thuismetsijtze.reismee.nl

Tempel.

Mijn handen besturen alles wat ik doe samen met mijn benen, lopen is zo gewoon dat ik er niet over nadenk, als ik op pad ga met de honden denk ik er niet aan dat mijn lichaam me wel eens in de steek zou kunnen laten  onderweg. Ik loop elke dag hetzelfde rondje, heen en weer of andersom, de honden kennen de weg, ze weten meer dan ik over de natuuur, geuren die mij ontgaan ruiken zij, ze plassen synchroon,  daar doe ik dan weer niet aan mee. 

Ik kijk naar mijn armen,  mijn lijf, volgend jaar tien kilo lichter, een lichaam is een tempel heb ik weleens gehoord, je moet er zuinig op zijn, maar er zijn zoveel verleidingen die ik maar moeilijk kan weerstaan, mijn lichaam heeft het soms moeilijk, maar protesteert nog niet.

. 

Fietsen zonder handen.

Ik zit te lezen in mijn stoel, Mary Coughlan op de draaitafel, ik luister en lees, even afgeleid door de muziek kijk ik naar mijn handen, handen waar ik mee gewerkt heb, ze zijn nog steeds sterk, handen met kapotte nagels, vroeger beet ik ze af, nu groeien ze verkeerd. Handen waarop de aders te zien zijn, bruin, verweerd, handen die meer weten dan ik me kan herinneren als het over de liefde gaat, mijn handen zijn stil, bewegen, doen wat ik wil, ze schrijven mijn verhaal, fietsen zonder handen,het zijn mijn handen.

Watch out where the huskies go, and don't you eat that yellow snow.

Frank Zappa – Don't Eat The Yellow Snow Lyrics

Dreamed I was an Eskimo
Frozen wind began to blow
Under my boots 'n around my toe
Frost had bit the ground below
It was a hundred degrees below zero

And my mama cried
And my mama cried
Nanook, a-no-no
Nanook, a-no-no
Don't be a naughty Eskimo
Save your money, don't go to the show

Well I turned around and I said oh, oh oh
Well I turned around and I said oh, oh oh
Well I turned around and I said ho, ho
And the northern lights commenced to glow
And she said, with a tear in her eye
Watch out where the huskies go, and don't you eat that yellow snow
Watch out where the huskies go, and don't you eat that yellow snow

om af te spelen op de titel klikken:

don't eat the yellow snow and nanook rubs it

Vespers en Frank Zappa.

Ik trok een plaat van Frank Zappa uit de kast, Johnny "Guitar" Watson zingt de lead vocals, verrassend, hiervoor draaide ik Russische Kloster-Vesper gezongen door de monniken van de Benediktiner Abdij Chevetogne. Dat is het mooie van muziek, er is altijd iets nieuws, de platen kast staat er vol mee, ik vraag me vaak af wie die platen heeft gekocht, soms staat er een naam op, af en toe met een boodschap of felecitatie, op deze Lp's staat alleen de prijs, Frank kostte 34,95 gulden, dubbel elpee, voor de Vesper moest 21,50 worden betaald, het blijft veel geld voor muziek, maar als je er van houd dan betaal je dat gewoon. Ik had geluk, soms zijn platen heel goedkoop, mensen vergeten de waarde van muziek, liever digitaal op CD dan een tik op de plaat.

Er is nog zoveel te ontdekken in de platenkast, ook in de schuur, er staan nog een paar duizend 78 toeren platen op een schoonmaakbeurt te wachten en om gedraaid te worden, genoeg te doen deze winter.

Een enkele bloem.

HAIKU


honden uitlaten

ik loop door golvend groen gras

een enkele bloem

Op weg terug.

Toen ik vanmorgen wakker werd hoorde ik al iemand opruimen, lege bierblikjes, rommel, stoelen werden op hun plaats gezet, ik draaide me nog een keer om, tevergeefs, de slaap was verdwenen, opstaan, douchen, inpakken, als je op een motor reist is de hoeveelheid bagage beperkt, twee koffers zijn zo ingepakt. We zijn laat, om 10 uur komt de schoonmaakster, het ontbijt schiet er bij in, Lo zijn heerlijke gebakken eieren moeten wachten tot een volgende keer. We rijden voorzichtig over het modderige pad tot aan de betonplaten, door de polders van noord Groningen naar Termunterzijl, helaas ook daar geen ontbijt, alles is gesloten, dan maar naar huis voor een kop koffie en iets te eten. Volgend jaar naar Bladel in Brabant, een natuurhuisje van staatsbosbeheer, ik heb er nu al zin in.

Rondje Groningen - Drenthe.

Op zondagmorgen hijsen we ons allemaal in het motorpak, de zon schijnt tussen de wolken door, een stevig windje waait, prima motorweer na de zondvloed van gisteren. We rijden naar Bourtange, een prachtig vestingstadje, waar we koffie drinken en over de verdedigingswal lopen, het is zondag, druk met dagjesmensen net als wij. Als zondagsrijders vervolgen we onze weg, rustig aan door het mooie landschap van Groningen richting Drenthe, broer Kees bepaalt de route, helemaal goed, twee broodjes kroket, boomstammen genoemd, in een restaurant bij het boomkroonpad, wat wil een mens nog meer, met ons zessen op pad in alle harmonie dat doen we al jaren en hopen het nog net zolang vol te houden. Terug bij het huisje gaat iedereen zijn eigen gang, stukje hardlopen, boodschappen doen, even heerlijk achterover wegdommelen in het zonnetje, we zijn geluksvogels, daar hebben we het gisternacht over gehad bij een vuurtje, wij zijn er nog allemaal, de kinderen en kleinkinderen zijn gezond, doen het goed op alle gebieden, wij zijn gezegend. Even denk ik aan Job uit de bijbel, met wie het aanvankelijk ook voor de wind ging, hij verloor alles in een spelletje geloven tussen God en de gevallen Engel ook wel Satan genoemd om te zien hoe sterk zijn geloof zou zijn, uiteindelijk komt het goed, maar wat voor zin heeft het gehad.

Een avond met spelletjes en gesprekken, die tussen ons blijven, iedereen weet wat hij gezegd heeft, ik moet er nog een tijdje over nadenken, maar het is goed zo.

Heksenketel.

Een etmaal lang regen hebben we nog nooit gehad tijdens een motorweekeinde, gisteravond een film kijken, MASH, maar die bleek gedateerd, de een na de ander haakte af, ik ging op tijd naar bed. Om 6.15 uur werd ik wakker, regen, even plassen en verder slapen tot een uur of negen, samen me broer Kees de speksteenkachel weer aangestoken, kopje koffie naast de kachel, heel langzaam kwam iedereen te voorschijn, ontbijten en nadenken over wat we gaan doen deze dag, wandelen in de regen en een stoofpotje maken in de heksenketel. De heksenketel schoonmaken, boven het vuur hangen met water, later blijkt dat er geen water in moet maar olie en of boter, water eruit, donkerbruin van de roest, broer Lo leest het recept van de sttoofpot, hij is de Chef, wij luisteren naar hem, volgen zijn aanwijzingen op, ondertussen wordt er bier gedronken, we hebben Veltins, De Klok, Grolsch en Schultenbrau, iedereen kiest zijn eigen smaak. De stoofpot hangt te pruttelen boven het houtvuur, dat bepaalt de smaak, kruiden moeten er nog in, op het laatst de krieltjes en de doperwten, iedereen bemoeit zich er mee, we proeven, heerlijk. Ondertussen word er geklaverjast, ik lees mijn boek uit, geef het door naar Jolle, zo gaat het, niet te lang blijven hangen in een verhaal, thrillers gaan steeds meer op elkaar lijken, ik heb ze steeds eerder uit, boeken worden in enorme hoeveelheden geschreven, iedereen kan schrijven net als schilderen, schilderijen van BN ers vliegen als zoete broodjes over de toonbank, ik denk dan schoenmaker houdt je bij je leest. Het wordt tijd om weer te gaan schilderijen, dat soort dingen , ik ben ook een schoenmaker die zijn leest zoekt, lang geleden kwijt geraakt, maar hij stond op de veranda, vlakbij, soms ben ik blind als het over mezelf gaat.