De kachel brandt.
Door de regen reed ik terug, thuis gelijk de houtkachel aan gemaakt, binnen drie kwartier steeg de temperatuur van 17,5 naar 20 graden, heel behagelijk, heerlijk om op blote voeten en in een t-shirt binnen rond te lopen. Er is nog hout genoeg, maar er moet nog wel een paar kuub bij komen deze zomer, anders red ik het niet de aankomende winter, het ligt er natuurlijk aan hoe koud het wordt. Er is steeds wel weer wat te regelen of te organiseren, af en toe heb ik er even genoeg van, maar als ik er rustig over nadenk valt het mee en het moet toch gebeuren. Als je voor langere tijd op reis bent, heb je daar geen last van, je leeft van dag tot dag en ziet wel wat er op je pad komt. Na het stukje van gisteren, denk ik waar maak ik me druk over, John Lennon schreef het in een nummer: "Leven is wat je overkomt, terwijl je druk bezig bent andere plannen te maken" (Life is what happens to you, while you're busy making other plans) uit het nummer Beautiful Boy van de plaat Double Fantasy uit 1980.
Zo is het maar net, druk bezig zijn is niet erg, als het maar niet ten koste gaat van het plezier dat je er in hebt en het een moeten wordt, oogkleppen op en gaan, blind voor al het moois dat er om je heen gebeurt en misschien ook wel in jezelf of in je hoofd; geef het de ruimte, neem er de tijd voor, elke dag weer.
Met de dood voor ogen.
Henning Mankell, schrijver van o.a. tien misdaadromans met Wallander in de hoofdrol, heeft longkanker en schreef over zijn angst voor de dood een boek: Drijfzand. De schrijver is doodsbang voor de dood, niet zozeer voor het sterven zelf, maar voor 'de ontstellende gedachte dat er een moment komt waarop je niet meer zult meemaken wat er de volgende dag, en de dag erna gebeurt.' Of de angst 'dat ik zo eindeloos lang dood zal zijn.' Hij schrijft:"In wezen is ons bestaan een tragedie. Ons hele leven streven we ernaar vaardigheden en kennis te verwerven en nieuwe ervaringen op te doen. Maar uiteindelijk zal dat allemaal in het niets verdwijnen."
Een trieste verdrietige conclusie aanhet einde van een leven, maar zo is het altijd al geweest.
IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid (en het najagen van wind)
Alles is schone schijn, zonder zin of inhoud.
Wordt zowel gebruikt om commentaar te leveren op de zinloosheid van menselijk handelen als op mensen die (overdreven) veel aandacht aan hun uiterlijk besteden. Waarbij moet worden aangetekend dat alleen de eerste uitleg is zoals Prediker die bedoeld heeft.
Heeft betrekking op:
Prediker 1:2
Lucht en leegte.
2Lucht en leegte, zegt Prediker,
De liefde.
De liefde is mooi, ze woont alleen ver weg en ik moet werken, het maakt niet uit, de afstand wordt steeds kleiner.
Singer-songwriter.
Vanavond trad in het theater van het werk een singer-songwriter op met voornamelijk liedjes in het Gronings, iedereen vond het prachtig. Hij sloot af met een liedje van Ede Staal, de bekendste Groningse zanger.
Ede Staal
Ede Ulfert Staal (Warffum, 2 augustus 1941 - Delfzijl, 22 juli 1986) was leraar Engels en streektaalzanger en -dichter. Hij is bekend geworden met door hemzelf geschreven en gezongen Groningse liedjes over het leven op het Groningse platteland. Hij heeft ook liedjes geschreven onder het pseudoniem E. Paltrams ('smartlap' achterstevoren).[1]
Biografie
Ede Staal was de zoon van Boele Staal, een onderwijzer en NSB'er.[2] Hij trouwde met Sophia Theodora (Fieke) Spoel; samen kregen ze zes zonen.[1] Het gezin Staal bewoonde verschillende boerderijen in de weidsheid van het Groninger landschap.
Ede Staal werd, na al in 1973 een single te hebben gemaakt, in 1981 ontdekt door Engbert Gruben, een medewerker van Radio Noord. In 1982 werd Mien Toentje de herkenningsmelodie van een tuinierrubriek op Radio Noord. Het liedje werd zeer populair en Ede Staal werd beschouwd als de volkszanger van Groningen. Er kwamen veel aanvragen voor optredens, maar Staal ging er zelden op in. In 1984 kwam er een plaatje met vier liedjes uit, getiteld: Man, man, man, wat 'n boudel. Zijn weinige optredens werden grote successen. Staals vaste begeleider was pianist/accordeonist Henk Bemboom.
In december 1984 kwam Edes eerste langspeelplaat uit, met twaalf Groningse liedjes. De plaat, met de titel Mien Toentje, werd een groot succes. Het oplagecijfer rees naar het niveau van een landelijk succes. In januari 1985 onderging Staal een zware operatie. Hij was daardoor geruime tijd non-actief. Pas in november 1985 trad hij weer succesvol op, op het Mollebone-liedjesfestival in Delfzijl. Begin 1986 kreeg Staal een vaste column in het Radio Noord-programma Sloaperstil. Zijn "vertelstertjes" werden wekelijks op zondagochtend uitgezonden[2]. Een aantal ervan verscheen in het blad Toal en Taiken.
Terwijl zijn bekendheid toenam, bleek dat Staal aan longkanker leed. Op 22 juli 1986 overleed hij, 44 jaar oud, na een korte maar succesvolle artistieke carrière, in zijn boerderij aan de Farmsumerweg onder Delfzijl. In die plaats werd hij ook begraven.
Postuum
Op 4 oktober 1986 kwam postuum zijn tweede lp uit (As vaaier woorden). Staal had in de laatste maanden van zijn leven nog een belangrijk aandeel gehad in de voorbereidingen. Bij de uitreiking van het eerste exemplaar aan zijn vrouw Fieke, werd tevens een prijs ingesteld (fl. 5000) die tweejaarlijks zal worden toegekend aan iemand die zich (niet beroepsmatig) bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt voor de streektaal in relatie tot de radio. Diezelfde dag werd de K. ter Laan Prijs (van stichting 't Grunneger Bouk) postuum aan Staal toegekend. De tweede LP werd net zo'n groot succes als de eerste. De poëtische liedjes zijn vaak melancholiek van sfeer; ze bevatten alledaagse observaties die op lichte toon worden verbonden met humoristische en ernstige bespiegelingen.
Staal heeft al tijdens zijn leven maar zeker sinds zijn dood een cultstatus verworven. Van zijn cd's zijn enkele honderdduizenden exemplaren verkocht en zijn liedjes in het Groningse dialect worden nog vaak gedraaid in regionale radio-uitzendingen.
Zijn muziek kreeg landelijke en zelfs internationale bekendheid doordat enkele nummers te horen waren in de film De Poolse bruid. In 2001 werd in Delfzijl een standbeeld ter ere van Ede Staal onthuld. Het is een door de Groninger kunstenaar Chris Verbeek ontworpen en vervaardigde negen meter hoge conische zuil met daarom gewikkeld een roestvrij stalen band met de tekst van het lied Credo - Mien bestoan.
- Ik wait, der is n tied van komen,
- En ook n tied van goan,
- En alles wat doar tussen ligt,
- Ja, dat is mien bestoan.
Ede Staal heeft samen met Klaas Staal uit Veendam (geen familie) het muzieklabel Mollebone Music opgericht. De naam verwijst naar de bijnaam van de inwoners van de stad Groningen: Molleboon (soort tuinboon).[1]
Op 6 november 1996 heeft de RVU de door David Blitz geregisseerde televisiedocumentaire Ede Staal uitgezonden. De documentaire draagt als ondertitel: Een portret van de Groningse volkszanger Ede Staal.
Op 22 juli 2011, 25 jaar na het overlijden van Ede Staal, zond RTV Noord een anderhalf uur durende documentaire uit over het leven en werk van Ede Staal, met de titel Credo - Zien bestoan. In de documentaire (die ook op dvd is verschenen), kwamen Edes familie en vrienden aan het woord. Verder waren opnamen te zien van de schaarse optredens van Ede Staal en oude beelden van het Groninger land. In het pand van RTV Noord in Groningen werd op dezelfde dag een borstbeeld van Ede Staal onthuld. De officiële handeling werd verricht door zijn zonen Jelger en Jasper, in aanwezigheid van hun moeder Fieke.
In Nieuwe Statenzijl, waar Staal een tijdlang woonde, staat een monument voor hem. De tekst van het lied dat hij over het gehucht schreef is op een plaquette bij de sluis aangebracht.
Enkele liedjes van Ede Staal zijn overgebracht in het Limburgs door Zjèr Bataille. In 2013-2014 had Marcel Hensema een onemanshow met de titel Mijn Ede, doorspekt met de muziek van Ede Staal.
Ede Staal- Credo mien bestoan
Ik vroag de wind mor dij verstaait mie nait,
Ik vroag de zee dij zingt heur aigen laid,
Geef mie de nacht din heb ik onderdak,
Doarom, doarom zing ik.
Ik zai de vogels tegen d'oavendlucht,
Ik denk mien leven in 'n vogelvlucht,
Geef mie de nacht din heb ik onderdak,
Doarom, doarom zing ik.
Ik wait, der is 'n tied van komen,
En ook 'n tied van goan,
En alles wat doar tussen ligt,
Ja, dat is mien bestoan.
Veur d'ain duurt 't leven veul te kört,
Veur d'aander veul te laang,
d'Ain is blied dat 't zover is,
En d'aander dij is baang.
Ik mis dij nait mer bie mie binnen,
't Wordt kolder om mie tou,
En in mien menselekhaid vroag ik mie of,
Woarom zo jong, zo gaauw?
Sums vuil ik mie gelukkig,
Din hang 'k aan mien bestoan,
Din zing ik mit de vogels met,
Din proat ik tegen de moan.
Din binnen we mit zien baaiden,
'k Zet alle klokken stil,
En ik verneuk mieztilf din weer
Want'k wait dat dat nait wil.
't Geluk liekt sums zo hail dicht bie,
Din main ik dat 't ter is,
En in mien aigenwiezeghaid,
Din griep ik altied nus, mis, mis...
Vrije dag.
Voor de meeste mensen was het vandaag een vrije dag, hemelvaartsdag of dat veel mensen nog iets zegt weet ik eigenlijk niet, misschien is een dag niet werken belangrijker. Voor veel mensen een lang weekeinde, ook wel weer fijn. Ik moest werken, niet vroeg op om te dauw trappen, maar om de dag rustig af te sluiten, best wel prettig. Thuiskomen is heerlijk, de hond is blij dat ik er weer ben, een bak eten is nog belangrijker, ik hoor het paard rennen in de wei, ze herkent het geluid van de motor of de bus en weet dan dat ze op stal gaat of als ze in de wei blijft een flinke berg hooi krijgt, de liefde gaat door de maag bij dieren. Heel voorzichtig begin ik weer met tekenen, ontwerpen, schetsen voor een linoleumsnede, ik heb al zolang niks gedaan, wel altijd gedacht over wat ik nog wil maken, maar de noodzaak was er niet, nu ook niet zo, maar wel het verlangen om er mee bezig te zijn, de geur van verf, inkt, drukinkt, de rommel in de kamer. 's Morgens bekijken wat ik 's avonds of 's nachts heb gemaakt, soms een verrassing, vaak is het goed genoeg om de kachel mee aan te steken. Alle begin is moeilijk, ik stel het uit door andere dingen te gaan doen die er niet toe doen omdat ik geen zin heb of niet durf te beginnen aan wat me bezig houd, de confrontatie met mezelf, maken wat ik wil, wat in me zit, wat me bezig houd, niet alleen in woorden, maar ook in beelden, tekeningen, ik verschuil me achter alles wat ik kan bedenken, nu moet het gebeuren, veranderen.
Souffle met spinazie en fontina.
Groenten uit een Italiaanse tuin is een kookboek en een tuinboek, de groente die in de tuin van zelf groeit, wordt gebruikt in de recepten van het boek, heerlijk, meestal vegetarisch, tegenwoordig een plus, ik maak er dankbaar gebruik van. De groente groeit als kool, zowel in de kas als daar buiten, het gras moet weer gemaaid worden, onkruid gewied, maar eerst mijn boek uitlezen in de zon, die door wolken veel verdween, kippevel door de harde koude wind. Naar de garage om te praten over onderdelen voor de oude bus, ik ben er zelf achter aan gegaan, dan schiet het ten minste op en blijft het betaalbaar. Een recept met veel pannen op het vuur en uiteindelijk in de oven, onder het journaal heb ik er van genoten, misschien niet het juiste moment om te eten in verband met het vele slechte nieuws.
16 platen, 32 kanten.
Eigenlijk wilde ik boven dit stukje zetten, trotse vader, Julia is geslaagd voor haar rij examen in 1 keer, net als de theorie, gefeliciteerd, maar zo is het goed. De oude vw bus staat bij de garage voor de twee jaarlijkse apk keuring, ze belden vorige week, er zijn nogal wat onderdelen aan vervanging toe, nieuw of tweedehands, net wat voor handen is. Morgen ga ik even met de monteur praten. 16 78 toeren platen met daarop de matthaus passion, 32 kanten x 5 minuten = 160 minuten onder de dirigent fritz lehman, die op 51 jarige leeftijd overleed in de pauze van de matthaus, hoe is het mogelijk. Ik heb het druk met het omdraaien en verwisselen van de platen, geen tijd om mijn boek uit te lezen, ik luister naar de muziek, langzaam, krakend, maar o zo mooi. Werken of thuis, het leven is mooi, ongekend, ik vergeet het af en toe, maar als ik twee uur met de hond loop zie ik de bomen groen worden, zoveel tinten groen kan een schilder niet bedenken. Ik teken een houtsnede van Durer over met de gedachte er linoleum snede van te maken, ongelovig gezegd een Christus kop, wie weet wat er van komt. Ik wilde een spinazie souffle maken, maar door het vele platen wisselen werd het een broodje kaas, wel zelf gebakken brood natuurlijk, morgen is er weer een dag, hopelijk gelukkig voor iedereen.
Moorden in de naam van God.
God vraagt soms vreemde, wrede dingen van ons, die we niet kunnen begrijpen, een vader krijgt opdracht van God om zijn zoon te offeren, de Vader zelf die zijn Zoon offert voor de zonden van ons mensen, begrijpen doe ik het niet, de symboliek van het verhaal kan ik wel volgen, iemand die je het meest dierbaar is moet worden gedood in de naam van God, als bewijs van jouw geloof. Bij Abraham grijpt God op het laatste moment in, bij zijn eigen Zoon pas later, na drie dagen staat Hij op, de dood is overwonnen, wij zijn gered. Zo gaat het verhaal, of het echt zo is gegaan weet ik niet, dat is het geloof, misschien twijfel ik te veel, te vaak, durf ik niet te geloven. Het komt steeds terug in mijn hoofd, in mijn beleving, de verhalen van de bijbel, niet de wrede, wrekende God, maar de zachte, liefdevolle, vergevende God of is dat zijn Zoon? Een God die ons lief heeft, die ons de ruimte geeft om in vrijheid te leven, iedereen is gelijk en moet dezelfde kansen in het leven krijgen ongeacht waar je geboren word, zodat je niet over de wereld hoeft te zwerven op zoek naar je geluk. Die God vraagt van ons barmhartigheid en liefde voor onze medemens, het kost niet veel, een beetje aandacht, even blijven stil staan bij het onrecht in de wereld. God is Liefde stond op een groot bord boven op een huis van het Leger des Heils, ik kwam er vaak langs als ik terug kwam van de kroeg, Baborak, midden in de nacht soms was het alweer licht en ik dacht draai het om Liefde is God. Misschien moeten we meer leven in de naam van Liefde, God vergeten, wij moeten het nu doen , het rijk der hemelen kunnen we altijd nog verdienen als we ons best doen in dit leven en er in geloven.