Haastige spoed.
Na een late dienst wil ik meestal snel naar huis om nog eventjes rustig te zitten voor ik ga slapen, vandaag stapte ik in de bus, draaide het sleuteltje om en niks. Nu ben ik er wel aan gewend dat de bus kuren heeft, maar de laatste tijd liep ze als een zonnetje, startte direct, wat dit nu weer is? Een collega zette zijn auto naast die van mij, startkabels heb ik altijd bij me en ja hoor, de bus sloeg gelijk aan, zo snel mogelijk naar huis zelfs met weinig zicht door bevroren ramen, het maakt niet uit. De bus reed prima en thuis startte ik nog een keer, geen probleem, morgen nog maar eens proberen, niets is onvoorspelbaarder dan mijn bus, dat houdt het spannend, maar ik zit er niet echt op te wachten. Motor en bus moeten starten en rijden, maar ze worden ook een jaartje ouder net als ik, dan krijg je dat soort problemen.
Machinekamer.
Er is een ventilator in de deur gemonteerd om de warme lucht van de kamer naar de gang en naar boven te blazen, of het werkt weten we nog niet, het is zo goed als zonder geluid, dat scheelt. Het huis komt vol te staan/te hangen met apparatuur die het energie verbruik drastisch, dat is heel veel, moeten verlagen en inderdaad na een paar weken blijkt dat het enorm scheelt. Het verbruik daalt naar een derde tot een kwart van wat het was, ik kom nu bijna uit op nul, nog even afwachten, een paar zonnepanelen erbij en ik krijg geld terug, helemaal goed. Helemaal met het plan om minder te gaan werken en de geldelijke gevolgen daarvan, het valt mee, er is veel te regelen, zowel wat uren betreft als met het geld, ook wel belangrijk, het wordt tijd om andere dingen te gaan doen voordat mijn tijd op is, time flies, het gaat zo snel, ook lijkt dat niet zo als je leeft bij de dag. Dat is het beste van dag naar dag leven, dat het ik altijd gedaan, nooit ver in het voren gedacht, laat staan plannen gemaakt voor de toekomst of doelbewust gestreefd, ambitie heet dat, naar een "betere baan", wat dat dan ook mag zijn. Werk was er altijd, het vond me op de juiste momenten, niet altijd prettig of aangenaam soms ronduit smerig, maar ik kon er van rond komen, meer kan ik niet wensen. Over ambitie kunnen we nog wel een keer praten, dat is iets wat ik niet heb, het is altijd goed op het moment zelf waar dan ook, met wie en in welke omstandigheden, dat maakt niet uit. Misschien is dat het, het streven om er te zijn zonder ambitie om maatschappelijk vooruit te komen, te klimmen op de ladder van succes, het is genoeg om mijn werk te doen, wat dat dan ook is.
Vasten.
Vasten is een gewoonte, een traditie die steeds meer mensen overnemen, gaan volgen of hoe noem je zoiets, vanaf as woensdag veertig dagen sober leven tot de paasdagen, het is prachtig en navolgens waardig. Vanmorgen had ik het goede voornemen, net als op het einde van het jaar, om me in alle geneugten te beperken tot bijna niets, er komt niets van terecht. Ik rijd langs de winkel en in plaats van frisdrank koop ik bier, dan denk ik nog ik zet het in de kast en drink een glas water als ik muziek luister, niets is minder waar. Ik kijk naar de televisie, onze premier houdt een grappige speech, gevolgd door het antwoord van de tweede minister van cabaret, niet youp die geveld is door te weinig vasten, het goede leven zie je aan hem af, maar niet lang meer, want hij gaat in traini9ng bij de tweede minister van het cabaret, Dolf. Prachtige vertelling, dank je, alles wordt benoemd, kus Dolf.
De vastentijd sla ik over, na mij de zondvloed.
Het huis kraakt.
Ik woon in een houten huis dat onderhevig is aan de krachten van de natuur, het klinkt erger dan het is, er kraakt elke dag wel iets, ik ben er aan gewend, het huis stort niet in. Ook niet door de bevingen in Groningen, tenminste dat hoop ik, hout is toch wat veerkrachtiger dan steen, het vangt de klappen beter op, ik ben geen expert, ik weet het niet zeker. Het waait rond het huis, gekraak alom, bomen buigen door, er vliegt van alles weg dat ik later weer op moet halen, het is niet erg. Soms droom ik nog wel eens van de woonark waarin we woonden, slecht weer, storm, de boot ging heen en weer, de touwen knapten tot we kabels van staal hadden. In mijn droom zinkt de boot, drijft af, het zweet breekt me uit, het is nooit gebeurt gelukkig. Ik draai nog een plaat "Riders on the storm".
Een ander verhaal.
Een ander verhaal is carnaval, ik doe mee op het werk, dat kost me geen moeite, het hossen niet, de liedjes zing ik uit volle borst mee, ik doe gek, dat is al heel wat voor mij. Vandaag werd de optocht afgeblazen door de harde wind, zodat er geen ongelukken konden gebeuren, nu is het weer voorbij, dat vind ik niet zo erg. De vastentijd begint, tegenwoordig doen steeds meer mensen mee, jezelf iets veertig dagen ontzeggen, stil staan bij de overvloed waarin we leven, eigenlijk moet je dat het hele jaar doen, ik vergeet ook vaak om mijn zegeningen te tellen en er blij mee te zijn, er van te genieten, Fien zei het al, geniet van het leven, je bent er maar even.
Angst of bang?
Angst is een gevoel van beklemming, vrees, onveiligheid of onzekerheid, dat is een graadje erger dan bang zijn, benauwd zijn. Ik ben niet zo gauw bang, niet voor ongewone dingen of vreemde mensen, het kan niet gek genoeg in mijn gevoel, in mijn beleving, laat het maar gebeuren. Angst is een ander verhaal, daar heb ik geen grip op, het overvalt me op de vreemdste momenten, vaak komt het niet uit, ik ben een gesprek begonnen met iemand en kom niet meer uit mijn woorden, ik rijd op de motor, een snelheidsduivel haalt me in en even weet ik niet wat te doen, remmen of gasgeven. Ik was bang in het donker, ik durfde de tent niet uit toen ik een spannend boek las, De Geverfde Vogel van Jerzy Kosinski, nu loop ik een uur door het donker wel samen met de hond die me voor onraad waarschuwt. Angst is een ander verhaal, een roofdier dat me bespringt als het niet uitkomt, onverwacht, maar dat is roofdieren eigen, je weet nooit wanneer ze toeslaan, het komt nooit uit. Angst gaat vooral over dingen waar ik niet mee om kan gaan, waar ik tegen op zie, dat kan zijn van het maken van een afspraak bij de kapper, het halen van hooi of stro, een afspraak maken op het werk om minder te gaan werken, iemand die langs wil komen, dat soort zaken, contact met anderen stel ik liever uit of af. Ik probeer het wel via de mail, telefoon, maar het komt er niet van, ik stel de afspraak uit, vergeet een ontmoeting of verzin een smoes om er onder uit te komen, eerst ben ik enthousiast, maar als het er op aan komt ben ik weg.
Waar komt dat vandaan vraag ik me al heel lang af, ik ben niet bang voor mensen, maar soms wel om ze te ontmoeten, tegen te komen, vooral als ik er niet op voorbereid ben. Ik trek me terug in mijn huis, ik maak er een paleis van en ik ben de koning, ik houd mijn kleren aan, ik laat me niet gek maken, daar ben ik niet bang voor
Joost.
Joost is de bediende van heer Olivier B. Bommel, maar ook de voornaam van Zwagerman, wiens gedichtenbundel over God ik zit te lezen, nog niet alle gedichten dat is te veel voor één avond. Wakend over God heet de bundel, dat is zorg dragen voor God, wat een mooie titel dacht ik, misschien is dat het wel, we laten God altijd in de kou staan omdat Hij niets doet aan alles wat er gebeurt in de wereld, maar Hij kan er niets aan doen want wij veroorzaken de problemen, wij schuiven onze verantwoordelijkheid af naar Hem, dat is wel heel gemakkelijk. Ik denk dat we voor God moeten gaan zorgen, Hij kan het niet alleen, ook niet samen met zijn Zoon en de Heilige Geest, dat is drie maar altijd nog te weinig om de wereld te verbeteren, dat moeten wij zelf doen. We moeten zoeken naar de God in ons zelf (lees het Thomas evangelie) om zo het licht te vinden, verlichting in ons duistere zelf.
Carpe diem.