Gevaarlijk.
Jaren geleden stond er een prachtig houten fort bij de school achter mijn huis, je kon erin klimmen, er was een touwbrug, een amfitheatertje, ook na schooltijd werd er volop gebruik van gemaakt, niet altijd op de manier waarvoor het fort er was neergezet. Het werd afgebroken omdat het te gevaarlijk was voor de kinderen, je kon er vanaf vallen, je hand of been schaven aan een touw, bedenk het maar, er kwam een speeltoestel voor terug waaronder rubber tegels lagen, veilig, maar vreselijk saai. Vandaag zag ik op het jeugdjournaal dat er niet meer op hunebedden geklommen mag worden, er waren twee kinderen van afgevallen, gewond werd er gezegd. Er kwam een man in beeld die met een rood lint het hunebed afzette, als het geen oktober was, zou het een 1 april grap kunnen zijn dacht ik, maar het is serieus ! Kinderen mogen niet meer klimmen, klauteren, want ze zouden wel eens kunnen vallen, au, dat doet zeer, stukken bos waar je prachtige hutten kan bouwen worden omheind, te gevaarlijk, zwemmen in kanalen en plassen wordt afgeraden, kinderen mogen niets meer, gelukkig kunnen ze nog veilig binnen spelen dan kunnen de ouders een oogje in het zeil houden.
We willen een veilige wereld creëren voor onze kinderen vlakbij huis, maar wat er in de rest van de wereld gebeurt gaat ons niet aan, dat is ver van ons bed, welterusten.
De wind 2.
Vannacht waaide het hard om het huis, het hout kraakte zacht, ik ben er wel aan gewend, ook met mooi weer hoor ik het hout werken. Ik schrok wakker van een enorme knal, het raam was open gewaaid, de wind stond er pal op, het was zo weer klaar. Ik had het koud maar geen zin om een extra deken te pakken, het kwam goed uit dat ik het raam dicht moest doen, gelijk een dikker dekbed in de hoes, heerlijk verder geslapen, een uurtje langer.
De wind.
De wind
Wat is dat toch
die wind...
die door de bomen gaat?
ik weet
dat er geen tekst
geen melodie bestaat
die zeggen kan wat zich in dit geluid verschuilt
die wind...die wind
wanneer hij fluistert, zucht of zachtjes huilt
hoe schamel zijn de woorden
van mijn hulpeloos gerijm
't is beter stil te luisteren
naar dit ademend geheim...
TOON HERMANS
Groen en waanzin.
We vertrekken uit Ruurlo, lopen door de open velden over landweggetjes, af en toe een stukje bos, heerlijk wandelweer, wat is het hier prachtig, een wandeling van vier uur verveelt geen minuut. Het valt ons op dat de bladeren van de bomen nog zo groen zijn, het is eind oktober, het begin van de herfst ligt alweer ver achter ons, de winter komt er aan, in de verte zien we tussen het groen een klein beetje geel, het stelt niets voor, we lopen verder over zandwegen, klinkerpaden waar ik met de motor niet over zou gaan met regen, zelfs met droog weer is stuurmanskunst vereist. We lopen om het landgoed de Wiersse heen, even zitten, tijd voor een broodje, er wordt een Groningse metworst uit de rugzak getoverd, zo houden we het nog wel even vol, ons leven is goed. Onderweg denk ik aan onze oude moeder, ze doet haar best om zich zo goed als mogelijk te herstellen van een zware klap, het lichaam wil niet meer wat zij wil en dat is vreselijk moeilijk, ook om te zien. Zonder veel te zien loop ik verder, ik vraag me af wat zij het liefste zou willen, is het haar wens om verder te gaan of vind ik het moeilijk om haar te laten gaan ? Zo loop ik te piekeren, gelukkig komen er ook mooie herinneringen boven, zovaak ben ik hier geweest, de weg naar Ruurlo en verder heb ik honderden keren gereden, er is weinig veranderd, we rijden om de dorpjes heen, rondwegen zijn vooruitgang met rotondes, wegversmallingen en dergelijke om de snelheid in toom te houden, de Achterhoek werd een bijzondere plek in mijn leven, net als het platteland van Groningen en de waterleidingduinen bij Vogelenzang, ik kom er te weinig.
We lopen door naar kasteel Ruurlo, strekken onze benen op het terras van de Orangerie, in de zon drinken we een kop capucinno, Carel Willinkis is hierheen verhuisd, tenminste een gedeelte van zijn schilderijen en tekeningen. Op deze doordeweekse dag is het druk, heel veel mensen lopen langs ons op weg naar de tentoonstelling, ik voel me jong als ik kijk wie er langs komen, wagentjes rijden heen en weer naar het station voor het vervoer van diegenen die de afstand niet meer kunnen lopen, alles is goed geregeld. Ik kijk naar het kasteel, de oude houten ophaalbrug is vervangen door een veilige brug van glas, tegen de buitenmuur is een glazen entree geplakt om de bezoekers te ontvangen, ik word er niet vrolijk van, van klagen word je oud en het is toch prachtig dat het kasteel voor Carel Willink verbouwd werd door een rijke meneer. We lopen door de zalen, ik kijk meer naar de prachtige houten vloeren, raam omlijstingen, plafonds dan naar de schilderijen, realistisch perfect geschilderd, maar somber, portretten van mensen zonder emotie op hun gezicht, Mathilde in een jurk van Fong Leng, schitterend, het is niet mijn wereld. We komen in de trouwzaal waar ik achter de tafel ga staan om het bruidspaar te trouwen, ik moet nog wel even oefenen en mijn kleding aanpassen.
We lopen terug van het restaurant naar de b&b door de winkel straat, in twee bloemenzaken is het al kerst, bomen in alle soorten, maten en kleuren, ballen, versiering, het is pas oktober, pepernoten waren al in augustus te koop. Zwarte Pieten mogen niet meer, ik vraag me af wanneer ze beginnen over de Zwarte Koning Balthasar die naar de stal in Bethlehem ging om het kindje Jezus te zien en een cadeau te geven samen met de andere koningen, misschien was Jezus zwart of een vrouw ?
We lopen van de parkeerplaats op de Holterberg naar de Canadese begraafplaats, er zijn weinig mensen, de zon schijnt door de donkere dennebossen, tijd genoeg om na te denken over de gekte van een oorlog. In het herdenkingscentrum kijken we naar een film over de geschiedenis van de begraafplaats, persoonlijke verhalen komen voorbij van jonge jongens die gesneuveld zijn, dood, terwijl ze verliefd hadden moeten worden, hun kinderen zien opgroeien, oud worden met hun geliefde, hun ouders begraven (in plaats van andersom), ik kan er niet zo goed tegen, tranen in mijn ogen, het raakt me altijd weer,
DE WAANZIN VAN DE OORLOG
Meer kan ik er nu niet over zeggen.
We lopen met de honden door het land achter het huis net als zo vaak, als we terug zijn bak ik pannenkoeken, er is niet veel nodig om gelukkig te zijn.
Ruurlo.
Vandaag vier uur gelopen rond Ruurlo, daarna naar het kasteel voor Carel Willink, een prachtige dag.
Ssssssssstttttttt.
De honden liggen te slapen naast elkaar, als ik nog een biertje pak kijken ze, ze krijgen nog een kluifje, ssssssssssttttttttt zeg ik, niet verder vertellen, stil iedereen slaapt.
Sssssh is een plaat van Ten Years After, even kijken op marktplaats, te duur, misschien downloaden.
De honden uitlaten met een zaklantaarn.
Honden uitlaten in het donker blijft een hachelijke zaak, er is al eens iemand vanuit de tuin rechtdoor gelopen in plaats van af te slaan het ruiterpad op, het water van de sloot was koud en vies. Het ruiterpad is oneffen, modderig als het zoveel geregend heeft, er liggen veel afgewaaide takken, sporen die crossmotoren hebben gemaakt, kortom het kleine stukje rond de bosjes is in het donker een avontuur om de honden uit te laten. Ik neem een zaklantaarn mee om het pad te verlichten, de honden lopen hun neus achterna, er is zoveel te ruiken dat ze er af en toe druk van worden, meestal staan de neuzen in de zelfde richting, soms zoeken ze een andere weg, aan een riem wordt dat moeilijk, dat hebben ze nog niet zo goed door deze straathondjes uit Roemenië.
Een zaklantaarn om stiekem onder de dekens een boek te lezen, lang nadat ik moest gaan slapen, onder het wandelen heb ik alle tijd om herinneringen op te halen, ze komen vanzelf, ik zie onze Moeder bezig bij de tent, altijd was er wel iets te doen met zoveel kinderen, handen die gewend waren om bezig te zijn liggen nu stil in haar schoot, ze steekt haar rechterhand omhoog die ik vastpak en zachtjes streel, hoe lang is het geleden dat we elkaars hand zolang vasthielden ? Ik vraag hoe het gaat, ze kijkt me aan, die mooie bruine ogen vol leven stralen heel even en keren terug in zich zelf, ik hoor het antwoord niet, wil het niet horen, ik wil me mijn moeder die altijd voor ons gezorgd heeft herinneren zoals ze was, zoals ze is, mijn moeder.
De vorige keer dat ik het vertelde hing er de volgende dag een tasje met een plaat van Nana Mouskouri aan de deur, vriend Jolle bedankt, ik heb de live plaat nog steeds niet gevonden, ook niet echt gezocht, maar het zijn die dierbare herinneringen aan geliefden die hopelijk nooit uit mijn hoofd verdwijnen. Daarom schrijf ik op wat ik wil en kan vertellen zolang het nog kan, ik was begonnen om alles over te zetten op de computer zodat ik het uit zou kunnen printen, onbegonnen werk, daar heb ik geen tijd voor, er is nog zoveel meer te doen. Af en toe durf ik op reis te gaan, weg van de gekte van mijn huis waar ik me zo vertrouwd voel, als ik eenmaal op pad ben, kan ik wegblijven zolang ik wil samen met een geliefde.
Avond in de morgen.
Ik zit de krant te lezen om half negen s morgens, het is nog donker, het wordt steeds donkerder, het lijkt wel avond, het regent cats and dogs, het is herfst, ik moet er elk jaar weer aan wennen, dat grijze donkere weer, dagen dat het steeds korter licht is.
Ik lees een paar gedichten over de herfst en het najaar, ze zijn net zo somber als het weer van vandaag, geen enkel zonnestraaltje breekt door, ééntje voor het slapen gaan:
NAJAARSMIST
Het landschap dat, nu stilte en avond dalen,
In lage, lichte nevelen verdwijnt,
Is als de hemel, waar de herfstmaan schijnt
Door wolken heen, waarachter sterren stralen.
De duistere hoeven, door het land verspreid,
En langs de koude weg de lege bomen
Gaan in de mist teloor. De harten stromen
Vol van het najaar en zijn eenzaamheid.
J.C.BLOEM