Herfstlicht.
Ik weet nog niet precies wat ik ga schrijven, eerst even lopen met de honden. Julian Bream & John Williams spelen gitaar, togheter again heet de plaat. De zon schijnt net over de bomen, het is zes uur in de avond, een wazig licht straalt over het land, prachtig, de wereld is gehuld in een herfstmantel van bruin, rood en geel; groen is even uit de mode totdat het weer voorjaar wordt, het is niet anders, elk jaar hetzelfde, ik begin er aan te wennen.
Morgen maar.
Ik lees de weekeinde bijlage van de krant, Trouw, Â zes pagina's over app en, vrouwen van 50+ maken de balans op, het nieuws wordt met de dag treuriger, op de sportpagina is het kommer en kwel, Â letter & geest heb ik nog niet gelezen, morgen maar.Â
Ik kijk niet meer naar het journaal, nu denk ik er over om ook de krant op te zeggen, de televisie kan ook wel de deur uit, even een vlaag van verstandsverbijstering, dat gaat wel weer over.
Stroop.
Ik heb erwtensoep gemaakt voor een weeshuis, lekker, ik eet twee roggebroodjes met stroop, het druipt er tussenuit op mijn t shirt en spijkerbroek, morgen gaan ze in de was. Stroop smeren zie ik zo vaak, iemand anders lekkers maken met jouw woorden of gedrag, niet erg als het daar bij blijft, maar blijf met je poten van een ander af.
Niet te houden !
Ik ga weg in de regen, kom terug als de zon schijnt, de jas kan uit, heerlijk om te lopen met de honden, het maakt niet uit wat voor weer het is, ik trek er op uit. Vlak voor ons komt een ree langzaam uit de bosjes gelopen, blijft staan, ziet ons, bedenkt zich en schiet terug in de struiken, de honden staan op hun achterpoten. De ree rent weg, springt over een sloot en verdwijnt in de verte, de honden zijn haast niet te houden acht poten willen een andere kant op dan ik, ze piepen (jachtpiep), ik wacht maar even tot ze weer rustig zijn, ze gaan zitten, 5 minuten later kunnen we verder, maar ze blijven achterom kijken.
Kokostaart.
Onze moeder bakte vaak een kokostaart, elk weekeinde maakte ze wel iets lekkers, witte bolletjes met rozijnen, mijn broer Peter had opeens zin in kokostaart; maak jij er ééntje voor de kerst, vroeg hij, maar het recept is weg, zelf weet ze het niet meer, ze deed maar wat zoals een goede kok betaamt, uit het hoofd, het komt niet zo nauw met de hoeveelheden, net wat er voor handen is. Ik vond een recept, het lijkt erop, maar zoals mijn moeder een kokostaart bakte dat is verleden tijd, herinneringen zijn ook mooi.
Ik vond een plaat terug, Herman van Veen in Carre, zomaar tussen de platen van Cuby, hoe komt die daar ? Opruimen is niet mijn sterkste kant, dan vind ik van alles terug wat kwijt was, alles wat ik niet meer nodig heb kan weg, maar hoe weet je dat je iets niet meer kan gebruiken, je weet maar nooit, toch maar even opbergen, later weet ik niet meer waar.
Herman zingt: Ik denk dat niemand mij morgen mist, een optreden uit 1971, er is niet veel veranderd in al die jaren, we zijn ouder geworden, heel geruisloos, er bestaat geen medicijn tegen oud of eenzaam zijn.
Verstilde tijd.
Gisteren wilde ik schrijven over verspilde tijd, met mijn zussen, broers en zwager hebben we gepraat over onze zieke Moeder, hoe het verder moet, wat wij kunnen doen, wat onze Moeder wel en niet wil, het was gezellig, we hebben heerlijk gegeten. Onder de gesprekken over ons Moedertje kwam het overlijden van jonge mensen ter sprake, ik keek over het Paterwoldse meer en dacht aan vroeger, fietsen naar de Friescheveense plassen aan de andere kant van de weg, roeien, zwemmen, avontuur, er was altijd wel iets te beleven. We verspilden de tijd, verspillen is het nutteloos doorbrengen van de tijd, nutteloos is zonder nut, nut is voordeel, tijd waar je niks aan hebt, je haalt er geen voordeel uit, heerlijk toch om weg te dromen zonder dat je de tijd in de gaten hoeft te houden, we verspeelden de tijd en we ontdekten de wereld.
Hoe anders is het als je ernstig ziek bent, je ligt in bed, de dagen duren eindeloos, de nachten zijn nog langer, het besef van tijd vervaagt, de tijd staat stil tot ook dat besef verdwijnt.
ENKELE ANDERE OVERWEGINGEN
Hoe zal ik dit uitleggen, dit waarom
wat wij vinden niet is
wat wij zoeken?
Laten we de tijd laten gaan
waarheen hij wil,
en zie dan hoe weiden hun vee vinden,
wouden hun wild, luchten hun vogels,
uitzichten onze ogen
en ach, hoe eenvoud zijn raadsel vindt.
Zo andersom is alles, misschien.
Ik zal dit uitleggen.
Rutger Kopland
Zweet op de rug.
Zoals elke dag liep ik vanmorgen een flink stuk met de honden, de velden worden kaler, de oogst is bijna binnen, het wordt tijd dat de maïs naast mijn huis eraf gaat, eindelijk weer een uitzicht op buiten dat al maanden groen is. Het is 16 oktober, ik liep in een t-shirt, het was lekker warm, na een uurtje stond het zweet op mijn rug, thuis snel even douchen, schone kleren aan en op de motor naar het werk. Veel modder op de weg, gelukkig is het droog weer, met regen heb ik wel eens een flinke schuiver gemaakt in de natte blubber, zonder gevolgen, een voetje aan de grond kan soms helpen en niet te hard rijden doet wonderen. Nu schrijf ik alweer in Bijbelse taal, over water rijden heb ik nog nooit geprobeer, over wonderen gesproken.