Zere benen.
Vierteen dagen motorrijden, 200/250 kilometer per dag over kleine wegen betekent weinig beweging voor de benen, schakelen, meer niet, de rest van het lichaam doet ook niet zoveel, mijn hoofd moet goed opletten, om me heen kijken, in de spiegel en adequaat reageren als het nodig is, dat gaat allemaal vanzelf, motorrijden moet je veel doen, niet te hard daar zorgt Jolle voor.
Nu ik weer thuis ben, loop ik elke dag flinke stukken met de honden, mijn benen beginnen te protesteren, gewoon doorlopen, ook al regent het, ook met lopen heb je conditie nodig, het is zo weer terug en ik ontdek ook nog nieuwe weggetjes, een beetje spierpijn is wel gezond.
John Cougar Mellencamp speelt en zingt live, een cd opgenomen in 1980, prachtig.
Ik heb het boek bijna uit, het is spannend, geen idee hoe het verhaal zal eindigen, ik leg het even weg om het slot uit te stellen, lees nog een paar bladzijden, zo gaat dat een tijdje door tot het boek uit is.
En dan weer een nieuw boek!
Minestrone soep.
Vandaag gras gemaaid, beetje aanrommelen dat kan ik goed, heerlijk is het, de dag gaat langzaam voorbij, kersen geplukt.
Morgen minestrone soep maken volgens een oud Italiaans recept uit een kookboek dat ik op een rommelmarkt vond, ciabatta brood bakken. Dan naar Loppersum om samen te eten, de honden gaan ook mee.
Uren lopen.
Gisteren liep ik met de honden het grote rond, ik was tien minuten onderweg toen het begon te miezeren, af en toe een flinke bui, het gras langs de sloot is hoog en nat,er wordt steeds minder gemaaid, het gevolg was dat ik tot boven mijn knieën nat werd en geen jas aan, een nat pak.
Vandaag besloot ik door te lopen over de weg, een ander pad, twee weken reizen maakt me nieuwsgierig naar andere wegen, een paadje gaat het land in, er groeit koren, bieten, maïs, de aardappelvelden kleuren wit en paars, het is hier net zo mooi als ver weg, lopend zie ik meer dan op de motor. Twee weken motorrijden is weinig lichamelijk bewegen, dat merk ik nu, twee uur duurt de wandeling, ik kom uit op een bekende weg, groet de man waar ik mijn eieren koop, ze zijn hard aan het werk.
Ik voel mijn benen, vanavond nog een uur lopen rond Hellum, als ik dit nog een paar dagen volhoud dan loop ik straks weer als een kievit, die zijn zich aan het verzamelen om samen weg te trekken, de jongen zijn groot, uitgevlogen.
Let the children play.
De honden blaffen als er iemand langs komt over het ruiterpad, als er iets wordt bezorgd, ze houden de wacht over het huis, over mij, lieve beestjes. Ze zijn de afgelopen weken goed verzorgd, uitgelaten, aangehaald, ze hebben eten gekregen, ik hoefde me nergens druk over te maken, fijn is dat.
Thuis is where the heart is, ik moet het hart even opzoeken, loop een beetje doelloos rond, alle vuile was in de machine, ophangen, het regent, maar het wordt morgen droog. De grasmaaier is nog niet gemaakt, ik haal de maaier van Jelmer, het is nat, het gaat zwaar, morgen verder. Er zitten zoveel kersen aan de boom, ik pluk een emmer vol, maak ze schoon, even koken en dan in weckflessen, voor de winter of een taart.
Twee weken geen muziek is niet moeilijk, nu trek ik de ene na de andere plaat uit de kast, prachtig, een nieuwe naald, alles klinkt helder.
Santana speelt let the children play, dat zie je overal onderweg, spelende kinderen, laat ze hun gang gaan, bemoei je er niet teveel mee, laat ze zelf hun wereld ontdekken waar wij door heen rijden, we zijn oudere kinderen op een motor, we ontdekken een wereld waar we nooit zijn geweest, we zijn onderweg om jong te blijven.
Let the children play.
Naar Italië En Terug. De laatste dagen.
We rijden meer dan een uur over een weggetje door een bos, een hert steekt over, verder niets, weinig verkeer, heerlijk om zo de dag te beginnen. We stoppen in een klein dorpje bij een bakkerszaak waar stoelen en tafels buiten staan, Jolle tracteert ons op capucinno met iets lekkers. Verder, dat is onderweg zijn, ik heb tijd genoeg om er over na te denken, elke dag in pakken, rijden, stoppen en de tent opzetten, uitpakken, koken, praten of lezen, op tijd naar bed, heerlijk. Het is de eenvoud van onderweg zijn waar ik van houd, elke dag hetzelfde, elke dag rijden we door een ander gebied, alles is mooi als je er oog voor hebt, hoge bergen met sneeuw, dwars door een grote stad, bloemen langs de weg waarvan ik de namen niet ken, prachtige huizen, vervallen schuren, leegstaande dorpjes, vriendelijke mensen die ons de weg wijzen. Overal is het anders en ook weer gelijk, mensen lopen met een telefoon, bellen onderweg, maaien het gras, werken, op en langs de weg liggen dode dieren, teveel om op te noemen, heel veel kruisen met namen erop in bochten, bloemen aan de vangrails, de doden worden herdacht maar komen niet terug, Jolle brengt ons veilig terug naar onze geliefden, we rijden rustig door het drukke verkeer.
We verlaten het bos, wat wordt er veel verbouwd, graan, maïs, bieten, enorme velden met druiven, bij Bingen gaan we met een pontje over de Rijn, kastelen, kerken, ruïnes aan twee kanten van de rivier, boten ploegen tegen de stroom in of varen gemakkelijk met de stroom mee.
Wat is onderweg zijn; reizen van A naar B, weggaan om weer thuis te komen, op zoek naar nieuwe wegen of iets spiritueels, je zelf ontdekken terwijl je motor rijdt, onthaasten, dat soort dingen.
Onderweg zijn is elke dag opstaan, ontbijten, inpakken, verder rijden, zien waar je uitkomt, genieten van het eenvoudige bestaan, je neemt niet meer mee dan er op de motor past, vaak is dat nog teveel, neem uw bed op en wandel.
Onderweg over kleine wegen, rustig rijdend, als we verkeerd gaan draaien we om of kijken op de kaart hoe we verder kunnen, geen haast, elke weg heeft veel zijwegen. We mijden de snelwegen zo veel mogelijk, daar verdwalen we, het is een keuze of zijn we hopeloos ouderwets om zonder navigatie op pad te gaan.
Een andere keuze is de snelweg van Ik, een weg waar je over heen raast, het doel staat vast, zijwegen zijn niet interessant, geen twijfel over de route, je hebt geen tijd om om je heen je kijken, het is jouw weg, alleen, misschien wil er iemand een tijdje met je mee tot het te vermoeiend wordt.
Een metafoor voor het leven, we zijn onderweg, ieder op zijn/haar manier, snelweg of bij weg, het één is niet persé beter als het andere, kies je eigen weg.
We komen op een camping waar ons een plaats wordt aangemeten, ordnung muss sein, we zijn in Duitsland, ik word er altijd een beetje opstandig van, twee oude mannen die de camping beheren.
Het laatste stuk onderweg, rijden op een motor blijft de beste manier om te reizen, we stoppen voor koffie met een gebakje in de vorm van de Duitse vlag, voetbal. We belanden op een camping met meer dan 4000 vaste plekken, we hebben een mooi plaatsje tot er op eens een horde Duitsers bezit neemt van ons mooie veldje, ze blijven luidruchtig of zijn Nederlanders dat ook in het buitenland? Een hoop geloop s nachts naar de wc zorgt voor een onrustige nacht. De koffie is op.
Op de camping bij Haselunne is niets veranderd, onze ouders zwerven er nog altijd rond, fijn om daar te zijn, dat is ook onderweg, onderweg naar samen, we praten, eten, drinken en slapen.
We zijn altijd onderweg, Ieder op zijn of haar eigen wijze.
Een prachtige reis over hoge bergen en dalen, twee weken is lang genoeg om onderweg te zijn, samen te zijn, te praten, rijden zonder woorden, een blik is genoeg, een handgebaar, morgen mis ik het opstaan, de broodjes die worden gesmeerd en koffie.
Jolle bedankt voor het samen onderweg zijn, kus.
Naar Italië En Terug. Dag 13 & 14.
Verhaal geschreven, verdwenen, dat staat nu ergens in de lucht, het ging over onderweg zijn, zondag ben ik weer thuis, dan een nieuwe poging.
Naar Italië En Terug. Dag 12.
Gelukkig is het vanmorgen droog, heerlijk is de eerste kop koffie. We verlaten de camping zonder te betalen, er is niemand.
De weg gaat snel omhoog, het Zwarte Woud, het is koud, nog geen 10 graden, beetje nevelig, geen warme kleren aangetrokken en mijn handschoenen zijn nog een beetje nat, afzien, wel mooi hier. De vrouw van het benzinestation vertelt dat het daar al weken koud en nat weer is, gelukkig blijft het droog. We rijden een heel stuk over de schwarzwalder hochstrasse mooi, maar koud, richting baden-baden verder naar het noorden. Weer een stuk door Frankrijk om verderop weer op de route in Duitsland te komen, vreemd om in frankrijk plaatsen met een Duitse naam te zien, we zitten in de Elzass, vroeger was het dan weer Duits dan weer Frans. Na een mooie weg door een bos, zien we een camping, stoppen, de dag is lang genoeg geweest. Buiten zitten eten en lezen, we horen alleen maar vogels.
Naar Italië En Terug. Dag 11.
Het is droog, we rijden vanaf de camping door het groene glooiende land, af en toe gaan we omhoog, reizen op de motor blijft prachtig, je maakt alles mee, het weer, de geuren en de kleuren om je heen. Er liggen stapels hout bij bedrijven, planken en balken in alle maten, bij de huizen is het hout voor komende winter alweer netjes opgestapeld. Bij Thun raak ik Jolle even kwijt in de drukke binnenstad, maar door logisch nadenken (niet mijn sterkste kant) vind ik hem even later terug, hij stond al te wachten, we raken de weg ook kwijt, maar daar hebben we een kaart voor, dat is meestal snel opgelost.
Hoe noordelijker we in Zwitserland komen, hoe drukker het wordt, de huizen zijn hier van steen, meer industrie en veel meer wegen. We gaan richting Duitsland, vlak over de grens bij Tiengen vinden we een camping, er is niemand, dan zelf maar een plekje gezocht. Boodschappen bij de Lidl en naar de bank, we kunnen er weer tegen. Om half negen begint het te regenen, we gaan onder een afdakje zitten, het regent bijna de hele nacht, wij liggen droog in de tent, lekker warm in de slaapzak.