Blowin' in the wind.
Het is heerlijk weer, zomers, er waait een harde wind, de bladeren van de berkebomen ruisen zachtjes, dan weer hard, ze bewegen en zingen het lied van de wind, vogels zingen een tweede stem, bijna onhoorbaar. 's Morgens vroeg hoor ik ze voordat de wekker af gaat, ze zingen dat het een lievelust is, zo wakker worden is een heerlijkheid, ook al heb ik te kort geslapen. Het waait, blowin' in the wind, maar het is niet zo erg, the answer my friend vind je ergens anders, Bobby Dylan had geen pasklare oplossingen voor de problemen van de jeugd, hij deed wel net alsof, maar bekeerde zich net op tijd, gelukkig houdt God van muziek en zegende Hij Bob met woorden, muziek en alles wat een muzikant nodig heeft om te overleven. Dat deed his Bob-ness, bijna een heilige in muziekland, het mooiste nummer ooit schreef hij, Girl from the north country, een duet met Johnny Cash, prachtig, ook gezongen door Joe Cocker met Leon Russell. De wind is gaan liggen net als de hond, de rust is terug gekeerd in de bomen, nog een zacht geritsel, de vogels gaan ook bijna slapen, ik leg mijn hoofd te rusten op de schommelbank op de veranda, even niets, de wind blaast mijn hoofd schoon, fluistert mooie woorden.
Dust in the wind.
De oude vw bus was uitgerust met een radio uit de tijd van het bouwjaar, 1981, de zenders zocht je door aan een knopje te draaien, gekraak, even helder geluid dan was het weer weg, geen voorkeur zenders ingesteld, alleen met de hand te in te stellen. Het was eenvoudig in die dagen, niet beter of slechter, er was minder keus in vergelijking met nu, alles is te ontvangen, te bekijken, te downloaden, maar als ik dit schrijf ben ik al achterhaald, hopeloos ouderwets, er is al weer iets nieuws. De radio in de bus is vervangen door een moderne variant met cd speler met mp 3 aansluiting, misschien dat ik het moet terug draaien, stapels cd's in het voorvak, keuze genoeg, teveel soms dan blijft het stil. Toen het downloaden van muziek begon, wist ik niet van ophouden, alles waar ik vroeger geen geld voor had om het te kopen werd op een schijfje gezet, die draai ik in de bus, zoals de cd 'memories of work', nummers die op de radio werden gedraaid toen we achter de sorteermachine bij gebroeders van zanten, bloembollen, werkten, we hoorden radio veronica, hilversum 3 en radio noordzee tegen elkaar op botsen in volume, overal in de schuur stonden radio's aan, het was een herrie maar vaak hoorde je een bekend nummer tussen al het lawaai. Ze zitten in mijn hoofd gegrift, al die nummers van de top veertig en ik heb er zoveel herinneringen aan, momenten die opeens voorbij komen bij het horen van een liedje, een geur, een verloren liefde, een nieuwe liefde, niets duurt eeuwig, all we are is dust in the wind, same old song, dust in the wind. Dit nummer van Kansas draaide ik op terug weg naar huis, op repeat, nu de plaat opgezet, een kraakje, I close my eyes en verder nothing lasts forever than the earth and sky, luisteren en nog een keer. Thuiskomen na een late dienst is heerlijk, nog even zitten in de oude stoel, muziek, het wordt laat, ik vergeet dat ik morgen vroeg op moet, slapen kan altijd nog.
Buiten slapen.
Ik zit op de veranda een biertje te drinken, het wordt langzaam donker, de hond ligt te slapen bij mijn voeten, de vogels zijn stil, er is geen wind, dus de bomen hebben ook niets te vertellen. Een saaie avond, het wordt tijd om dat te veranderen, niet spectaculair, ik zoek mijn slaapzak op en ga buiten slapen met de hond naast me, wel aan een touw, anders moet ik steeds achter haar aan, als er iemand aan komt, dan hoor ik het wel, de krant komt vroeg, dan ben ik wel wakker. Deur op slot, maar moet ik de telefoon ook buiten leggen? Ik word geprikt door een mug, jeuk, morgen werken, laat, buiten slapen en morgen zie ik wel hoe het is, waarschijnlijk blaft de hond me wakker als de krant wordt bezorgd, tijd voor koffie. En de poezen?, ze leefden nog lang en gelukkig.
91 Jaar.
Vandaag is onze moeder 91 jaar geworden, vorig jaar heeft ze een groot feest gegeven met heel familie en vrienden, dit jaar kwamen we elkaar tegen in haar huis, niks afgesproken, gezellig, wie er komt ziet ze wel, er is genoeg taart en koffie. Familie is iets anders dan vrienden, soms gaat het samen, een uitzondering die ik koester, Jolle, de familie is een gegeven, vrienden kom je tegen, ze komen en gaan, het is niet altijd blijvend. Mijn moeder is de kern van ons gezin, het middelpunt, ik besef dat niet altijd, laat soms te lang niets van me horen, het geeft geen schuldgevoel, maar als het te lang duurt gaat er iets knagen en schuif ik het bezoek voor me uit. Er is altijd wel een reden om niet te gaan, werk, kinderen, liefde, geen zin en dat soort dingen, menselijk of verwerpelijk, misschien allebei, ik ben goed in het verzinnen van smoesen, uitvluchten als het zo uit komt, maar dat gaat niemand wat aan. Ik ga als ik ga, bel als het te lang duurt en nog belangrijker, ik denk heel vaak aan mijn moeder, niet dat zij daar wat aan heeft, maar dat is ter geruststelling van mezelf, voor mezelf, zo was het altijd. Als ik opeens weg ging zonder kennisgeving, maanden zonder iets van me te laten horen en er eindelijk een adres was, dan schreef mijn moeder brieven vol bezorgdheid en liefde. Meestal schreef ik terug of in ieder geval een ansicht kaart met een kort verhaaltje, het ging altijd goed, niet altijd, maar de ellende wilde ik haar en mijn vader besparen, ze hadden al genoeg aan hun hoofd. Als oudste zoon voelde ik niet de verantwoordelijkheid om het pad te volgen dat zij voor mij hadden uitgestippeld, ik zocht mijn eigen weg met vallen en opstaan, we kwamen elkaar gelukkig weer ergens tegen voordat ik verdwaalde, maar het had ook heel anders kunnen lopen.
Hond en poezen.
De hond is van slag, want er logeren twee poezen, nu nog boven en als ze aan elkaar gewend zijn mogen ze ook beneden komen, voorlopig is het nog niet zover. De hond begint te blaffen wanneer een poes in zicht komt, geblaas, een hoge rug, de trap op naar het veilige boven en onder de kast waar de hond niet kan komen. Volgens mij is deze hond in haar jonge jaren opgegroeid met katten om zich heen, soms hadden we drie, vier tot wel acht katten, er mocht geen klein katje weg, alleen soms. Julia liep met de kleine katten in haar poppewagen over het ruiterpad en ze bleven rustig liggen, op of onder de dekentjes, naast de poppen, heel bijzonder. De hond is geen katten meer gewend, het geeft onrust, ze eet bijna niet meer, maar dat komt wel weer als ze vrede sluit met de poezen, bij dieren gaat dat op een manier waarvan wij als mensen nog kunnen leren; conflicten, het schenden van een territorium worden beslecht door geblaf, een hoge rug, gesis, uiteindelijk kiest de zwakste partij voor de beste oplossing, weg gaan naar een veiliger oord, onder de kast, waar haar niets kan gebeuren. De sterkere partij blaast ook de aftocht, het spel is niet aardig meer, er valt niets meer te blaffen of op te jagen, de overwinning is daar zonder bloedvergieten. En niet in de naam van een (dieren)geloof, het onbekende van de andere soort, een indringer, maakt het moeilijk om er mee om te gaan, er mee te leren leven, je verjaagt je vijand, maar daar blijft het bij, de wereld is groot genoeg voor iedereen. Behalve bij de mensen, omhoog gevallen dieren, die alles beter weten, maar vergeten wat de natuur ze heeft geleerd en daardoor niet meer kunnen vertrouwen op hun natuurlijke instincten, weg lopen als je weet dat je de zwakste bent, je tegenstander imponeren met een hoge rug en geblaas ook al is die twee keer zo groot als jij, schakel je verstand even uit, vertrouw op je gevoel, maar misschien is dat ook al teveel gevraagd. We zijn zo ver verwijderd van de wereld waarin we begonnen, het paradijs, we zullen er nooit terug keren, het hemelse paradijs hoor ik heel zacht in mijn hoofd, dat zullen we be-erven als we geloven, goed doen, onze naaste liefhebben, het staat in de bijbel. We zijn nog nooit zo ver van het paradijs verwijderd geweest als nu, alleen zien we het niet, het paradijs is de televisie, het voetbal dat Barcelona speelt, de welvaart waar wij onverdiend in leven. We vergeten de hel waar het grootste deel van de mensheid in leeft, de armoede, de onrechtvaardigheid, de oorlogen , we blazen, zetten een hoge rug op en dat is het, er gebeurt niets, terwijl wij mensen kunnen nadenken, alleen aan ons zelf en ik ben geen haar beter.
Jazz of moestuin.
Ik kijk naar de herhaling van het north sea jazz festival, prachtige muziek, ontroerend, soms teveel wat het publiek wil horen, vernieuwend of juist alles bij het oude, terwijl ik over de moestuin wilde schrijven, dat komt wel. Musette muziek hoor ik, ik moet de platen van de jaren vijftig opzoeken uit de grote stapel platen, er zit nog zo veel tussen wat ik nog nooit geluisterd heb. Michael Jackson, human nature wordt gespeeld door een orkest met een zangeres waarvan ik nog nooit heb gehoord, afrikaanse muzikanten komen voorbij, ik dacht dat ik veel van muziek af wist, maar er is nog zoveel meer , heel veel meer. Nog meer luisteren naar alles zonder voorbehoud, de moestuin komt wel, er zijn belangrijkere dingen, groente groeit vanzelf, zon en regen, het gaat ook heel goed samen. Het kost alletwee veel tijd en aandacht, maar dat heb ik er graag voor over, er is een groot verschil, muziek ontroerd, soms krijg ik tranen in mijn ogen door een prachtig gespeeld nummer, de moestuin gaat zijn eigen gang net als de slakken, maar dat geeft geen tranen, misschien een beetje ergernis, maar daar kom ik wel over heen. Over de moestuin schrijf ik nog wel eens, nu nog even luisteren en kijken naar northsea jazz.
Het leven van alledag.
Wat is dat, het leven van alledag? Dat het gaat zoals het gaat, er gebeurt niks bijzonders, elke dag is hetzelfde, leven op de automatische piloot, je hebt er zelf geen stuur over, je staat erbij en kijkt er naar, het leven is iets dat je overkomt. Of heb je zelf invloed op de gang van zaken die jouw leven heet, zeg het maar, ik probeer het vaak, maar er komt zovaak iets tussen waardoor het anders loopt dan ik had gedacht/verwacht, ik pas me aan, verwonder me over de mogelijkheden die ik heb om het anders te doen, maar ik moet het wel zien en niet star vast blijven houden aan 1 ding, niets staat vast, alles kan anders. Het leven van alledag is het mooiste als ik thuis ben, niets hoeft, alles kan, een dooddoener van jewelste, want ik leg mezelf zo veel verplichtingen op waaraan ik nooit kan voldoen, de tijd is te kort, ik wil te veel. De ene dag heb ik er moeite mee, de volgende dag is er niets aan de hand, het leven van alledag is steeds nieuw, een ontdekking van wat er mogelijk is en niet teleurgesteld zijn als het niet lukt om te doen wat ik wilde. Morgen is er een nieuwe dag, wie weet wat er dan gebeurt?
Tour twee.
Na het journaal van acht uur in de herhaling val ik in de nabeschouwing van de tour nieuwe stijl, ik keek vaak naar de avond etappe met Mart Smeets met gasten die veel te vertellen hadden, anekdote's, verstand van zaken, mooie verhalen aan een tafel ter plaatse in de tour, waar dan ook. Nu zie ik een samenvatting van de etappe, gevolgd door een analyse door experts, maar ik snap er niks van, het is gepraat om een programma vol te maken, ze lachen om hun eigen grappen, die ik niet begrijp, het heeft weinig met de tour te maken die ik ken. Kappers, barbers heten ze tegenwoordig, geven hun mening over het kapsel van de renners, hoe gek kan je het bedenken, ze zijn de gasten van de dag, ze hebben wel verstand van wielrennen, dat dan weer wel, maar hoe glijdt de televisie beleving van de tour af naar het niveau van goedkoop tv amusement, ala geer en goor, je kijkt er naar, af en toe een glimlach, het is een suikerspin, zoet en zo weg. ik verlang terug naar de spanning van de etappe met commentaar van iemand die er verstand van heeft of het zo weet te brengen dat het spannend lijkt, nu hoor ik een slap aftreksel van wat is geweest, het ziet er leuk uit, maar het is niet geloofwaardig, Mart komt nog even voorbij, dat zou ik nooit doen, een gastrolletje in het programma dat hij zo lang heeft gepresenteerd, maar zijn hoofd op de buis is belangrijker voor hem dan de eer aan zich zelf houden, het is voorbij, het tijdperk van de mooie verhalen.
Ik leef nog in de tijd van radio verslagen van Theo Koomen, de broer van Klaar Koomen, een grap waar we vreselijk om moesten lachen, we wisten niet beter. Het eindeloze gelul over renners, hun uiterlijk en weet ik veel wat voor meer zijsporen wordt voor mij het einde van de tour, ik kijk er niet meer naar, ik ga terug naar vroeger, ik lees de uitslagen en de verhalen in de krant. Ook de verhalen/verslagen in de krant worden oppervlakkiger, soms niet te lezen, waar is de spanning van het geschreven verslag van de etappe, het bestaat niet meer. Televisie verpest heel veel, behalve het rechtstreekse beeld, het liefst zonder commentaar, maar de herhalingen in de nabeschouwing zijn niet om aan te zien.
Ik weet het, ik ben een oude zeur van vroeger was alles beter, maar er iets niets beters voor handen, ze doen wel hun best, maar het is niet om aan te zien of naar te luisteren.
Dat geldt alleen voor mij, kijk er naar met veel plezier, zonder voorbehoud.