Zin.
Zin in het leven en wat is de zin van het leven? In het voorjaar krijg ik weer zin om buiten te leven, in de winter is het donker, het licht schijnt binnen, kachel en kaarsen aan, de dag is kort, de nacht is lang, ik geniet van de warmte, het huis is een cocon, waarin ik mezelf verpop tot een nieuw iemand in de lente. In de donkere dagen denk ik na over de zin van het leven, ik heb weinig anders te doen, stofzuigen en het huis schoonmaken zijn niet mijn favoriete bezigheden. Het leven heeft geen zin anders dan de zin die ik er aan geef, het is dan ook heel persoonlijk, eigenlijk ben ik de enige die wat van mijn leven kan maken, doe ik het niet dan is dat ook mijn keuze. Kan ik het niet, dat is een ander verhaal, een leven dat niet geleefd kan worden omdat de zin van het leven er niet is of wordt weg genomen door de zwaarte van het bestaan, alles is teveel, doet zeer, niemand weet het, alleen zijn is soms geen keuze, maar een waarheid. Dat geldt voor iedereen, maar waarom kan de een er beter mee omgaan dan de ander, waarin zit dat verschil? Het zijn de vragen van de winter, elk jaar weer en als opeens het voorjaar begint koester ik de eerste keer dat ik buiten in de zon kan zitten, ik ril van de warmte van de zon, val in slaap en ik denk 'ik ben er nog'.
The Flock - introduction.
The Flock - Introduction, dat is het beginnummer van hun eerste plaat die ik kocht in 1969. Ik had ze op televisie gezien met een optreden bij het Grand Gala du Disque gepresenteerd door Willem Duys. Een band met blazers en een violist, Jerry Goodman. Rechts begint een gitaar melodieus te spelen, links valt de viool in, speelt zachtjes zijn eigen melodie, er volgt een samenspel, dan het elkaar muzikaal achterna jagen, elkaar opzwepen, weer terug naar de rust van het begin om te eindigen in een climax met de hele band. Schitterend dat zo'n nummer elke keer weer mooi is, eindeloos gedraaid, overal mee naar toe verhuisd. De rest van de plaat is ook mooi, lange nummers, een band van zeven man, gitaar, bas, drum, viool, 2 x tenor sax en trompet.
Even stil.
Het is stil in mijn hoofd, het is stil in huis, ik hoor alleen de houtkachel loeien en het ademhalen van de hond die naast me ligt. Verder niets. Een stilte die hoort bij het gedenken van doden, dierbaren die zijn gestorven. Ik denk aan mijn vader, de laatste weken was hij weer thuis, het bed stond voor het raam dat uitkeek op het pleintje waar hij meer dan veertig jaar had gewoond. Wat ging er in die laatste weken door hem heen? Hij zei niet veel, ik tilde hem naar zijn stoel waar hij altijd zat, maar zitten was te vermoeiend. We dronken 's avonds laat nog een biertje, het smaakte hem niet, hij deed het meer voor mij. Ik verwonderde me over het gemak waar mee hij zich liet helpen door anderen, wassen, verschonen en verzorgen, misschien denk je daar op dat moment niet meer aan, valt de schaamte weg of heb je geen keuze, je bent overgeleverd aan je hulpverleners. Het verzorgen van je vader die op sterven ligt is een hele intieme bezigheid, lichamelijk en geestelijk. Een lichaam in verval met een heldere geest, de herinnering is er nog volledig, hoe beleef je dat? Ik denk er aan terug door het overlijden van tante Janny, die morgen wordt begraven. Als oudste zoon herdacht ik mijn vader in een volle Jeruzalem kerk, hij was erbij, van al die belangstelling had hij vast genoten bij leven en welzijn, maar hij was dood en ik moest zijn leven gedenken samen met mijn broers en zussen. Ik dacht van te voren dat doe ik wel even, de tekst hadden we samen gemaakt, ik had het in mijn hoofd, maar de emotie van het moment overviel me, een huilende zus naast me, een arm van een broer, een hand op mijn schouder, ik weet het niet precies meer. Wel dat de tranen kwamen en dat ik zei dat mijn vader me niet had geleerd om te huilen, je moest altijd sterk zijn. Slecht verstaanbaar las ik ons verhaal voor, herinneringen, onze moeder zat voor ons. Na de dienst toen we terugliepen om de auto's op te halen, zei Joop mijn vriend, zoiets als van het viel niet mee met een arm om mijn schouder. De volgende dag was de begrafenis, sober, zoals mijn vader het had beschreven. Toen ik terugreed met mijn moeder, het kan ook een andere keer geweest zijn, zei ze, als ik dood ga moeten jullie niet zo verdrietig zijn. Ouder worden we allemaal, het ene moment kan ik er beter mee overweg dan het andere, nu is het even stil.
Grijze wolf.
Vaak voel ik me een grijze wolf die er voor gekozen heeft om alleen te leven, af en toe contact heeft met de roedel waar hij bij hoorde, maar niet goed kan aarden in de groep, als het moeilijk wordt gaat hij weg. Het is geen eenzaam bestaan, hij blijft binnen het bereik van de familie, ook al weten ze dat niet altijd, misschien dat ze hem nu en dan uit het oog verliezen, maar hij blijft waakzaam en gaat niet te ver uit hun buurt. Zo is het eigenlijk altijd geweest, in een groep voel ik me vaak niet op mijn gemak en dan ga ik weg, soms was dat in een relatie ook zo, maar ik bleef altijd wel in de buurt om voor iedereen te zorgen. Ik wist vaak niet hoe ik het moest doen of wat ik moest doen en vragen is ook niet mijn sterkste kant, gevolg er gebeurde niets, alleen maar onbegrip als ik weer vertrok zonder een spoor na te laten. Ik zag vragende ogen maar ontweek de vragen op een subtiele manier, of was het geraffineerd, uitgekookt? Nee, ik denk dat ik het me van jongs af heb aangeleerd om te verstoppen, weg te gaan, te zwerven als een wolf, maar ik bleef wel altijd in de buurt, want ik was ook bang om alleen te zijn. Hoe kom ik hier bij, denk ik nu, waarom schrijf ik het op? Dat is het mooie van denken, er komt geen einde aan, steeds is het weer nieuw, verrassend, verontrustend, mooi, angstig, soms lelijk of boos, geruststellend, vredig, maar het is altijd ik, het laat me niet los, geen seconde.
Wanner voel ik me oud?
In de zaterdagkrant stond een artikel over oud worden. Alles draait om ouder worden - de rest is avontuur ( Arthur Schnitzler). Het verschil van vroeger met nu, als je vroeger oud was dan kleedde je je op een manier die daar bij paste en je gedroeg je naar je leeftijd, dat was geen schande, je wilde er niet jonger uitzien dan je was, tegenwoordig is het juist andersom, je bent blij als mensen je jonger schatten dan je bent. Uiteraard doe je daar zelf alles aan, van veel bewegen, een goed verzorgd uiterlijk, kleren die je jonger kleden en dan heb ik het alleen nog maar over gewone dingen. De rest kan je er zelf bij bedenken, hoever wil je gaan om er tot in lengte van dagen jong uit te zien? Of zit het in de geest, jongblijven? Waarschijnlijk alletwee. Ondertussen kijk ik naar een documentaire over the Police, dat gaat niet echt goed samen. Muziek houd je ook jong, geloof me, ik doe er alles aan om zoveel mogelijk te luisteren, het maakt niet uit wat, van klassiek tot jodelmuziek, pop, jazz, folk. Probeer het eens.
Kip.
Dinsdag komen mijn zoon Jelmer en zijn kinderen bij mij eten. Misschien een vaste gewoonte in de toekomst, voorlopig als het zo uitkomt. Ik ben er alvast mee bezig. De afgelopen week zag ik in de winkel biologische kippen te koop, kippen die buiten hebben gelopen (waarschijnlijk voor de uitbraak van de vogelgriep), alle ruimte hebben gehad, er langer over gedaan hebben om te groeien, dus het mag wel een keertje dacht ik. Aan de andere kant heb ik een dochter die al jaren geen vlees eet, maar als anderen dat wel doen heeft ze daar volgens mij geen moeite mee. Door haar ben ik trouwens veel minder vlees gaan eten, ik heb me er een beetje in verdiept toen ze nog thuis woonde en die eet gewoonte heb ik toen ze op kamers ging wonen voortgezet. Kip met rijst en appelmoes, een bijna ideaal menu voor kinderen, dacht ik zo. De kip gaart in de pan, toch maar het oude kookboek, dat mijn moeder ook gebruikte, er bij gepakt en gelezen hoe het moet. Dit kookboek vond ik jaren geleden in een kringloop winkel, het kwam me bekend voor, het kookboek van mijn moeder. Tegenwoordig is het gewoon om een rij kookboeken, bakboeken uit alle landen te hebben, mijn moeder had alleen dit kookboek, volgens mij. Ik herken de gerechten die ze klaarmaakte klaarmaakte, custardvla, haagse bluf, stamppotten, zelfs de mokkataart, die ik vaak voor mijn verjaardag vroeg, staat er in en ik heb die taart zelf ook al een keer gemaakt, heerlijk. Misschien dit jaar weer. Koken is een prettige bezigheid, vooral als er mensen komen eten.
Minnetjes.
Vandaag voelde ik me minnetjes, vannacht werd ik overvallen door een buikgriep virus achtig iets, waardoor ik meer tijd doorbracht in de badkamer dan in bed. Vervelend, pas om een uur of zeven kon ik weer wat water drinken. De meeste tijd heb ik doorgebracht op de bank, slapend, doezelend, alleen voor de dieren gezorgd.
Popbandje.
Het lijkt wel alsof tegenwoordig alles groter wordt gemaakt dan wat het is, optreden in de ziggo dome, poptempel zonder sfeer, waar het bier meer kost dan een kaartje, maar ik wil er wel bij zijn, vorig jaar Neil Young en Van Morrison, onvergetelijk mooi. Kensington gaat er optreden, twee keer, hoor ik net, een band die vroeger net een klein zaaltje in Groningen had vol gekregen, leuke muziek, maar meer ook niet. Wie bepaalt welke muziek goed is? Houd je oren open en laat niemand je vertellen waar je naar moet luisteren. Dr. Feelgood is de meetlat.