Wit.
De meeste dagen verlopen hetzelfde in een ritme van opstaan, de krant lezen als die er al is, voor de dieren zorgen, werken, voor de dieren zorgen, koken dat is voor mezelf zorgen, eten, opruimen, muziek luisteren, lezen. Veel meer is het niet, ik kan er ook niets aan doen, saai, gewoon, heel alledaags, ook nog even mijn mail lezen, daar gebeurt ook niets bijzonders, vandaag een mail van een vergeten vriend (dat vergeten ligt aan mij), daar kom ik later misschien op terug. Ik laat de hond uit in de sneeuw, het is donker met een beetje licht van de maan, de hond is zwart-wit, een friesche stabij, maar in het wit van de sneeuw lijkt het wit van haar vacht anders wit dan normaal als er geen sneeuw ligt, wat is wit?, ik zou er een gedicht over kunnen schrijven; beelden vertekenen, gedachten komen en gaan, het regent buiten, de kachel is aan, ijs op de ruiten, waarop kan ik rekenen, de hemel of de hel. Zo kan ik nog wel even doorgaan in een soort van dichtvorm, rijmen tot ik er bij neer val.
Buiten werken in de kou.
Ik heb vanmiddag buiten gewerkt, de paden rond de boerderij sneeuw- en ijsvrij maken , dat doen we samen, het maakt niet uit dat het koud is, het moet gewoon gebeuren en dan doen we het. Ik hoorde wel wat gemopper dat de sneeuw, zeg maar ijs erg vast aan de ondergrond zat en er gebikt moest worden om het los te krijgen, de warme thee smaakt beter dan anders, eigenlijk heb ik liever koffie, maar daar beginnen we niet aan. Vanavond de jongens nog even geholpen om buiten de leidingen van de airco/verwarming te isoleren, best wel koud, maar wel te doen, prachtig stil winterweer met een beginnende maan, het leven is goed op het koude Groningse platteland, de pony staat in de warme stal, de hond ligt aan mijn voeten.
Eelco en Peter.
Zomaar een zaterdagavond, er is niets op televisie, geen lief om lief te hebben, ik kijk op youtube naar muziek van vroeger, Cuby om te beginnen dan volgt een stroom van beelden van vroeger, niet te stoppen in herinnering. Soms beschamend als oude helden hun kunstjes weer moeten laten zien in een optreden met hun navolgers, die de koning naar de kroon willen steken, het liefst overtreffen waar hij bij is. De koning is blij dat hij er nog bij kan zijn en speelt de sterren van de hemel, zijn volgers spelen zijn nummers, hij staat erbij voor het publiek en zingt af en toe mee. Ik word oud maar wil het niet weten, toch ben ik blij met Peter, Eelco, ze zijn er nog en spelen muziek, luisteren of kijken.
Voetstapjes in de sneeuw.
Het is een beetje winter, vanmorgen was het wit buiten, sneeuw, het drupte van de bomen, het plakte aan mijn klompen, de hond vond het prachtig, ze rende, rolde er in en at van de sneeuw. In 1963 was het echt winter, we liepen over het water van het Oosterhamrikkanaal naar school, het ijs was wel een meter dik, de ijsbloemen stonden op het raam van mijn slaapkamer waar geen verwarming was, een gewatteerde deken lag op mijn bed om mij warm te houden, het was koud, zo koud is het lang niet meer geweest. Mijn moeder las altijd voor uit de bijbel, verhalen van W.G. van der Hulst, de sprookjes van Grimm, we luisterden stil naar haar stem, wat is dat toch mooi, voorlezen. Zelf las ik elke avond voor uit Jip & Janneke, Alleen op de wereld, dat soort boeken, ik lag naast de kinderen in bed vlak voordat ze gingen slapen en soms viel ik samen met ze in slaap. Nu ga ik af en toe vroeg naar bed met een boek om het uit te lezen, maar ik mis de verhalen van W.G. van der Hulst, ik zie de plaatjes nog voor me en hoor de stem van mijn moeder.
Hondeharen en airco.
De hond is een lief beesje, ze heeft ook een groot nadeel helemaal in deze zachte winter, ze verhaart al maanden, haren overal en vooral zichtbaar op de oude tapijten die er liggen. Het gevolg is dat ik elke dag de stofzuiger te voorschijn haal en al die plukken haren opzuig, dat is nou ook weer niet zoveel werk, het moet wel even gebeuren anders wordt het echt een rotzooi. Dat is het al een beetje, overal boeken en platen, maar dat vind ik juist wel gezellig & knus, dat soort rommel om me heen, de hond trekt zich er ook niets van aan, als er maar een plekje overblijft waar ze kan liggen.
Uit de muur binnen en buiten steken kabels, slangen, weet ik veel wat, dat is om de airco aan te sluiten, dat gebeurt vanmiddag door een monteur, Arjen houdt toezicht dat het goed gebeurt. Deze airco gaat de kamer verwarmen door gebruik te maken van de buitenlucht, dat scheelt enorm veel energie in vergelijking met de huidige electrische verwarming. De jongens willen het energie verbruik in de komende jaren laten dalen, het liefst naar nul, maar dan moeten er nog een paar zonnepanelen bij, denk ik. Eerst maar eens zien wat dit oplevert, als het net zo veel scheelt als de nieuwe boiler komt het helemaal goed.
Hondeogen.
De hond is een trouw beestje, beetje eigenzinnig maar wat geeft het, ze luistert als ze er zin in heeft, dat is meestal voldoende voor mij tot het te gek wordt en ik mijn longen uit mijn lijf schreeuw, ik weet van te voren dat het geen zin heeft, maar het lucht wel lekker op. De hond komt een tijdje later aangelopen alsof er niets aan de hand is, kwispelent, wat maak je je nou druk, gelijk heeft ze, ik snap er soms niets van wat er in een hondenhoofd omgaat. Ze zit voor mijn stoel, kijkt me aan met die prachtige bruine ogen, de haren op haar snuit en rond haar ogen zijn zacht, glad, wie heeft dat zo bedacht denk ik, dat kan toch niet zo maar ontstaan zijn of wel? Wat ziet ze met die ogen, ze ruikt zo veel beter dan ik, maar denken is toch wat te moeilijk.Ik kijk om me heen als we buiten zijn, wat zie ik, hoe kan het dat ik zie, dat ik ruik, dat ik de wind hoor, dat ik besta? In een flits ben ik God, geschapen naar zijn beeld, maar ik snap er geen zak van hoe het kan dat ik leef en, daar heb ik het de laatste tijd wel moeilijk mee, dat ik doodga, er niet meer ben. Op zich is dat niet zo moeilijk voor mezelf, het is niet anders, maar net als het leven kan ik de dood moeilijk bevatten, ik begrijp het niet, misschien moet ik gewoon aanvaarden dat het zo is en meer niet. De hond vindt het wel goed, ze ligt lekker te slapen, als ze op tijd haar eten en drinken krijgt, een paar keer per dag uitgelaten wordt is ze helemaal tevreden, ik kan veel van haar leren, kijken met de ogen van een hond.
Een mindere dag.
Ik kon moeilijk uit bed komen, ik heb mezelf er uit geschopt, klusjes gedaan, ver gelopen met de hond, lekker gegeten stamppot andijvie met als toetje zelfgemaakte tiramisu, heerlijk. Vroeg naar bed met een boek, het is niet anders.
Begin of einde.
Genoeg Bowie muziek voor vandaag, prachtig natuurlijk en dat blijft het, een overdaad aan nieuws over hem in de krant van vandaag, morgen boze reacties van lezers die het niets vinden, al dat nieuws over een pop ster, is er geen ander nieuws, belangrijker. Wat is dat NIEUWS, is er iets nieuws onder de zon?, ik denk het niet, alles is er al een keer geweest, ook al denken wij van niet, ergens begon het, daar zijn de meningen nog steeds over verdeeld en het zal een keer eindigen, wanneer dat is de vraag, maar als we allemaal zo door gaan als we nu doen zal dat niet zo lang meer duren. We denken dat we alles kunnen, op alle vragen een antwoord hebben, alle problemen op kunnen lossen, dat is misschien ook zo, maar we blijven mensen, dat is het probleeem. We gunnen elkaar weinig, laat staan dat we anderen helpen als ze in nood zijn, het verhaal van de barmhartige Samaritaan wordt niet meer voorgelezen, we zijn de weg kwijt.
Gesprek met een wetgeleerde; gelijkenis van een barmhartige Samaritaan
[25] Daar* kwam een wetgeleerde naar Hem toe om Hem op de proef te stellen. ‘Rabbi,’ zei hij, ‘wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwig leven?’ [26] Hij zei tegen hem: ‘Wat staat er in de wet geschreven? Hoe leest u dat?’ [27] Hij gaf ten antwoord: ‘U zult de Heer uw God liefhebben* met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’ [28] Hij zei tegen hem: ‘Juist geantwoord! Doe dat en u zult leven.’
[29] Maar hij wilde zich rechtvaardigen en vroeg aan Jezus: ‘Ja maar, wie is mijn naaste?’ [30] Jezus* nam weer het woord en zei: ‘Op reis van Jeruzalem naar Jericho viel iemand in handen van rovers. Ze schudden hem uit, mishandelden hem en lieten hem halfdood achter. [31] Toevallig kwam er een priester langs die weg; hij zag hem, maar liep in een boog om hem heen. [32] Ook een Leviet die voorbijkwam en hem zag, liep in een boog om hem heen. [33] Toen kwam er een Samaritaan langs die op reis was; hij zag hem en was ten diepste met hem begaan. [34] Hij ging naar hem toe, goot olie en wijn op zijn wonden en verbond ze. Toen zette hij hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een herberg, waar hij hem verder verzorgde. [35] De volgende ochtend haalde hij twee denariën tevoorschijn en gaf ze aan de waard. “Zorg voor hem,” zei hij, “en als u nog meer kosten moet maken, zal ik ze u op mijn terugreis vergoeden.” [36] Wie van die drie is naar uw mening de naaste geweest van de man die in handen van de rovers was gevallen?’ [37] Hij zei: ‘Hij die hem barmhartigheid heeft bewezen.’ Jezus zei tegen hem: ‘Doe dan voortaan net als hij.’
Dat is de vraag, Wie is mijn Naaste, is dat mijn buurman, mijn vriend, kies ik hem of haar uit of zijn alle mensen mijn naasten en heb ik de plicht om voor ze te zorgen ongeacht waar ze vandaan komen, wie het weet mag het zeggen. Er wordt geschreeuwd dat ze weg moeten, ergens ver weg in de polder moet maar een kamp gebouwd worden, niet in onze straat, ons dorp, onze stad en helemaal niet dicht bij ons in de buurt, we zijn bang voor anderen, we zijn bang voor ons zelf, we kijken teveel televisie en vertrouwen op de mening van bekende nederlanders in plaats om zelf na te denken, we zijn nalopers geworden in plaats van voorlopers, mensen die nieuwsgierig zijn naar de wereld van anderen en ons niets laten vertellen, we weten het zelf, dat laten we zien. Ik heb makkelijk praten, ik weet het, ik woon in een klein dorp aan de rand van een weiland, als daar een asielzoeker kamp gebouwd zou worden, zou ik daar ook niet blij van worden of een windmolen park , ook zo'n gedoe in de provincie naast de aardbevingen, niemand wil meer wat, we maken elkaar gek
in plaats van na te denken, zelf na denken wat je wilt, daarin verschillen we van dieren, we zijn geen kudde makke schapen, wij hebben verstand, laten we het gebruiken ook al valt dat niet altijd mee als de problemen dichterbij komen net als de windmolens. Prachtig boek trouwens van Cervantes, Don Quichote de la Mancha, die vocht tegen molens samen met zijn knecht Sancho Panza, ik kocht het bij de Slegte voor de gravures van Doré, maar ik las het in één adem uit. Misschien moeten we het boek uitdelen aan alle tegenstanders van windmolens, vechten tegen de bierkaai of samen een biertje drinken, het einde is in zicht als we niets doen.
Even geen Bowie meer, The Last Waltz van the Band, PLAY IT LOUD en dat doe ik, over the Band is ook nog veel te schrijven, luisteren is beter.
The Night They Drove Old Dixie Down, The Band en The Last Waltz
Virgil Caine is the name, and I served on the Danville train
'Till Stoneman's cavalry came and tore up the tracks again
In the winter of '65, we were hungry, just barely alive
By May the tenth, Richmond had fell, it's a time I remember, oh so well
The night they drove old Dixie down, and the bells were ringing
The night they drove old Dixie down, and the people were singin' they went
La, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la
Back with my wife in Tennessee, when one day she called to me
"Virgil, quick, come see, there goes Robert E Lee"
Now I don't mind choppin' wood, and I don't care if the money's no good
Ya take what ya need and ya leave the rest,
But they should never have taken the very best
The night they drove old Dixie down, and the bells were ringing
The night they drove old Dixie down, and the people were singin' they went
La, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la,
Like my father before me, I will work the land
Like my brother above me, who took a rebel stand
He was just eighteen, proud and brave, but a Yankee laid him in his grave
I swear by the mud below my feet,
You can't raise a Caine back up when he's in defeat
The night they drove old Dixie down, and the bells were ringing,
The night they drove old Dixie down, and all the people were singin', they went
Na, la, na, la, na, na, na, na, na, na, na, na, na, na,
The night they drove old Dixie down, and all the bells were ringing,
The night they drove old Dixie down, and the people were singin', they went
Na, la, na, la, na, na, na, na, na, na, na, na, na,
