thuismetsijtze.reismee.nl

Hoi.

Hoi typte zich zelf boven dit stukje, sorry Lo, fijne vacantie, binnenkort weer langere verhalen.

De Vijfde.

Er was eens in een niet zo ver en niet zo warm land, een stier die een complete dorpsgemeenschap terroriseerde. De dorpelingen leefden in een versterkte burcht om de kwaadaardige bestie buiten de poorten te houden. Om voedsel en drinken te halen moesten ze het risico nemen om regelmatig hun veilige schuilplaats te verlaten. Terwijl de rest van de gemeenschap de stier op allerlei manieren aan het afleiden was, ging één van de dorpelingen op pad om de nodige voorraden op te halen. Degene die dit moest doen, werd elke keer door het lot aangewezen. Het ging ook wel eens goed mis. De stier kreeg de ontsnapte dorpeling in het vizier en ging tot de aanval over. Meestal kostte dit het leven van de arme dorpeling.

Deze situatie duurde nu al jaren voort en het werd zo langzamerhand onhoudbaar. Ieder gezin had nu wel te maken gehad met een verongelukte of minstens ernstig gewonde. Wat was nu de oplossing om dit arme dorp van de agressieve stier te verlossen?

Tot op een dag aan de horizon de blauwe ridder verscheen gewapend met zijn dodelijke lans. Deze ridder was de enige persoon op de wereld die dit monster van een stier zou kunnen doden. Zijn lans bestond uit dodelijk blauw glas, die de huid van de stier kon doorboren. De dorpelingen braken in gejuich uit toen ze de dappere ridder zagen naderen.

Een bloedige strijd brak uit, toen de stier zijn rivaal in het oog kreeg. Zonder angst en met dodelijke precisie wachtte de dappere blauwe ridder de woeste stier op. Die stormde met veel gesnuif op de ridder af. Deze had één kans om de stier te doden, door de lans met één worp tussen de ogen van de stier te plaatsen. De stier viel dodelijk getroffen neer.

Het dorp was na al die jaren weer vrij en de dorpelingen renden juichend van vreugde naar buiten de poort van de burcht en omhelsden de koene ridder. Die avond werd er feest gevierd op het kasteelplein en een groot feestelijk vuur aangelegd. En wat denk je, dat er boven het vuur lekker gebraden werd? Jazeker, de stier draaide lekker gaar aan het spit en smaakte heerlijk.

Zo kwam het toch weer goed in het kleine dorp en kreeg iedereen weer voldoende te eten en de vrijheid om weer van alles op het land om de burcht te gaan doen.

Vierde verhaal.

- Sneeuw Venema (SV)

- Teleurgestelde Canadees (TC) verliefd op SV.

- Hij kan haar niet krijgen.

- SV vlucht naar de 7 Hielema's in het bos bij Haselunne.

- De TC kan dit niet verkroppen en geeft haar de boze bosbes.

- SV viel, brak haar enkel, schreeuwde en viel in slaap.

- Ondertussen was Hopman Hielema (HH) een hudo aan het maken.

- Hij hoorde de schreeuw en scheurde op de brommer haar te hulp.

- Bij haar aangekomen, gleed hij uit en brak ook zijn enkel.

- De 7 Hielema's vonden het stel en brachten SV en HH naar het ziekenhuis in Haselunne.

- De 7 Hielema's hebben een alles helende spreuk: Alewijo, Alewaijo Woef.

- SV werd wakker naast HH, ze keken elkaar in de ogen en alles kwam goed.

Verhaal Drie.

Er was eens een liefdevol gezin uit Groningen met maar liefst 8 kinderen!

Wieger & Dicky gingen met de 8 kinderen eind jaren '60 kamperen in het pittoreske Haselunne. Het oudste kind Assepoester had het wilde idee om de hudo om te toveren in haar eigen paleis, ofwel schijtpaleis!

Toen ze terug probeerde te gaan naar de tent is ze verdwaald, het schijnt dat ze het geluid van de koekkoek is gaan volgen en daardoor eindeloos in cirkels is gaan dwalen.....arme ziel! Als we allemaal heel stil zijn dan hoor je haar soms nog wel echoën in de verte.

Wieger & Dicky waren zo ontdaan door het noodlottige ongeval dat ze besloten om magische fakkels die niet doven te plaatsen op het pad, in de hoop dat ze haar weg ooit terug weet te vinden.

De 7 resterende kinderen ..........

Tussen door.

Tussen de verhalen door iets anders, broer Lo (en anderen) vindt de korte stukjes niks, dat heeft hij ook al eens eerder aangegeven, langere verhalen met een gedachte, een filosofische beschouwing, een achtergrond, beleving, kortom ik moet meer mijn best doe om er iets van te maken. Dat valt nog niet mee.

Ik heb al zoveel geschreven, over mijn leven, vroeger en nu, maar er is nog zoveel niet gezegd, misschien moet het daar eens over gaan. Over een paar weken ga ik met vriend Jolle op de motor naar Düsseldorf, daar zetten we de motoren op de trein en reizen samen naar Innsbruck, we gaan naar Italië ,via Dogliani terug door Frankrijk naar huis. Jolle bepaalt de route, ik rijd achter hem aan, tijd genoeg om te bedenken wat ik ga schrijven elke dag, er moet een onderwerp zijn waarover het gaat, de spoken uit het verleden heb ik weg geschreven op onze reis naar de Noordkaap, af en toe stekend ze hun kop nog even op, maar dat is geweest.

Ik krijg ook regelmatig te horen dat het vaak gaat over vroeger, het verleden, komt dat door het ouder worden, ik denk het niet, het is er altijd, morgen is vandaag gisteren, er zit zoveel in mijn hoofd, waar kan ik anders beginnen dan bij mijn jeugd en het verhaal verder schrijven naar nu.

Een verhaal waarin ik alles vertel zoals ik me het nu herinner, zonder terughoudendheid of bange gevoelens, ik ga niemand pijn doen of kwetsen, het blijft mijn verhaal samen met jullie.

Een poging om te vertellen wat er in mijn leven gebeurt is, ook al zit niemand daar op te wachten.

Ik verstop me achter een stoel, er komt bezoek bij mijn ouders, twee trappen op in de Jan Lutmastraat, we wonen op een bovenverdieping, een kamer, twee slaapkamers en een zolder, ik houd niet zo van mensen, ze vragen dingen waarop ik geen antwoord weet en naar wat ik wel weet vragen ze niet. Ik moet aardig doen, een hand geven, een zoen getverderrie, op schoot zitten terwijl ik buiten wil spelen. Mijn moeder knoopte een touw aan mijn broek en aan de boom voor de deur, zo kon ik buiten spelen, mijn wereld was te klein, ik trok mijn broek uit en ging er vandoor.


Zo gaat het ongeveer beginnen, Aukje Faber komt opeens in mijn hoofd, maar dat is veel later bij neef Wim in St. Annaparochie.


Ede Staal.

Ga naar YouTube en luister naar Ede.

Tweede verhaal.

Roodkapje was op weg naar de bosbessenstruiken. Oma wilde weer eens een taart maken, zoals elke zomer. Een luid kabaal verderop in het bos leidde haar af. Ze vroeg zich nieuwsgierig af: wie hadden daar zoveel plezier?

Eigenlijk mocht ze niet van het pad af. Maar het klinkt zo gezellig daar. Ze ging alleen heel even kort door de bosjes gluren en dan snel weer op pad. Wat ze toen zag....

Een vreemde stam had zich genesteld in het grote verlaten huis. Kleine mensjes renden door elkaar heen, krijsend van plezier in een rituele dans. Ze maakten a-ritmische handbewegingen, aten gebakken eieren en dronken grote hoeveelheden vuurwater. Sommigen lachten, anderen snikten dikke tranen, waarschijnlijk emotioneel geraakt door het ritueel.

Dit was toch wel erg bijzonder, weet de wolf nu waar haar haardkleedje bij oma thuis. Een andere stam. Het is nu veel te laat om bessen te plukken. Stilletjes loopt Roodkapje terug naar het pad. Ze appte oma dat het toch weer pizza zou worden, extra spinazie toch?


Sommige worden kon ik niet ontcijferen, in de haast geschreven, tijdsdruk, het verhaal moest klaar zijn tegelijk met de taart, ik heb het een beetje zelf ingevuld.

Vijf verhalen.

Op de zaterdagavond van het familie weekeinde wordt er altijd iets georganiseerd, een spel, een quiz, het maakt niet uit, de winnaars krijgen de beker en de opdracht om iets voor volgend jaar te bedenken.

Dit jaar begonnen we eigenlijk te laat met iets te verzinnen, een appje van zoon Jelmer zette me aan het denken, ik was net een appeltaart aan het maken, iets met taarten versieren zoals de taarten van Abel, met een verhaal erbij. Alle winnaars van vorig jaar vonden het een goed plan, het idee kreeg vorm, het vergde niet veel voorbereiding, als thema kozen we "sprookjes", met in ons achterhoofd onze ouders, sprookjes werden voorgelezen of gedraaid op cassettebandjes in de vouw wagen in Duitsland.

Ingrediënten werden gekocht zodat iedereen zich uit kon leven om het bedachte sprookje vorm te geven in zoetigheid. Het enthousiasme vond ik buitengewoon, alle vijf teams begonnen vol overgave aan de opdracht, samenwerken met familieleden die je niet zo goed kent was geen probleem, er werd gelachen, serieus gewerkt aan een taart en een verhaal dat er bij paste.

De vier leden van de jury, het vijfde lid moest werken, hadden een moeilijke taak, er moest beoordeeld worden op originaliteit, vormgeving en de presentatie met het verhaal.

Alle vijf taarten waren prachtig, net als de verhalen, hier het eerste verhaal, in willekeurige volgorde,

Er was eens....

Ergens in Italië stond een heel groot kasteel. Het landschap was betoverenden de zon scheen elke dag. Alle mensen daar waren gelukkig. Alles was goed, maar diep in het kasteel woonde een eenzame jonkvrouw. Haar naam was Sarah,

Op haar naam rustte een vloek (kan alleen verbroken worden door een kus). Totdat ze geen man kon vinden, moest ze elke morgen kraaien als een Haan, kukeleku, kukeleku.

Vroeg in de morgen was er een jonge edelman, genaamd Jelmerius Hielemans, omdat het mooi weer was maakte hij een ritje op zijn schimmel genaamd V40. Het waren dikke maatjes, maar hij miste toch iets in zijn leven.

Tijdens het rijden zag hij opeens een hart en daarna nog één en nog één, het leek wel een pad. Hij besloot het pad te volgen.

Na heel lang lopen kwam hij bij een prachtig kasteel. Het was een kasteel met een rood dak en een Italiaanse vlag boven op. Toen hij bijna bij het kasteel was hoorde hij haanen gekraai. Jelmerius werd nieuwsgierig en besloot naar binnen te gaan.

Diep in her midden van het kasteel vindt hij het laatste hart. Nog steeds is hij benieuwd naar het gekraai dus hij pakt het hart op.

Op dat moment gaat er achterin het kasteel een deur open.

En daar staat ze! Het is liefde op het eerste gezicht!

Ze kunnen niet anders dan elkaar meteen kussen.

Al snel volgde het sprookjeshuwelijk in Italië.

En ze leefden nog lang en gelukkig.


Ondertussen is in Hellum noodweer, regen en onweer, uitgebroken. Het is donker als de nacht, binnen in huis is het prima, muziek en een lampje aan. De regen komt met bakken uit de hemel, de goten lopen over, het klettert op de ramen van de serre.

Morgen het volgende verhaal.