Koude handen.
Vanmorgen had ik koude handen, lees de krant, koffie, weet niet zo goed wat te doen, nog steeds zijn mijn handen koud. Wandelschoenen aan en lopen, geen gezeur van ik voel me niet lekker, een uurtje door de weilanden en ik voel me weer fris, dacht ik, mijn handen blijven koud, koken, hachéé (wel vegetarisch) met rode kool, heerlijk gegeten. Ik zet de televisie aan om het journaal te kijken, niks helemaal niks, boos worden heeft geen zin, het abonnement opzeggen denk ik, wat een gesukkel, waarom kan ik niet gewoon televisie kijken zonder steeds de stekker er uit te trekken en nu helemaal niets. Ergernis der ergernissen, het is niet anders, verder lezen is ook wel weer prettig, misschien dat ik de televisie de deur uit doe, morgen lees ik het wel in de krant van papier. Opeens begint de televisie weer, terugkijken?
Wennen.
De vormgeving van reismee is totaal veranderd, ik moet mijn weg er nog in zoeken, een beetje verdwaald in mijn verhalen, maar morgen heb ik er meer tijd voor om er naar te kijken en te schrijven.
Een boek als een bijbel.
Ik heb het boek dat in IJsland speelt uit, het is een boek als een bijbel, het oude testament beter gezegd. Het begint niet met het paradijs, wel over een wreed ontwaken uit je dromen, een vriend gaat dood, een reis volgt, liefde en haat, ontrouw, verliefdheid, een barre tocht door sneeuw en ijs, verlossing, redding, hoop en uiteindelijk het vinden van de liefde , nog net gered van de dood of ook net niet, het einde is open, er kan nog van alles gebeuren, maar er volgt geen nieuw testament, de redder ben ik zelf.
'Nu ben ik klaar om te sterven, zegt hij en hoort de zee dichterbij komen, hoort hoe het water in de duisternis van de aarde wordt gezogen, als de dood, als dat wat niet te begrijpen is. Kus me nog een keer, zegt ze en dan houdt de vloed naar binnen op. Ja, zegt hij en hij begrijpt het. Ja, zegt hij, want wanneer begint het leven en wanneer wordt de dood een halt toegeroepen, als het niet met een kus is?'
947 bladzijden vol met prachtige zinnen, woorden die tot de verbeelding spreken, ze maken de kou nog kouder, de liefde nog intenser, een reis van een paar dagen lijkt weken te duren, de dood wordt lichter dan het leven, het leven lijdt onder het verlies van een vriend, niemand komt terug uit de dood.
In het oude bijbeltje dat ik van mijn moeder kreeg toen ik op kamers ging, telt het oude testament 986 bladzijden dun papier, de taal is anders, de strekking het zelfde. In het nieuwe testament is een kus ook heel belangrijk, een kus die tot de dood leidt en na drie dagen de opstanding, zo gaat het verhaal.
Eenden en meerkoeten.
Ik las in de krant dat er steeds minder eenden en (misschien) ook wel meerkoeten zijn, ik zie er weinig in de sloten in de de weilanden waar ik vaak rondloop, ganzen zijn er genoeg, reigers ook, steeds meer zilverreigers, maar eenden? Vandaag reed ik naar Groningen, op bezoek bij mijn moeder, langs het Eemskanaal, op de dijk langs het kanaal zag ik een grote groep eenden, een paar meerkoeten ertussen, verder op nog meer, steeds meer, duizenden eenden en meerkoeten zaten in de prachtige winterzon in het gras gezellig bij elkaar. Ik ben weer gerust gesteld, soms ben ik geneigd om ook somber te gaan denken over de natuur, hoe het verder moet, het valt nog mee in het noorden. Er wordt gebeefd, een cabaretier komt een week lang langs om ons op te roepen in het geweer te komen tegen de gevestigde orde, maar ik voel me op mijn gemak in de natuur, die kan wel wat hebben.
Laten we zuinig zijn op onze omgeving, we hebben maar één natuur, misschien dat we haar wat meer met rust moeten laten.
Kapsel.
Politici met een blond kapsel zijn populair, trekken veel stemmen, als je haar maar goed zit, ze spreken net zo snel als hun haar in model zit, onberispelijk, alleen zijn de woorden die ze zeggen zonder betekenis, een holle frase; een holle frase is een zin of uitdrukking die mooi of indrukwekkend klinkt, maar bij nadere beschouwing weinig om het lijf heeft. Vaak gaat het om beloftes of idealen die niet waargemaakt worden, dat moet natuurlijk nog maar blijken, maar ik heb er weinig vertrouwen in. Natuurlijk ga ik stemmen, maar de holle frasen hoor ik ook van politici waar ik in geloofde, het is een toneelspel geworden, de geloofwaardigheid van de woorden is verdwenen. Vroeger, hoor hem denkt iedereen, werd er gedicussieerd met elan, humor, respect, begrip voor de ander, nu lijkt het alleen op het winnen van stemmen als je iets zegt, het heeft weinig inhoud, misschien verdien je er een plaats mee in een populair tv programma, je word gezien of je verliest zetels, alleen woorden tellen, ten minste woorden die werkelijk iets zeggen. Welke politicus staat op en zegt wat hem of haar werkelijk bezig houdt zonder p.r. of media training, oprecht en vanuit het hart.
Werk.
Van hard werken is niemand minder geworden, je verhuurt jezelf aan een bedrijf om geld te verdienen, het liefst veel geld, maar over het werk wat je moet doen heb je niet zoveel te vertellen, het wordt je opgedragen of je het leuk vind of niet. In de bloembollen waar we begin jaren zeventig vacantiewerk gingen doen, op de bonnefooi we wisten niet wat ons te wachten stond, moesten we letterlijk en figuurlijk het werk veroveren, we gingen op een maandag achter de sorteermachine staan omdat die plaatsen vrij waren, onze voorgangers waren er mee gestopt en vertelden ons wat we moesten doen. Het pakte goed uit, we werkten keihard, langharig als we waren, we pakten alles aan, van overwerk tot nog meer werk, niets was te gek, we werkten op zaterdag, maar dan was er niemand en konden we het werk uitsmeren over een hele dag, overwerk betaalde beter. Hard werken om de hyachinten op de stellingen te storten in het oude gedeelte van het gebouw, manden moesten worden opgetild en leeg gegooid in een bak die aan de stelling hing, het was hoog, twee meter, zwaar werk, later werden de gedroogde hyacinthen weer opschept en gesorteerd op maat. Droge hyacinthen hebben als nadeel dat er door de fijne stof, een soort naaldjes die in je poriën doordringen, je een enorme jeuk krijgt, krabben is geen optie dan wordt het alleen maar erger, elke pauze douchen helpt, je kreeg wel een toeslag voor het werk, jeukgeld, hoeveel het was weet ik niet meer. Ik heb het overleefd, Jolle werkte samen met Hannes, een ouwe taaie die de manden bijna uit je handen rukte en niet geloofde dat de mensen op de maan rond liepen, het was show.
Ik draai muziek van Bach, ik vond een box met 19 platen met al zijn orgel werken, lees mijn boek uit en ga vroeg slapen, morgen wandelen in Duurswold.
Het is moeilijk om een hond te vinden, regels zijn streng, mensen willen van hun hond af omdat ze te klein behuisd zijn, te weinig tijd hebben om het beestje uit te laten, maar uiteindelijk vinden ze het toch te zwaar om afstand te doen van het lieve dier, dat kan ik wel begrijpen.
Hard werken.
Ik wilde iets schrijven over hard werken, dat kan helemaal geen kwaad, maar ik was de afgelopen dagen bezig met het adopteren van een hond, dat valt nog niet mee. Lange vragenlijsten moest ik invullen, waarna ik dagen op antwoord heb gewacht, niets gehoord of ik moet een omheining om mijn tuin plaatsen, ik stop er even mee, nog één hond staat in de belangstelling, gewoon van iemand uit de buurt, die te klein woont, te weinig tijd heeft om het beestje uit te laten (waar begin je aan denk ik, dat weet je toch van te voren), ik wacht af en anders loop ik gewoon weer met mezelf te wandelen.
Rijzen.
Ik heb het deeg voor het bierbrood gekneed, het moet minimaal acht uur rijzen, morgenvroeg ga ik verder om het brood nogmaals te kneden en daarna af te bakken. Heerlijk om thuis te zijn, buiten is het donker en koud, binnen brandt de houtkachel, Indiase sperziebonen met aardappel kerrie gemaakt met appel chutney van vorig jaar. Het leven is goed in het noorden, een prachtig boek, genoeg bier en the Mama's & the Papa's op de draaitafel, minder werken is geen straf, werken ook niet, ik geniet er van, carpe diem en altijd denk ik er gelijk achter aan, memento mori.
Memento mori is een Latijnse zin die traditioneel wordt vertaald als Gedenk te sterven of Denk eraan te [moeten] sterven. Vrijere vertalingen zijn Bedenk dat u sterfelijk bent of Denk aan je eigen sterfdag. Het is het devies van de trappistenorde. De spreuk komt al voor op zilveren Romeinse bekers.
Tertullianus meldt[1] dat tijdens een triomftocht door Rome een slaaf achter de triomfator op zijn zegewagen stond die hem in het oor fluisterde "Respice post te! Hominem te memento!" (Kijk achter je! Bedenk dat je slechts een mens bent!). Dit om te voorkomen dat de triomfator zich verheven zou voelen, waar de Romeinen "als de dood" voor waren (zie ook Lucius Tarquinius Superbus). Dit verhaal wordt echter door geen enkele moderne schrijver bevestigd.[2]
Het memento mori ligt dicht bij een ander Latijns thema, het carpe diem (pluk de dag). In de middeleeuwen dacht men meer aan het memento mori (denk eraan dat je op een dag gaat sterven en dat je voor het aangezicht van God zal verschijnen). Hedendaags, in onze verwereldlijkte samenleving, denkt men meer aan het carpe diem (pluk de dag en maak plezier).