thuismetsijtze.reismee.nl

Vrijheid.

Begin juli 1985

Begin juli 1985,

Op een vrijdagmiddag, zo tegen 17.00 uur, denk ik, dat het geweest is, loop ik de poort uit (zo heette dat) bij Van Zanten, bloembollenbedrijf. Ik had eindelijk de moed verzameld om te zeggen, dat ik weg zou gaan. Wat begon als een (soort) vrijheid op alle gebieden, werd een sleur, maar wel met plezier, geen toekomst.
De laatste keer dat ik die poort uitliep, over het spoor en niet omkeek, dat was vrijheid, zo heb ik het nooit meer gevoeld. Misschien houd ik mezelf voor de gek, ik zocht de vrijheid in een leven van keihard (lichamelijk) werken en verder niets, terwijl er nog zoveel meer is en in mij zit.
Dat gevoel heb ik nu ook weer, de laatste jaren, stilstand op alle gebieden. Ik moet er wat aan doen en heel langzaam gebeurt dat ook. Ik moet het zelf doen en niet afwachten of er iets veranderd, ik ben de verandering.
De reis naar de noordkaap is precies goed gepland, joop heeft daar een feilloos gevoel voor. Hij heeft me wel vaker een spiegel voor gehouden, maar ik was vaak te bang om er in te kijken, naar mezelf en de wereld, waarin ik leef.
Dat is een andere wereld dan waarin de meeste mensen leven. Dat heb ik kort geleden ontdekt, maar ik wist het al veel langer, maar niemand vroeg er naar.

Dat was toen en er is nog weinig veranderd, ik moet het nog steeds zelf doen.

naam *
bericht *

De weg naar Alta.

Beyond Sleep, de film naar het boek van W.F.Hermans wordt morgenavond vertoond op het Film Festival Rotterdam. Ik las de recensie vanmorgen in de krant, het gaat over het boek "Nooit meer slapen", ik ben niet zo'n nederlandse schrijver lezer, als er een boek uitkomt lees ik het in de krant, ik hoef het niet gelijk te lezen, het komt later wel of niet, Mulisch, Reve, Hermans en consorten, ik kocht hun boeken, maar ze staan in de kast te verstoffen. Benieuwd loop ik naar de kast, ja, daar staat het boek, ik sla het boek open en lees: Het vliegtuig helt ver over, zo ver dat het raampje waaraan ik zit, bijna horizontaal door de ruimte scheert. En ik, met mijn gezicht vlak erop. Alta glijdt onder mijn ogen door: kleine huizen, langs een enorme baai. Bomen in de laagten, kale toppen. Het is of de boomgrens een enorme hand was, die de begroeiing langs de bergen omlaagdrukt. Ik begin te lezen, prachtig verhaal, Alfred is het enige Nederlandse lid ven een vierkoppige expeditie die boven de poolcirkel in het noorden van Noorwegen te voet door het desolate landschap trekt. Alfred wil de steen vinden die bewijst dat de enorme kraters in het gebied veroorzaakt zijn door spectaculaire meteorietinslagen, niet door schuivend gletsjerijs. Het is zomer, wat betekent dat het er zes maanden licht is en dan d e muggen nog, slapen lukt Alfred niet meer, waardoor de werkelijkheid en hallucinatiesteeds meer samenvallen.

Alta in noord Noorwegen, we zijn er geweest op de camping op weg naar de Noordkaap.

Rain and snow.

Dinsdag 10 juni

Het was grijs en koud vanmorgen. Regenjas over het motorpak tegen de kou.We rijden de hele dag langs fjorden over prachtige kronkelweggetjes. We zien er alleen niet veel van, we rijden onder, boven en in de wolken. In de wolken rijden is iets anders dan in de wolken zijn, maar misschien ook wel weer hetzelfde, je ziet weinig. We beginnen met droog weer en een kletsnatte weg, opletten. De weg is en blijft slecht, scheuren, gaten kuilen, bulten, je kan het niet zo gek bedenken of we zijn het tegen gekomen. We gaan naar Alta, iets meer dan 300 km. rijden. Het is echt koud, niet warmer dan een graad of tien. Tanken en koffie. We gaan door lange tunnels. Als we uit de laatste komen, rijden we de mist in en gaan we omhoog. Uit mijn ooghoeken zie ik sneeuw, veel sneeuw, we zitten plotseling hoog. Ik zie joop nog rijden, we gaan langzamer. Er is weinig verkeer op de weg, dat scheelt, geen auto's die er langs willen. Dichte mist, als beginnen te dalen gaat het ook nog regenen. Hier is het niet warmer dan vijf graden. Lager en lager, tot het zicht beter wordt, maar het blijft regenen. Nog een keer koffie, hete koffie in een warm benzinestation. Regen, we moeten nog een kwartier wachten, want ze zijn met man en macht bezig om de weg vrij te maken van een enorme puinhoop. We stoppen bij een supermarkt, kopen een lekker broodje en koffie, plassen in de bosjes. Het is nu droog. We gaan weer omhoog, passeren een slagboom en komen nu op een hoogvlakte boven de bomen met veel sneeuw. Het zicht wordt snel minder, ik zie nog een achterlichtje, nog geen vijftig meter. Het is niet echt prettig, koud, maar wel spannend. De weg daalt snel en we zien weinig, toch passeren er auto's, we hebben geen haast. Beneden vinden we een tankstation met een eettent er naast. Uitsmijter bacon met een glas melk, we verwennen onszelf. Als we door rijden komen we een kudde rendieren tegen, groot en klein, ze staan langs de weg te grazen, toch even vaart minderen. De weg wordt droog, maar de lucht weet het nog niet, een sputtertje. Weer een wegblokkade, allemaal stenen op de weg en machines er omheen. Het wordt slecht afgezet, ik knal door een enorme kuil, alles is nog heel, geloof ik. De motor ronkt net als anders. Nu kan ik een beetje om me heen kijken, wat een mooie weg langs een fjord, heerlijke bochten, omhoog en weer omlaag. Alta, we hebben het gehaald. Eerst een verkeerde camping, nu een camping op de weg naar de Noordkaap, nog 230 km.. Tent opzetten, want het is droog, boodschappen doen en lang onder een hete douche. Nu zitten we in een eet- zitkamer met keuken, van alle gemakken voorzien en een koud biertje en pinda's.

Zwakzinnigen zorg en werk, dat is natuurlijk een omtrekkende beweging om te komen tot waar het werkelijk om gaat en dat ben ik. Dat klinkt heel groot en gewichtig, maar het is heel klein en bescheiden, zo wil ik het houden, dat past het best bij mij.
Maar nu even uitrusten, twee dagen door de regen en kou, ritten van meer dan 300 km. over slechte wegen. Het blijft mooi, ook het afzien en we hebben er nog lol in, we zijn er bijna. Koken en nog een biertje.

Nooit meer naar Harry.

Geplaatst op 12-06-2014 in Nederland

Donderdag 12 juni

Naast de camping ligt een uitloper van een fjord, dat af en toe droog valt, een prima plek voor een kolonie scholeksters om eten te zoeken. Ze nestelen vlakbij, een gezellige boel als ze elkaar achterna zitten. Ze maken alleen veel lawaai, dat valt vooral 's nachts op.
Een koude morgen, joop heeft zijn mutsje erbij op gedaan. We praten nog even met een engelsman, die van de noordkaap naar malta fietst, hij denkt er een jaar over te doen.
Dan gaan wij op weg naar de noordkaap, misschien wel een soort bedevaartsoord voor veel motorrijders en andere weggebruikers. Een bedevaartsoord aan het einde van de wereld, net als santiago de compostella, maar waarom ga je daar heen? Is dat het afzien op de weg erheen om tot een soort onthechting te komen of gewoon voor de lol?
Vanuit de camping bij Alta komen we bijna direct op een hoogvlakte vol sneeuw, weinig bomen en waar de sneeuw gesmolten is, ligt een bruine laag grond, weinig groen.
We rijden ongeveer 60 km. door de kou, barre kou, het is niet warmer dan vijf graden.
We zien een groepje rendieren en stoppen om ze te fotograferen, ik krijg het tobestel niet snel genoeg uit mijn zak, het lukt joop wel. Tegen het einde van de weg wordt het echt koud, ik ga af en toe even op mijn linkerhand zitten, zodat het wat dragelijker is. Gelukkig komen we bij een tankstation en ik neem twee cappucciono's om weer een beetje warm te worden. Verder richting noordkaap, we komen bij de splitsing, rechts Kirkenes, daar gaan we morgen heen en links nog 130 km. naar de noordkaap. Een prachtige weg die langs de kust slingert, er is bijna geen verkeer. Zo stelde ik me het einde van de wereld voor, er is helemaal niets, alleen een weg en twee motorrijders.
We rijden door twee lange tunnels, 7 en 5 km. lang, donker, nog kouder en nat.
Het blijft koud, maar ik voel het niet zo door het adembenemende niets, waar we door rijden. Het is desolaat en ik moet denken aan de plaat desolation van cuby & the blizzards. Lijkt de drentse hei op een noorse hoogvlakte?
Het is er eenzaam, dat is the blues.

Nooit meer naar harry,

Elk jaar ging ik naar harry
Met de blizzards samen heette hij cuby.
Op de brommer gingen we naar een cafe,
waar weet ik niet meer, ergens in de buurt.
Midden in de winter, stervenskoud, het deed er niet toe,
want we waren jong en als er iets te beleven viel
gingen we er heen, altijd
Wanneer was het? 69 of 70, of zoiets.
Het klonk nergens naar, maar mooi dat het was.
Voor aan en bier, altijd bier, harry en jij een sigaretje.
Je staat een beetje verlegen voor je publiek, een grapje, een verhaaltje,
maar als je gaat zingen gebeurt er iets met mij.
Elk jaar wel een keer naar harry,
het maakte niet uit met welke band.
Je speelde een nummer voor Bennie Groen,
schilder van drentse landschappen,
die de week er voor was overleden.
Bennie kende ik van de kunstacademie,
we begonnen samen in het eerste jaar.
Hij was al wat ouder,
drummer geweest van de rodys en zen,
maar daar hoorde hem niet over, een vorig leven.
Ik was erbij, toen Harry zong voor hem.

Ik doe mijn vizier omhoog om de kou tot op het bot te voelen, dit is de onthechting, het afzien op een bedevaartstocht en ik vind het prachtig. We zien honderden rendieren aan beide kanten van de weg. Nog 1 afslag, 14 kilometer en we zijn er, nog verder omhoog, een weg zonder vangrail en daarnaast is het behoorlijk steil naar beneden.
Een domper, we moeten betalen om naar het laatste puntje van de noordkaap te kunnen, nog prijzig ook. Het doel valt tegen, maar dat is vaak zo en het was ook niet de opzet van de reis. De plannen vooraf, de weg erheen, samen op de motor, de ontberingen, het plezier, het kamperen in al zijn eenvoud, de weg terug, dat maakt het heel bijzonder.
Als we weg gaan, terug naar beneden, begint het te regenen, mist, langzaam rijden, er is geen afrastering rechts naast de weg. We gaan naar Skarsvag, camping, we vragen naar een hut, maar die zijn allemaal verhuurd. We zetten gewoon de tent op. We zijn op de noordkaap.

naam *
bericht *
Stuur mij een e-mail bij nieuwe reacties op dit verhaal.
naam *
bericht *
Stuur mij een e-mail bij nieuwe reacties op dit verhaal.

Niets doen.

Als ik de krant zit te lezen kijken mijn ogen weg van het papier naar buiten, ik zie niet wat daar gebeurt, mijn blik is naar binnen gericht, soms schiet me iets te binnen waar ik al heen lang niet aan had gedacht, een idee om te maken verschijnt als een bouwtekening in mijn hoofd, tekeningen, schilderijen zijn al af in mijn hoofd. Het komt ook wel op andere plaatsen voor dat ik opeens "weg" ben in mijn hoofd, ik weet nog precies wat er om me heen gebeurt, ik kan ingrijpen als er iets verkeerd gaat, het is niet gevaarlijk. Als ik buiten zit overkomt me het ook geregeld, ik zweef weg uit mijn boek of wat ik ook aan het doen ben, ik ben er even niet, ik doe niets; een heerlijk gevoel. Ik kom weer bij zinnen, kijk op de klok, het is vijftien minuten later, waar blijft de tijd, de tijd staat niet stil, nooit, mijn bewustzijn maakte pas op de plaats, ik schrik er niet van. In de zaterdagdag krant stond een artikel "nietsdoen is bijna niet te doen", er is een workshop nietsdoen om het te leren, therapeuten, noem het maar op, echt niets doen is alleen voor de doden weggelegd, zo ken ik ook nog wel een paar dooddoeners. Er wordt gefilosofeerd over nietsdoen, het gaat over tijd, over de klok: we hebben altijd de tijd bij ons, het gaat over nietsdoen oefenen, het moet niet gekker worden, denk ik. Nietsdoen wordt ook wel luiheid genoemd, ledigheid is des duivels oorkussen, luiheid zou een deugd moeten zijn wordt er geschreven, zet het voor mijn part in je agenda: vandaag ben ik lui, nietsdoen, ik ga het voortaan plannen, zegt iemand.

Nietsdoen moet je gewoon laten gebeuren, neem er de tijd voor (weer het woordje tijd) en ga het vooral niet plannen, dat wordt niets, tenminste niet bij mij. Ik ga zitten niets doen, dat lukt natuurlijk nooit, het is het mooiste dat er is, in alle rust nietsdoen, dat kan altijd en overal. Daarvoor hoef je niet naar de Noordkaap te zijn geweest om het te ervaren, het kan gewoon in een luie stoel thuis.

Nu.

Nu ga ik slapen, morgen gaat het over niets doen dan sta ik vroeg op.

Het huis zegt: AU.

Als ik vrij ben, natuurlijk ben ik altijd vrij, ik bedoel als ik niet hoef te werken, maar werken doe ik thuis ook, in ieder geval sta ik op vroeg of laat dat maakt niet uit, zorg voor de dieren, koffie en de krant. Meestal begin ik de dag zonder muziek, van morgen hoorde ik een gekreun, het hout van het huis werkt dacht, maar ik hoorde AU en nog een keer, AU. Ik stond op, liep naar buiten om het huis heen, er was niks aan de hand, binnen zette ik nog een kop koffie en voordat ik kon gaan zitten zei het huis: "Weet je wel dat ik heel veel moet dragen, een wand met platen, honderden boeken, jij loopt ook nog door het huis met een hond, soms weet ik niet of ik dat allemaal wel kan tillen." En zei het huis: "De buitenkant baart me zorgen, binnen is het lekker warm, daar zorgen de jongens voor, maar jij laat het behoorlijk afweten, de verf bladdert af, de serre staat in haar blootje, kozijnen zijn verrot, doe er wat aan. Het huis is lief, ze geeft me onderdak, maar ik kan het niet te bont maken anders zegt ze AU, de grond trilt, het huis lacht, wat zijn jullie bang voor AU, het stelt niets voor bij een echte AU stort alles in.

Hikari groet de dingen.

Oom Drewes stuurt me van alles op via de mail, van een ego-document naar artikelen over geloof, leven, stukken die zijn broer (mijn oom) Ep heeft geschreven, het is heel veel. Ik probeer alles te lezen, blader het door, net hoeveel tijd en zin ik heb naast alle andere dingen die ik doe en moet doen. Hij stuurde me de titel van een boek dat hij aan het lezen was, "Hikari groet de dingen" van de Japanse schrijver Kenzaburo Oë, dat gaat over zijn zoon Hikari die in 1963 werd geboren met een ernstige hersenbeschadiging, doktoren meenden dat hij zich nooit verder zou ontwikkelen dan "een menselijke plant"die zonder voortdurende verzorging niet kon blijven leven. Toch besloten zijn ouders om Hikari (zijn naam betekent Licht) thuis op te voeden. In deze srene memoires komt Kenzaburo Oë tot de slotsomdat de worsteling die zijn gezin sinds die tijd heeft doorgemaakt, genezend werkte.Niet alleen voor Hikari, die opbloeide dankzij de liefde die hij ontving, maar ook voor de andere gezinsleden, dankzij de liefde die zij konden schenken. Hikari vond uiteindelijk zijn levensvervulling in de muziek, thans is hij een van de succesvolste componisten van Japan.

Drewes moest aan mij denken toen hij het boek las, ik zorg voor mensen met een hersen-beschadiging, zwakzinnige mensen, mensen met een beperking, hoe je ze ook wilt noemen, ze zijn in hun leven afhankelijk van andere mensen. Ik schrijf er niet zo vaak over omdat ik het inmiddels heel gewoon ben gaan vinden om voor ze te zorgen, het is meer dan werk. Ik ga niet zeggen dat het een roeping is, iets verhevens, het is gewoon een baan waar ik in ben gerold toen ik werk, dat is een inkomen, zocht, zo een voudig is het. Als dan blijkt dat het iets is waar ik me helemaal thuis voel is dat mooi meegenomen, meer niet. Er valt zoveel over te zeggen en te schrijven, zorgen voor een medemens, die dat zelf niet zo goed kan, maar wel een prachtig mens is, ik kan er eindeloos veel verhalen over vertellen, maar het gaat niet om mij, ik red me wel, maar hoe wij om gaan met die ander.

Een klein stukje uit het boek;

Een van de films was een prachtige documentaire waarin een deel werd gevolgd van een tocht die een vrouwvan twintig alleen maakte in een rolstoel. Vanaf haar huis naar Kioto en vandaar naar het huis van haar grootmoeder op het platteland werd deze jonge vrouw gevolgd door de camera, en deze registreerde allerlei nieuwe ervaringendie ze opdeed en haar sterker maakten. Maar tegelijk toonde de mooie, vastberaden uitdrukking van haar gezicht sporen van het lijden en het gevoel van vergeefsheid dat de tocht moet hebben teweeggebracht. Ik heb weliswaar geen toestemming gekregen om haar precies te citeren, maar iets wat deze jonge vrouw zei maakte diepe indruk op mij, en ik wil de strekking ervan graag weergeven. Ze zei dat ze het belangrijk vond dat gehandicapten er zelf op uit trokken en deden wat ze wilden doen, zelfs als dit overlast voor anderen betekende. Misschien zouden ze niet-gehandicapten wel om hulp moeten vragen, en zou dit misschien niet altijd goed vallen, maar dat deed er niet toe, zolang ze konden doen wat hun hart hun ingaf.

"ZOLANG ZE KONDEN DOEN WAT HUN HART HUN INGAF."


Toen ik de titel van het boek las moest ik denken aan een gedicht van Paul van Ostaijen, Marc groet 's morgens de dingen:

Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem ploem ploem

dag stoel naast de tafel

dag brood op de tafel

dag visserke-vis met de pijp

en

dag visserke-vis met de pet

goeiendag

DAA-AG VIS

dag lieve vis

dag klein visselijn mijn

Two old friends.

Two old friends of mine, ik moest aan jullie denken door een mail van John, hij vindt mijn verhalen te persoonlijk of zo, ik begrijp het niet zo goed, maar hij heeft gelijk, het is al zolang geleden dat we vrienden waren, maar de herinneringen zijn van gisteren.

Geschreven op1 juli 2015

Two old friends of mine

Uitslapen, een flinke onweersbui en daarna samen op een bankje zitten lezen, maar vooral praten , in de zon. We doen weinig. 's Middags even naar het dorp om boodschappen te doen. Lezen met een biertje en na het eten voetbal kijken. Klaverjassen, altijd gezellig en weer voetbal. Slapen.

Two old friends van Magna Carta, een groep die voornamelijk akoesties speelde met prachtige samenzang. Het nummer gaat over vrienden van vroeger, die lief en leed deelden vol idealen, maar wat komt er van terecht later als ze groot zijn. Zinnen als, You can't live on a shoe- string en you can't get a mortgage on a castle in the air. Ik had twee van die vrienden, joop en john. John kende ik al van de lagere school, hij ging een paar keer mee naar duitsland, dan hoor je er echt bij. Joop leerde ik pas op de middelbare school kennen, we hebben veel samen beleefd en gedeeld. Hij kreeg verkering en trouwde later met Mathilde, zo was het makkelijk om contact te houden. John verloor ik uit het oog, af en toe nog sporadisch contact via de mail, maar van beide kanten was er geen behoefte om elkaar weer te zien en dan blijft het er bij. De idealen van vroeger, samen het leven beleven en delen zijn verdwenen met hem, al lang geleden, twee vrienden in een heel andere wereld.
Met Joop is dat anders gelopen, hij werd familie en is altijd dichtbij gebleven, vooral in het beleven en het samen delen van veel dingen, maar dat heb ik wel moeten leren. En nu door deze reis, die we samen hebben gemaakt.

Two old friends of mine
I saw them only yesterday
They where there
But I got the feeling
They had gone away,
Gone away from each other
And I was alone
Killing time
A stranger in the silence of their company

Two old friends of mine
Is this all life has left of you?
Who took the laughter, the times
We said what we were going to do?
When we were grown and ready
To take on the world, with a song
And now the tune is one
You can't remember

Who lost the reason
For being together?
Who says the money won't go round?
Once it was love
And we'll live on a shoestring
But they don't give no mortgage
On a castle in the air

Two old friends of mine
A dripping tap
And a broken old chair
And if I read between the lines
Someone's lonely
Someone doesn't care
If it's all gone by tomorrow
For tomorrow's been and gone
Like a bird
That has no home

Ongeveer 706 resultaten

naam *
bericht *

Verwarming.

Het is even wennen aan de nieuwe verwarming, zoeken hoe ik 's nacht en als ik er niet ben de temperatuur op 18 graden houdt. Het is de afstelling van de "fan" samen met de temperatuur, het zegt jullie waarschijnlijk niets, maar het werkt nu prima. Als ik thuis kom zet ik de thermostaat op 24 en de "fan" voluit, dan is het zo 20 graden, dan gaat alles weer omlaag, het is heerlijk warm en het mooiste is dat het apparaat een fractie van de stroom verbruikt dan de oude electrische verwarming, die staat nu op 15 graden in geval dat.....

Nu nog even het journaal op uitzending gemist kijken, morgen thuis aan de slag en een langer verhaal.