thuismetsijtze.reismee.nl

Zondag ben ik er weer.

Familie weekeinde,  zondag ben ik er weer!

Auto twee.

Samen in de auto ergens naar toe gaan lijkt op samen wandelen, je zit of loopt naast elkaar, er is niet zoveel te doen, praten gaat vanzelf, veel meer is er niet.

Dan kom je ergens waar je nog nooit bent geweest, mensen die je niet kent, het valt mee, ze zijn aardig, koffie met een koekje. De auto rijdt prima, zoon Jelmer kijkt onder de motorkap, onder de auto, alles goed, alles doet het.

Op de terugweg rijd ik 140 zonder problemen, ik haal in, schakel terug, in een bocht verwacht ik dat de motor afslaat, maar dit is een auto zonder problemen.

We komen heel veel vw bussen tegen, t2 en t3, ze rijden 100, raampje open, één arm nonchalant naar buiten, de andere aan het stuur, dat mis ik wel, geen haast, twee auto's, wat een luxe.


De honden gaan achter in de kofferbak, een ruimte waarin ik kan slapen, we rijden naar Lop en terug, auto twee is goed gekeurd.


Auto.

De oude vw bus schakelt niet meer, de versnelling zit vastin zijn twee, lastig rijden, om de dag ga ik er even in zitten om de motor te laten lopen, de geur ken ik van alle nachten dat ik in de bus sliep, opknappen van binnen en van buiten.

Alle vervoer gaat op de motor naar het werk en op de fiets naar de winkel, geen probleem.

Een auto voor het vervoer in slecht weer zou wel prettig zijn, ik zie door al die auto's niet meer wat ik moet kopen, gelukkig heeft zoon Jelmer er meer kijk op, auto's is niet zo mijn wereld.

Nieuw bedlampje.

Lezen heb ik altijd gedaan, zolang ik me kan herinneren, op de lagere school mocht ik in de vijfde klas (groep 7) voor de leesboeken zorgen, het uitlenen, kaften, dat soort dingen moest ik doen, een grote kast met twee schuifdeuren vol met boeken, titels weet ik niet meer.

Soms blijven de boeken liggen , wordt de stapel groter, zijn er andere dingen te doen, maar dan begint het weer met een dik boek van Philip Kerr, over een detective in het Berlijn van de jaren dertig en veertig, een steen begint te rollen, boeken lees ik achter elkaar uit. Op tijd naar bed, een nieuw bedlampje gekocht, de ogen worden wat minder. Vroeger toen lezen in bed eigenlijk niet mocht was een zaklaarn de oplossing, tijden veranderen gelukkig.

Spel.

We hebben een spel bedacht voor het familie weekeinde, meer kan ik er niet over zeggen. Verder is het rustig, beetje om het huis bezig, heerlijk weer en een prachtig boek over het gebied in Italië waar we over een maandje door heen rijden, in ieder geval in de buurt, Monte Rosa.

Toetje.

Prachtig weer, heerlijk om te wandelen of om op de fiets van Loppersum naar Ten Post te gaan om bij de molen lekker te eten, wat een weelde, daarna moesten we wel weer terug fietsen over stille weggetjes, het koolzaad staat in bloei, dat was het toetje.

Morgen weer zo'n dag.

Mooi weer, de hele dag buiten, in de hangmat was het nog al fris, verder veel gelopen met de honden. Morgen weer zo'n dag.

De klok en mijn vader

De klok wordt geluid, het is even voor achten, ik ga niet meer naar de kerk om stil te zijn, ik zit in de stoel van onze vader, hij was zo vaak stil en onbenaderbaar als de herinnering aan de oorlog zijn denken overnam, daar denk ik nu aan. Zijn onvermogen om het verdriet te delen, woorden te vinden voor wat bijna niet gezegd kan worden, maar een poging zou al heel wat zijn. Die was er nooit, op de vraag naar de zin van het leven na, toen begreep ik het niet, het was een toenadering bij het kampvuur in Duitsland, niemand nam hem serieus, we hadden teveel bier gedronken.

Praten over het verleden was te moeilijk, het ligt niet aan de stoel, het lag aan onze vader, hij praatte veel en graag over alles en nog wat maar niet over zichzelf.

Nooit!