Ik kan redelijk goed toe met weinig slaap, dat is wel makkelijk, maar ik heb het ook wel eens overdreven. Natuurlijk kom ik me zelf dan wel weer tegen, val ik onder het journaal in slaap of tijdens de pauze op het werk, als ik lekker in het zonnetje zit te lezen. Een late dienst die gevolgd wordt door een vroege, heeft niet mijn voorkeur. Ik vind het heerlijk om nog even te zitten, soms in stilte of een plaat op zetten en een biertje te drinken. 's Nachts is het zo heerlijk rustig.
Verhalen en herinneringen komen op in mijn hoofd, ik denk na over iets dat ik ga maken of waar ik mee bezig ben. Ik bedenk precies hoe ik iets ga maken en zie dat dan voor me, vaak heb ik geen tekening nodig, alleen de maten.
De stilte van de nacht is nog intenser als je in een tent slaap, in duitsland, alleen in het bos, ver weg van mijn ouders, want als je 14/15 bent red je jezelf wel, denk je. Ik las het boek De geverfde vogel van Jerzy Kosinski over een jongentje dat in de tweede wereld oorlog naar familie op het platteland van polen wordt gestuurd en gruwelijke dingen mee maakt. Ik las door tot diep in de nacht met een zaklantaarn. Het was stil, zoals het stil kan zijn in een bos, ritselende bladeren, krakende takken, dieren die je denkt te horen en het is pikkedonker, zo zwart als de nacht en ik moest plassen, maar durfde niet. Ook niet door de opening van de tent, ik kroop weg in mijn slaapzak en wachtte tot het licht werd.
Morgen vroeg op, dan is het licht, maar de dagen worden korter, dat is goed te merken.
Vanmorgen redelijk vroeg op, thuis aan het werk, dat wil zeggen schoonmaken en misschien nog timmeren of zoiets. Eerst koffie maken en de krant uit de bus halen, de hond begint te kwispelen als ik de bijkeuken binnenkom. Een vast ochtend ritueel, als ik weg moet om te werken is er minder tijd voor, maar nu doen we het rustig aan. Ik ga op de veranda zitten om de krant te lezen, een prachtige zonnige dag, in tegenstelling tot het nieuws. Ik heb er wel eens overgedacht om krant en televisie weg te doen, maar dat heeft geen zin.Mijn kop in het zand steken om al het slechte nieuws niet te hoeven zien en lezen, het blijft bestaan en ik moet er kennis van nemen, of ik het leuk vind of niet. Ik leef in deze wereld.
Een mooie wereld is die rondom mijn huis, waar in ik nu zit te lezen. Groen, bloemen, een moestuin met groente en kruiden, fruitbomen, ik hoor een duif en andere vogels. Af en toe komt er een auto voorbij, maar dat stoort niet. Een andere wereld zonder geweld, ziekte, armoede en andere ellende, ik voel me er veilig en bevoorecht. Soms durf ik er nauwelijks van te genieten, zo groot is het verschil met de wereld, waarover ik lees. Ik probeer het toch en het lukt, maar ik sluit mijn ogen niet.
Verder met het ochtend ritueel, wandelen met de hond en hooi en water geven aan de pony. Ik doe het al jaren en dat weten de dieren, gehinnik als ze me hoort of gekwispel als ik thuis kom, maar uiteindelijk draait het om het eten.
Het journaal gekeken, tegen beter weten in, het viel mee, het weer wordt mooier.
Alleen wonen valt me tegen, ik praat in mezelf, kook voor twee, maar eet alleen en morgen is het net als vandaag.
Gelukkig ben ik niet alleen, hoe we het samen gaan doen, weten we nog niet, maar wel dat het gaat gebeuren.
Vanavond is de film van the blues brothers op tv. Zovaak gezien en nog steeds leuk. Samen met mijn broers naar de nachtvoorsteling, we waren de enigste bezoekers van de bioscoop. Om de beurt bier halen, de flesjes rolden naar beneden. Samen met kees heb ik opgetreden als the blues brothers op de trouwerij van peter en monique, er is nog een video van.
Vandaag is het 26 augustus, Kelvin is jarig, hij wordt vier. Drie maanden geleden waren we net op weg naar de noordkaap, nu weer volop aan het werk.
Vier jaar, wat weet ik er nog van? We woonden in de jan lutmastraat, onder de watertoren, vlakbij een kanaal, het reitdiep, waar een aanlegsteiger was voor schepen, die daar losten. Ik kon er onder kruipen, niemand zag me en ik kon alles zien wat er aan de overkant gebeurde. Ik heb er vaak gezeten zonder dat mijn ouders het wisten. Een verhaal dat mijn moeder later vertelde; ze zochten me, maar konden me niet vinden, alleen mijn schoenen, die onder de steiger stonden. Ik had ze (waarschijnlijk) uit gedaan om ze niet vies te maken en was ergens anders heen gelopen. Paniek alom, maar ik kwam gewoon weer aanlopen, niks aan de hand. Ik had klompjes gekregen, toen ik de bal in de boom schoot in de wassenberghstraat, probeerde ik die er met een klompje weer uit te gooien. Het lukte, maar de klomp brak in tweeen, niet te best. Rieneke en ik gingen naar een kleuterschool aan de andere kant van de kraneweg, volgens mij liepen we er zelf heen, bij de kraneweg stonden klaar-overs om de kinderen veilig naar de overkant te brengen. Ik weet nog dat ik een keer geen zin had om naar school te gaan en tegen de muur van een bakkerij in de herman colleniusstraat zat, toen mijn moeder voorbij fietste, die natuurlijk verbaasd was dat ik daar zat. Ze bracht me achterop de fiets naar school. En zo zijn er nog een paar dingen, in de kar, die mijn opa had gemaakt, achter de fiets van een van de grote jongens van de straat, maar het ging te hard, de kar vloog over de kop, ik zat er in en brak mijn been. Gelukkig was daar tante jo, een zus van oma venema, die had alles gezien. Gips in het ziekenhuis en toen het eraf moest, was er een vrouw, die vreselijk zat te gillen, knip me niet in mijn arm. Mijn amandelen werden geknipt in het rooms-katholieke ziekenhuis. Ik werd wakker op een grote zaal met huilende kinderen en zusters, die rondliepen, nonnen?, ik weet het niet meer. Wel dat ze tegen kinderen zeiden, die erg hard schreeuwden, dat ze moesten stoppen, anders zouden ze naar de kelder worden gebracht. Een verbanning naar de hel.
Sommige herinneringen van toen staan me nog helderder voor de geest dan de hele reis naar de noordkaap, maar die moet nog indalen. Ik denk er nog dagelijks aan, er komen beelden voorbij als ik met de hond loop of als ik aan het werk ben. De hoogvlakte's vol sneeuw en ijs, de kou, alles was zo mooi, maar de tijd vliegt.
Tijd is zo'n raar begrip, alsof ik er vat op hebt, helemaal niet, het glipt door mijn vingers en verdwijnt voor ik er erg in heb, verspilde tijd, verloren tijd en geen tijd. Die tijd ken ik zo goed, maar zet het tegenover alle tijd, gewonnen tijd, tijd voor elkaar, tijd voor geliefden en de tijd valt weg, is niet meer zo belangrijk als maatstaf voor mijn leven, omdat ik denk dat ik tijd genoeg heb.
Ik kocht een boek van en over het werk van berend groen, landschapsschilder in drenthe, hij woonde in zeijen, drummer van de R-od-ys en Zen. Hij maakte potloodtekeningen van bijna alle diepjes in drenthe, minutieus, streepje voor streepje, net als de olieverfschilderijen die hij er van maakte. Misschien vijf per jaar. Ik zat samen met hem in het eerste jaar van de kunstacademie, ik was hem bijna vergeten, tot ik op een concert van cuby hoorde dat hij was overleden.
Zo'n mooi boek, In de ruimte is te wezen. Tijd om te schilderen, beperkte tijd, de dood is op jacht naar mij, zingt the lau. Mijn tijd verdoe ik met het schrijven van verhalen die er niet toe doen.
De tijd vliegt en ik vlieg mee, gelukkig, het heeft geen zin om er tegen in te gaan. Time waits for no one zongen the stones en zo is het maar net, ook al proberen zij eronder uit te komen door nog steeds op te treden, een manier van leven, die geen tijd kent.
Het is weer stil in huis, Carien ging gisteren weer naar amsterdam en Julia ging vandaag naar leeuwarden, maar eerst nog even naar oma, mijn moeder, in groningen. Het is wel mooi dat ze dat doet, bijpraten met oma. Dat is ook weer iets waar ik me over verbaas, nu en eerder, het gemak waarmee de kleinkinderen omgaan met oma en eerder ook met opa. Ik zie julia weer aan de hand van mijn moeder lopen over het zandpad in duitsland. Ze praatte honderd uit over van alles en nog wat, maar niet op een manier, zoals ik gewend was om met mijn opa's en oma's te praten. Toen was er veel meer afstand, het was stijver in de omgang. Later veranderde het een beetje. Opa en oma Hielema liepen altijd langs ons huis als ze naar de kerk gingen, op de terugweg dronken ze bij ons thuis koffie en werd de preek besproken. Ze woonden toen in de oppenheimstraat, vlakbij. Ik had lang haar en ging met een spijkerbroek vol opgenaaide stukken naar de kerk, tot ergernis van veel mensen, maar oma Hielema liep vaak gearmd met mij de kerk uit en naar ons huis, dat vond ik toen al heel bijzonder. Ik kon goed met haar praten en ze luisterde altijd.
Alle kleinkinderen vertellen nog met liefde en plezier over de vacantie's bij opa en oma in duitsland. Over Duitsland, haselunne, kunnen we als familie wel een boek schrijven, ieder met zijn of haar herinneringen.
Citaat uit de laatste zomergasten. Sam Dillemans, schilder, kwam voorbij, kunstenaar ben je helemaal, zonder compromissen, halve kunstenaars zijn er al genoeg.
Ben ik dat, een halve kunstenaar? Of misschien geen kunstenaar?
Ik kan natuurlijk als argument (van het niet maken van tekeningen, schilderijen, lino's) aanvoeren, dat ik het te druk heb met andere dingen, zoals werk, dat vreet tijd, een groot huis met een grote tuin, heerlijk om te wonen, maar wel veel onderhoud en dat soort dingen.
Maar, een grote maar, het heeft vooral te maken met bevlogenheid en discipline om elke dag aan het werk te gaan en vooral aan het werk te blijven met verf, potlood, het maakt niet uit wat, om uit te beelden, te laten zien, hoe de wereld er uit ziet, mijn wereld. Zwart-wit als een lino, een schets met oost indische inkt, de essentie van een gezicht in een portret met een paar lijnen of vlekken.
Meer is het niet, maar ik kom er niet toe om die portretten te maken, ze zitten in mijn hoofd, mijn handen willen wel, ik geef ze geen kans. Papier en verf en inkt verstop ik in een kast, verweg, soms kom ik ze tegen en voel ik me schuldig. Dan denk ik, morgen, maar het is vandaag en nu moet het gebeuren, maar ik stel het uit, er is altijd wel iets anders te doen.
Een zwerver verdwaalt niet, ik wel, in mijn eigen doolhof van uitvluchten, excuses voor mijn nietsdoen, dat nergens toe leidt, maar ik vind het nu wel prettig en geniet er van.
Vanmorgen vroeg kwam ik beneden om voor het werk een kop koffie, of twee, te drinken, maar het was een puinhoop. Een fles zelfgemaakte olie met druiven was vannacht uit elkaar gespat, overal glas en olie, wat een zootje. Dat kan ik niet laten liggen, dacht ik en heb alles opgeruimd, geen koffie. Olie drupt nog steeds naar beneden, vanaf de afzuigkap op het aan recht. Voordeel de vloer staat weer netjes in de olie. Kees is jarig, volgende week vieren hij en joke hun verjaardag, gezellig en ik heb al een cadeau (tje).Een lange werkdag, zieke collega, maar ik ga zeker niet klagen, het is niet anders en of het ooit anders wordt hangt van veel dingen af. Ben je als instelling, werkgever, bereid om te willen veranderen, als je hoort dat veel werknemers moeite hebben om het vol te houden of neem je het verloop op de koop toe. Ik houd het nog wel vol, maar dat doe ik, denk ik, tot het einde. Ik laat niet merken dat het niet goed met me gaat, maar waarschijnlijk en hopelijk voor mij, word ik ter verantwoording geroepen door mijn geliefden.
Carien is lijsterbessen, met vlierbessen en bramen aan het koken, bijzonder, maar hoe het smaakt?
Bosbessen zoeken in Duitsland, haselunne, lotten , een kop vol en mijn moeder maakte er een heerlijke taart van. De taartbodem kochten we in het dorp, net als appelsap en pepsels. Een uur lopen naar haselunne en weer terug, in het begin hadden we nog geen fietsen mee.
We kregen een halve taart of een kwart, lekker, vacantie in duitsland, haselunne. Er was niks, maar het was alles wat een vacantie een herinnering geeft om nooit te vergeten.
Ik kan er nog zoveel over schrijven, nu gaan we slapen en dat is ook een belevenis, maar dat houd ik nog even voor mezelf.
Ik zit te lezen in mijn stoel, boeken en platen om me heen. Nu geen muziek, Julia kijkt tv.
Mijn aandacht verslapt, misschien geen boeiend boek, ik pak de gedichtenbundel van Leo Vroman. Ik sla de bundel open bij het gedicht, the bus,
Waves nor wings can save our breath.
Therefore take mine, will God it sings
you gently past things' many things
along your dreary road to death,
drowning your yells with mutterings.
For nothing brings
you anywhere else.
Het is een heel lang gedicht, mooi, zoals een gedicht moet zijn, je moet er over nadenken, nog een keer lezen, weer nadenken en het laten bezinken tot het weer in je opkomt op een raar moment.
En dan zoek je het gedicht weer op en leest het nog een keer, zo gaat dat.
Aan een vriend
Ach, laten wij geen ogenblik bederven
voor wie van ons het eerst zal moeten sterven,
en laten we ook nimmer praten
van alles wat wij huichelden en haatten.
Zolang een vlerkgespreide leeuwerik blijft zingen
vergeeft zijn God ons al wat wij begingen,
zolang we kersebomen zacht in bloei zien staan
dan hebben wij nog niemand kwaad gedaan.
Ach, laten wij het leed dat men ons deed, vergeten,
God zal het allemaal wel weten,
en laten we geen ogenblik bederven
voor wie van ons het eerst zal moeten sterven.
Leo Vroman
Memento mori, gedenk te sterven.
Carpe Diem, pluk de dag.
Dat is blijven hangen van de geschiedenislessen.