Niets en Alles.
Ik wilde iets schrijven over het leven en wat stelt het voor?
Het is alles, geniet ervan, maak er iets moois van.
Een gedicht tussen twee verhalen in.
Zomernacht
Doe nu eens even die gedachten dicht van je.
Denk nu eens liever niet na over morgen.
Kijk niet steeds weer die bosrand van gisteren
na, bramenplukker die je bent zoals vroeger
maar nu. Maak even geen onderscheid tussen
een wie en hoezo en de kans op anders.
Doe in je hoofd uit die lamp, hoor wat er is,
ademt en ritselt, kwaakt in de kikkers.
Leef met je lichaam van nachtwind de koelte.
Geeuw je een gat in het hart en proef het
zo rood als sap van bramen. Wees langzaam
door vogels gezongen het wordende licht.
C.O. JELLEMA
Niets=Alles.
Vanmiddag ben ik naar een afscheidsdienst geweest, in de kerk hoorde ik prachtige muziek , ik moest aan zoveel dingen denken, maar ik heb nu niet de rust om het op te schrijven, thuis Keith Jarrettt en Lowell George gedraaid.
Even geen puf.
Even geen puf om iets te schrijven, net thuis, morgen weer vroeg op, regen en wind voor de verandering, als het maar niet te lang duurt.
Chiellini en Buffon.
Een avond van niks, vanmiddag takken gesleept, de sloot schoon gemaakt, prachtig weer, zonder jas met de honden gelopen, wat wil ik nog meer. Lekker gegeten, genoeg over van gisteren, een mooi boek.
Ik kijk voetbal, wat is het slecht denk ik, er gaat veel mis, maar het gaat wel snel, tv uitzetten? Ik heb er geen verstand meer van, binnen drie minuten wordt er twee keer gescoord.
Chiellini stopt een bal, Buffon drukt zijn hoofd tegen dat van hem, een schreeuw, de mond wijd open.
Ze winnen de wedstrijd. Logisch denk ik.
Ik mis Pirlo.
Een avond later.
Een verjaardag is bijzonder, het komt elk jaar terug op dezelfde dag, makkelijk om te onthouden, meestal komt er bezoek, familie, vrienden zijn er niet zoveel (veel vrienden zijn vertrokken vanuit Hillegom ging ieder zijn of haar weg de hele wereld over, soms nog een kaartje, maar adressen zijn verloren geraakt, het is niet anders).
Een avond later zit ik muziek te luisteren, iedereen is naar huis, de honden zijn uitgelaten , hard rock, ik word een jaartje jonger maar het klinkt nergens naar, tijd om te gaan slapen, nog een sluitje hoor ik buurvrouw Joke zeggen. Luc en Joke waren onze buren in Hillegom op de woonboten, er was altijd wel iets te vieren waarop gedronken moest worden, Joop Zoetemelk werd wereldkampioen, we vlogen elkaar in de armen, verder weet ik er niets meer van.
Een avond later is alles makkelijker.
When I'm Sixty-Four.
"When I'm Sixty-Four" is een populair liefdesliedje van The Beatles, geschreven en ingezongen door Paul McCartney en toegeschreven aan Lennon-McCartney. Het nummer is uitgegeven in 1967 op het album Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band. In het nummer zingt een jonge man die zich richt tot zijn geliefde. Het gaat over het samen oud worden. De leeftijd 64 was ten tijde van het schrijven van het nummer de pensioenleeftijd in Groot-Brittannië.
When I'm Sixty-Four
When I get older losing my hair
Many years from now
Will you still be sending me a Valentine
Birthday greetings bottle of wine
If I'd been out till quarter to three
Would you lock the door
Will you still need me, will you still feed me
When I'm sixty-four
You'll be older too
And if you say the word
I could stay with you
I could be handy, mending a fuse
When your lights have gone
You can knit a sweater by the fireside
Sunday mornings go for a ride
Doing the garden, digging the weeds
Who could ask for more
Will you still need me, will you still feed me
When I'm sixty-four
Every summer we can rent a cottage
In the Isle of Wight, if it's not too dear
We shall scrimp and save
Grandchildren on your knee
Vera, Chuck and Dave
Send me a postcard, drop me a line
Stating point of view
Indicate precisely what you mean to say
Yours sincerely, wasting away
Give me your answer, fill in a form
Mine for evermore
Will you still need me, will you still feed me
When I'm sixty-four
Writers: JOHN LENNON, PAUL MCCARTNEY
Luisteren: klik op:
Paul McCartney - When I'm 64 Original
De wind waait van een andere kant.
Ik zeg al weken dat ik naar de kapper wil, eigenlijk vind ik het wel prima zo, wat is er mis met grijze krullen?, onze moeder zei vorig jaar, wat mooi dat je haar weer wat langer is. Dat had ik 50 jaar geleden niet gedacht, wat een strijd gaf lang haar tussen mijn ouders en mij, ik ben er zelfs nog een paar dagen voor weggelopen, onvoorstelbaar nu.
Vanmorgen had ik geen handschoenen nodig, het was zacht, het ijs was gesmolten in de waterbak van de pony, het voor jaar zit nu echt in de lucht, ik kon het niet ruiken want ze hadden mest uitgereden over het land. De honden probeerden erin te gaan rollen, misschien willen ze hun winterlucht kwijt in ruil voor stank, het is lente, toch maar niet, binnen ruikt het niet zo fris. De wind waait van een andere kant, de zon komt af en toe te voorschijn, mijn jas kan eigenlijk wel uit, ik ga even zitten tegen een boom in de zon, de honden gaan liggen , mijn ogen vallen dicht, wat heb ik dit gemist. Missen is een goed ding, dan weet je dat het er niet is of juist wel.
Missen doe ik onze moeder, voor het eerst in mijn leven is ze er niet bij als ik mijn verjaardag vier. Ze is er altijd, een foto waar ik bloemen bij zet, in mijn hoofd en gedachten, wat kan er veel veranderen in een jaar, de wind waait van een andere kant.