thuismetsijtze.reismee.nl

Stomme'n hond.

Schoonvader Herman Lelivelt noemde mensen die iets doms, stoms, belachelijks, vreemds of raars deden een stomme'n hond, op z'n achterhoeks uitgesproken, het kreeg daardoor een zachtere klank waardoor het stomme werd afgezwakt tot een mildere vorm van schelden. Was het serieus dan had hij daar andere, hardere woorden voor, heel uitgesproken. Ik moest aan stomme'n hond denken toen ik in de bijkeuken de schade poogde te herstellen die de hond Remie er had aangericht, waarschijnlijk tijdens onweer of vuurwerk. Door paniek, angst krabde en/of beet ze de vloer, deurposten en deuren kapot, ik weet het niet precies. Ze is wat langer alleen thuis, ik probeer wel in mijn pauze's terug te komen en haar uit te laten, maar het blijft een lange tijd zonder dat ze wordt uitgelaten. Nu gaat ze in een bench, overigens zonder problemen, wat me verbaasde, want het blijft opsluiten. Gelukkig krijg ik af en toe hulp om de hond uit te laten, het is ook geen straf om een stuk met het beestje te wandelen. De bijkeuken wordt hersteld en nog mooier dan voorheen, ondertussen luister ik naar de gregoriaanse, russisch -orthodoxe en andere gezangen, prachtig, maar ik versta er niets van, jammer, ik lees de teksten op de hoezen, die vaak ook in een vreemde taal en dus onleesbaar voor me zijn. Ik geniet van de stemmen, muziek uit een tijd dat het woord orthodox nog geen negatieve bijklank had, maar een beleving was in religieuze zin. Nu even wat anders, Alexandra, een Duitse schlagerzangeres die in 1969 onder verdachte omstandigheden verongelukte, mierzoete muziek, prachtig gezongen en te verstaan. Ik weet het, niemand hoeft het mij te zeggen, over smaak valt niet te twisten, ik luister naar alles zonder voorbehoud of oordeel, ten minste dat probeer ik. Mijn oren kunnen veel verdragen, maar soms wordt het teveel, dan hoor ik de muziek niet meer, stilte klinkt boven alles uit.

Sneeuwklokjes.

Toen ik aan het eind van de middag de stal uitmestte en de kruiwagen met paardemest leegde achter in de tuin zag ik onderaan de bult met tuinafval sneeuwklokjes bloeien. Her en der in de tuin komen voorzichtig crocussen boven de grond, de lente lijkt in aantocht, maar zeker weten doe ik het niet. De boeren trekken er op uit met hun tractoren, er wordt hier en daar wat gedaan op het land, de toneelstukken zijn bijna gespeeld in de dorpshuizen, het begint te kriebelen hoorde ik van een boer vanmiddag. Zelf heb ik daar minder last van, de tuin ligt er nog net zo bij als in de herfst, in de kas heb ik de grond omgespit, paardemest erop, volgende week omscheppen en een laagje tuinaarde erop, dan ga ik spinazie, pluksla en snijbiet zaaien om er in het voorjaar van te genieten in een lekkere salade, op een pizza of er een een stamppot van maken. Ik verheug me al op de eerste keer dat ik buiten in de zon kan zitten, de tuinstoel achterover en heerlijk wegsoezen in het eerste lentezonnetje, dat mijn gezicht rood kleurt. Elk jaar is het maar weer de vraag of ik de nieuwe lente mee mag maken, hoe ouder ik word hoe meer dat door mijn hoofd gaat spelen. Ik maak me geen zorgen over de dag van morgen, soms trekt er een neerslachtige bui over die even blijft hangen boven mijn stoel, ik pas de muziek aan, maar als het te lang duurt pak ik een plaat uit het vakje hardrock, dan gaat de volumeknop open en knalt de muziek uit de boxen mijn depressie weg. Voorjaar begint in mijn hoofd voordat de knopjes open barsten en de bomen groen worden, het mooiste groen is in het voorjaar, de merels jagen achter elkaar aan, buitelen over elkaar heen, maken lawaai voor tien, nog even en het is zover.

Townes Van Zandt.

Ik kijk naar een concert van Townes in Amsterdam, alleen met zijn guitar, een grapje, maar vooral de muziek, nooit mooier gezongen en gespeeld. Ik ging naar een concert van Lee Clayton, grootheid, in Groningen en een week of zo later zou Townes er optreden, geen geld, ik ga de volgende keer als hij komt, maar hij ging dood in de tussentijd. De tijd had geen medelijden met hem, hij schreef en zong de mooiste nummers over zijn leven, liefde, leefde in verslaving zonder terughoudendheid, soms even niet, maar het is moeilijk om te stoppen met iets wat het leven een beetje dragelijker maakt, drugs of drank, allebei. Ik luister naar Townes, dezelfde grapjes bij elk concert, hij speelt met zijn ogen dicht, zo mooi.

Met beide benen op de grond.

Vandaag stond ik weer met beide benen op de grond, in de blubber, ik was er echt, geen twijfel mogelijk. Ik moet na gaan denken over de vacantie, op het werk willen ze weten wanneer ik denk te gaan en hoe lang, dit jaar geen zeven weken, alhoewel ik er achteraf niets over heb gehoord of dat ik niet voldoende dagen had. Het kan dus wel, dit jaar het huis opknappen van binnen en van buiten, de tuin, de moestuin, de oprijlaan, af en toe een weekeinde weg met de camper, het komt helemaal goed. We gaan in september een week weg op de motor, duitsland of belgie, misschien beide, plannen genoeg, eerst een nieuwe achterband, die is helemaal afgesleten na de reis naar de noordkaap. Rust in huis, stil is het buiten, nog even zitten na een late dienst. Het werk valt me nog steeds niet zwaar, de onregelmatige diensten en dagen zijn elke week anders nu al meer dan twintig jaar, waar blijft de tijd. Geen dag is hetzelfde, mensen zijn veranderlijk net als hun gedrag, soms extreem gedrag, ik kijk er niet meer van op, ik kan er goed mee om gaan net als met mezelf, ik blijf me er over verbazen.

Verbeelding of werkelijkheid?

Vanmorgen vroeg om half zeven liep ik met de hond in het schemerduister, het begon een beetje licht te worden, maar niet in mijn hoofd, loop ik hier zelf of verbeeld ik me dat ik er loop en is het schijn net als alles om me heen? Ik liep toch echt over het ruiterpad achter mijn huis, alles was hetzelfde, alleen in mijn hoofd twijfelde ik aan het bestaan van de tastbare werkelijkheid. In een droom gebeurt er van alles waar ik geen stuur over heb; ik val naar beneden zonder me zeer te doen, ik doe dingen die ik anders niet zou durven, ik maak de mooiste schilderijen die ik in het echt nooit zou kunnen maken en nog veel meer, ik word wakker en de droom is weg, alleen de herinnering is er soms nog. Nu liep ik te dromen in de werkelijkheid en ik kon er geen vat op krijgen tot ik het paard hooi gaf en mijn hoofd voor de zoveelste keer stootte aan de te lage balk van de stal. Als ik mijn hoofd stoot en het doet zeer dan moet het gevoel wel echt zijn, ik leef en alles om me heen bestaat, ik was wakker, de hond blafte om me duidelijk te maken dat ze ook iets te eten wilde. In een droomwereld kan van alles gebeuren, nu moest ik naar mijn werk, de realiteit en ik stapte in mijn droomauto om met een helder hoofd op weg te gaan, maar het bleef toch spoken in mijn hoofd over het bestaan, is het echt? Ondertussen zingen monnikken Gregoriaans op krassende platen, over pasen, maria ten hemel, palmzondag, pinksteren, witte donderdag, is dat echt gebeurt of heeft Jezus nooit bestaan? En er stond in de krant een artikel met de kop "Geluk is ook niet alles" en 'happiness is a form of courage', wie het weet mag het zeggen. Je hoeft niet altijd gelukkig te zijn in je leven, koester die momenten, dan kun je er later weer tegen als het even niet meezit, net als werk dat altijd maar leuk moet zijn, zo is het niet, we zijn verwend door onze welvaartsmaatschappij. Het zijn de guru's die zeggen wat we moeten doen, hoe we ons moeten voelen (go with the flow) en we volgen ze blindelings om gelukkig te worden.

Verbazingwekkende man

Ik ken een man die zich tot het uiterste inspant

om ongelukkig te worden -

pas als hij echt ongelukkig is, meent hij, kan hij gelukkig worden,

en dat wil hij - net als iedereen! - het is zijn enige wens

verbazingwekkende man

ik zie hem verschrompelen, verkommeren, jaar na jaar,

er blijft niets van enige betekenis van hem over,

en toch, toch vindt hij nog steeds dat hij niet ongelukkig genoeg is

En dus niet gelukkig kan worden.

Toon Tellegen

Ginger en Gregoriaans.

Beware of Mr. Baker, een documentaire over Ginger Baker, drummer en moeilijk mens die altijd zijn eigen gang ging, met niemand rekening hield, alleen met zichzelf. Ik had een foto van hem op mijn muur hangen naast Peter Green eind jaren zestig en nog wat van die figuren. Ik kreeg twee dozen klassieke muziek, gregoriaans, russisch orthodox, veel van vroeger, bijzondere opnames/platen uit oost europa van lang geleden. Ik luister, ben verwonderd over de prachtige muziek, alleen zang, door monnikken, koren of met instrumenten. Wat moet ik met weer zo'n vracht platen?, luisteren is het enige wat ik kan doen, ik versta er niks van, maar ik hoor waar het over gaat, liefde voor Jezus, liefde voor Maria, liefde voor de medemens, alleen maar liefde hoor ik in een wereld vol haat, onbegrip, tegenstellingen en vernederingen. Ginger drumde zijn weg door het leven zonder oog voor zijn naasten, hij speelde met Fela Kuti, dat is een ander verhaal, een weerbarstig mens, gegroefd gelaat met altijd een sigaret in de mond, de ogen verscholen achter een bril met donkere glazen, de heroine ingeruild voor paarden. Gregoriaanse muziek, Byzantijns, uit de Oekraine, het oosten, hallelujah klinkt het, dat herken ik, maar het werd nooit zo mooi gezongen in onze kerk. De mooiste Hallelujah is van Jeff Buckley, zoon van Tim, live gezongen, een nummer van Leonard Cohen.

Roxette op nummer 1 in de top 2000.

Roxette van Dr. Feelgood moet dit jaar op nummer 1 staan van de top 2000, Matthijs en Leo zijn de slaven van de zender, ze volgen de roep van het volk, maar de beste nummers staan niet in de lijst. Het volk heeft het uiteraard voor het zeggen, er tegen in gaan heeft ook wel iets, maar dat past niet in het straatje van Matthijs of Leo, ze spelen op zeker met gasten die in het plaatje van hun programma passen. Waar blijft de Tegen Partij, die de muziek die er toe doet boven aan zet, geen Queen, Deep Purple, Led Zeppelin, the Eagles en dat soort shit (wel mooi natuurlijk, ik draai het af en toe op plaat), revolutie in de top 2000, zet de boel op de kop, kies voor het nummer dat je echt mooi vind en niet wat iedereen kiest.

Zeggen wat ik denk.

Ik heb moeten leren om te zeggen wat ik denk en misschien nog belangrijker wat ik voel in goede en vooral slechte tijden. Dat leerde ik niet op de lagere school, helemaal niet op de middelbare school, waar ik vooral probeerde om me te verschuilen achter mijn uiterlijk, lang haar, oude kleren, niet slim natuurlijk, want daardoor viel ik juist op. Ik leerde om van me af te bijten, een weerwoord razendsnel te formuleren, toen ik in de bloembollen werkte, later kostte dat me geen enkele moeite. Als jongen met een licht Gronings accent werd ik in het westen gelijk uitgemaakt voor boer met een ondertoon van achterlijkheid, voor dom versleten. Toen na verloop van tijd bleek dat deze jongen heel wat meer in zijn mars had dan dom zijn en opklom in het bedrijf, wat me geen enkele moeite kostte, tot loodsbaas, waar tegenwoordig vast een prachtig woord voor is dat de lading dekt, maar het werk wordt niet anders. Ik leerde me verbaal te weren tegen opmerkingen over mijn noordelijke afkomst en pareerde de aanvallen met snedige opmerkingen over westerse mensen waarvan het leefgebied niet verder reikte dan amsterdam in het noorden, rotterdam in het zuiden en utrecht in het oosten, verder kwamen ze niet, daar begon het buitenland en het onbegrip. Na verloop van tijd verdwenen de opmerkingen en kwam er iets van waardering voor de manier waarop ik mijn werk deed, ik leerde praten zonder te knauwen, zoals ze daar zeggen beschaafd nederlands. Ik dwaal af, leren om me verbaal te weren in een boze wereld heeft niets te maken met zeggen wat ik denk of voel, dat is nog een paar stappen verder. Heb ik dat geleerd of moet ik dat nog leren, soms weet ik het niet precies, maar erover schrijven gaat me nog steeds beter af dan er over praten, het wordt wel steeds makkelijker (er zijn uiteraard mensen die er anders over denken) nu ik wat ouder word, gelukkig maar. Als ik mijn stukjes schrijf dan heb ik alle tijd om naar woorden te zoeken die zeggen wat ik denk en voel, dan ben ik gelukkig, ik kan het veranderen als ik wil, terwijl in een gesprek het gezegde woord niet terug genomen kan worden, ik kan mijn woorden niet meer inslikken, ook al zou ik dat soms graag willen als ik te snel zeg wat ik denk, maar dat overkomt me niet zo snel, misschien tot teleurstelling van veel mensen die wel meer van me willen horen. Praten bij een vuurtje, buiten of onderweg naar ver weg, ik heb het wel in me, maar niet altijd, iedereen bedankt voor het geduld en de aandacht.