, warme kleren aan, gelukkig volg ik zijn raad op. De ene haarspeldbocht naar de andere volgt, omhoog over slechte weggetjes, een muurtje van twee stenen hoog, soms één of er is niets, moet ons tegenhouden als we uit de bocht vliegen, daarnaast gaat het honderden meters naar beneden, geen prettig vooruitzicht. Het is rustig, het regent een beetje, uitkijken voor stukken rots op de weg, de bomen zijn hier nog frisgroen, de berm is gekleurd in roze, paars en geel, veel bloeiende brem. We rijden over de col de Turini, 1500 meter, drinken koffie in een klein dorpje, waarna het droog wordt. De weg naar Isolda is vlakker, even rust, daar eten we een pizza voordat we op weg gaan naar de col de la Bonette, 2802 meter hoog. In het begin gaat het geleidelijk omhoog, de bochten worden haakser, er is geen afrastering langs de weg, het gaat beginnen, het sputtert licht, bomen maken plaats voor gras en rotsen, scherpe bochten vlak na elkaar, de weg stijgt snel. Om ons heen zien we steeds meer sneeuw, flarden mist, water komt overal van de bergen af, het wordt een stuk kouder, als ik naar beneden kijk word ik duizelig zo diep is het. Let op de weg, nu tussen pakken sneeuw van meer dan twee meter hoog, het begint harder te regenen, slecht zicht, stenen op de weg. Her laatste stuk is iets minder steil, wel koud. Op de top kunnen we niet verder, vroeger kon je doorrijden naar een uitkijkpunt, dat is nu te gevaarlijk, er zijn stukken van afgebrokkeld. De weg naar beneden is een stuk rustiger, overzichtelijker en minder steil, we rijden naar Jausiers waar we nu op de camping staan.

Een prachtige dag, avontuur op de motor, heel veel haarspeldbochten, de oude motor rijdt als een zonnetje, loopt als een naaimachine, klinkt tevreden, het hoeft niet hard, we komen er wel. Af en toe een beetje olie erbij.

Naar Italië En Terug. Dag 6.

Heerlijk geslapen in een twee persoons bed, een prachtige slaapkamer in een bijzonder ingericht huis, overal schilderijen, beeldjes, kasten en nog veel meer, over alles is nagedacht. Het ontbijt was echt fantastisch, een overvloed aan lekkere dingen, koffie werd gebracht, we hebben er lang over gedaan, heerlijk.

Gisteravond liepen we Dogliani in, eerst bij de triumph dealer naar binnen, daar stond de motor die broer Jan graag wil kopen, beetje duur, daarna op zoek naar een eettentje, niet te ver weg, stew met wijn uit Dogliani en groene salade. Onder het eten kwam het gesprek op het biergebruik van de familie Hielema, als we bij elkaar komen (familie weekeinde, motor weekeinde, kerst of zomaar), is het gewoon geworden dat er veel gedronken wordt, alsof het anders niet gezellig is. Zou dat anders kunnen?

We hoefden weinig in te pakken, afscheid nemen van de mannen en richting Cuneo, een mooie rechte weg, goed onderhouden in allerlei kleuren, genoeg om naar te kijken. Richting Frankrijk, door de tunnel van col de Tende, 8 haarspeldbochten omhoog, 15 minuten wachten want jet is een éénbaans tunnel, zo oud dat ik me een mijnwerker voel, slecht verlicht en vochtig. We zijn al snel bij Soepel waar we een rustige camping vinden, boodschappen doen, naar Menton om te tanken, mijn pasje doet het niet, weer terug over de bochtige weg, we gaan niet hard genoeg, getoeter van boze Fransen, gewoon rustig doorrijden, ik heb al genoeg kruisen, bloemen, petjes en sjaals aan de vangrails gezien, herinneringen aan overleden geliefden, daar hoeft niets van Jolle of mij bij. Koken, een biertje, lezen, dan slapen.

Naar Italië En Terug. Dag 5.

We hadden een broodje besteld, heerlijk ontbijten met cappuccino en een broodje mozzarella en heerlijke ham, nog een stuk mee voor onderweg, een goed begin.

We rijden vandaag naar Dogliani, het grootste stuk over de Via Aurelia, de oude weg die kronkelig langs de Middellandse Zee loopt, we komen door veel dorpjes, smalle wegen , kleine pleintjes, mooie Romaanse kerken, overal waar je kijkt is wel iets te zien. Het eerste stuk slingeren we naar de Zee toe, er is bijna geen recht stukje weg, wielrenners houden we niet bij in de afdaling. We rijden door dorpjes die we eerst honderden meters hoger zagen liggen, met haakspeldbochten zijn we zo boven, het rijden gaat al een soepeler en ontspannender, helemaal omdat er weinig verkeer op de weg is. We rijden even door de wolken, het wordt wat frisser, we komen bij de Zee, die we de komende uren steeds blijven zien.

We gaan dwars door Genua heen, we passen ons aan aan het verkeer, een beetje afsnijden, voordringen, over de dubbele streep, we moeten het hoofd bieden aan honderden scootertjes, we maken onszelf breed. We komen langs de grote haven waar veel cruiseschepen liggen, een enorme container opslag en door de oude stad. Verder naar Savonna, een wirwar van wegen, daar rijden we verkeerd, de weg vragen helpt niet echt, we nemen de tolweg naar Turijn. We rijden hoog boven de bomen, wegen lopen links en rechts door de bergen, uitzicht over het land is mooi. Zo betalen we ook nog mee voor het hoognodige onderhoud van de Italiaanse wegen, misschien helpt of het is een druppel op een gloeiende plaat. We komen weer op de goede weg, prachtig over een bergrug met uitzicht op alle twee kanten, groene velden, wijnranken, op weg naar Dogliani, dat we boven zien liggen en er langs een weg waarlangs de kruisweg staties staan, heen rijden. De ontvangst door Ricardo en Luigi was hartelijk met een prachtige kamer, goed geregeld Sarah en Jelmer, bedankt.

We gaan zo op weg naar de stad om iets te eten en rond te kijken.

Naar Italië En Terug. Dag 4.

Gisteren kwamen we onverwacht precies op de plek waar we zouden overnachten, ondanks het gezoek naar elkaar toch op de goede weg, wat een kaarsje al niet kan doen.

Vannacht wat gesputter op de tent, vanmorgen was het gelukkig droog, we hadden gevraagd of we konden ontbijten in het restaurant, om 10 uur, tijd genoeg om alles rustig aan in te pakken. Om kwart over tien was de deur open, een cappuccino en twee plakjes cake was ons ontbijt, we hebben erger meegemaakt. We vervolgden de prachtige weg van gisteren, de wegen werden smaller en slechter, we kwamen bijna niemand tegen, helemaal zoals we het willen, omhoog naar de passe de Radici, we slingerden en stuiteren naar boven. Een kop cappuccino en eigen gemaakte bosvruchtentaart, verder, naar beneden konden we een wielrenner bijhouden, dat vond ik al heel wat, het zegt genoeg over onze snelheid, alhoewel wielrenners soms harder dalen dan motoren. De hele weg bleef prachtig, veel bloemen kleurden de kanten van de weg, naar Alau. Van Alau naar La Spezia ook zonder snelweg gelukkig, we daalden snel naar beneden, tornante (haarspelbochten) werden slecht aangegeven, steeds een verrassing, maar we nemen de bochten soepel en steeds stijlvoller.

We hebben Pisa en Lucca overgeslagen, morgen over de kustweg onder Genua door, dan naar Dogliani.

Naar Italië En Terug. Dag 3.

Als iets nog nooit gebeurd is wil dat niet zeggen dat het ook zo blijft, misschien alleen in mijn hoofd, ik houd er geen rekening mee, ben er niet op voorbereid. We reden door Modena, goed op de route toen we de snelweg dreigden op te gaan, sloeg Jolle op het laatste moment rechtsaf. Ik miste de afslag, stond stil op de vluchtstrook, zag Jolle verder rijden, het eerste dat ik dacht was omkeren en terugrijden, een slecht idee op een drukke snelweg. Ik reed verder met de gedachte de eerste afslag te nemen en zo terug te rijden. Helaas van de ene snelweg kwam ik op een andere, na de  volgende afslag belandde ik bij een pompstation, ik heb Jolle gebeld, slecht te verstaan (ook weer zo'n gedachte van ik hoef geen nieuwe telefoon, als de nood aan de man komt is het toch wel prettig dat je verstaanbaar kan bellen en op kan zoeken waar je bent als je geen kaart hebt), ik wachtte een tijdje, reed naar een dorpje, belde de naam door, hoorde slecht waar Jolle was. Zo ging het even door, ik voelde een kind dat zijn ouders kwijt is in een groot winkelhuis, niet weet waar hij heen moet gaan. Uiteindelijk via sms de naam van de plaats en de weg gekregen, gevraagd aan een pompbediende welke kant ik op  moest, maar voorbij de plaats gereden waar Jolle stond, tot in San Antonio, wel aan de ss 12 en de goede kant op, Jolle kwam daar drie kwartier later tot mijn grote opluchting.

Daarna een camping op gezocht, gevraagd aan iemand, de 10 kilometer die het volgens hem was, bleken meer dan dertig, wel een schitterde smalle bergweg, op de camping de tent opgezet voor het echt donker werd en in het restaurant nog een biertje gedronken en bijpraat. Nog een biertje bij de tent en slapen.

De dag begon zoals die eindigde, vanuit de camping daalden we rustig af naar het Gardameer, we kwamen een Jezus beeld tegen waar iemand een bos bloemen tussen zijn benen had gestoken, alsof Hij niet genoeg te lijden had gehad. Ik zag een klein Maria beeldje in de stronk van een boom, twee dakpannen hielden haar droog.

De weg langs het Gardameer is een lange aaneenschakeling van hotels, camping, restaurants, watersportgelegenheden enzovoort, genoeg mogelijkheden om koffie te drinken. Er werd gebouwd op plekken waarvan ik dacht dat het niet kon, maar dat deden ze vroeger ook, ik zag kerken, torens, huizen eenzaam boven op eeen berg.Aan het einde van het Gardameer, verdwenen de bergen, de lucht in de verte kleurde zwart, we stopten even omdat Jolle zijn tegenbezoek aan moest trekken, even later begon de onweersbui met zachte druppels, steeds harder tot we geen hand voor de ogen konden zien, het begon hard te waaien, hagel zo groot als knikkers kwamen mee naar beneden, gelukkig konden we afslaan en schuilen onder een afdakje.

We reden verder naar Roverbella, waar we de motoren bij een kerkje parkeerden, binnen een paar kaarsjes aansteken, even Moeder Maria bedanken voor een behouden reis en een moment om aan onze geliefden te denken. Om de hoek aten we een schaal heerlijke pizza stukken, cappuccino, terwijl we aten werden allerlei schalen met lekker ijs in de vitrine gezet, ons toetje.

We reden over een vlakte richting Modena, kleine dorpjes met veel lege huizen, prachtige Romaanse kerkjes, veel ingestorte fabrieken , grote nieuwe complexen. Het graan werd al geoogst, we haalden een colonne combines in, de maïs is hier al een meter hoog, genoeg te zien onderweg.