thuismetsijtze.reismee.nl

Long time no see.

Ik ben net thuis, de hond vrij gelaten uit de bench, ik loop te prakkizeren wat ik zal gaan doen, de schuur nog een keer verven of gaan wandelen met de hond. De hond denkt er anders over, ze loopt luid blaffend het pad op want er komen mensen aan en dat is altijd spannend, ik baal dat ik haar niet aan de lijn heb gelegd, maar het is niet anders. Ik loop achter de hond aan die staat te blaffen bij twee fietsers op de oprijlaan, zijn ze verkeerd gereden, maar als ik goed kijk zie ik John, die ik herken en Willemien, ik neem de hond mee en heet ze welkom, even weet ik niet wat ik moet zeggen, maar de woorden komen vanzelf. Ze zijn aan het fietsen, electrisch, een rondje Schildmeer en in Hellumherkenden ze de straatnaam, maar niet de omgeving, toch fietsten ze door en vonden mijn huis. Een beetje onwennig begroetten we elkaar, ik herken de John van vroeger, een vriend van de lagere school en later, maar hij zei dat we elkaar 21 jaar niet gezien hebben. Toen ik veertig werd heeft mijn broer Peter hem opgespoord en John en Willemien mee genomen naar mijn huis om de verjaardag te vieren. Afspraken om elkaar weer te zien verwaterden, af en toe een mailtje, daar bleef het bij tot vandaag. Koffie op de veranda, het gesprek ging over de fietsen en de kinderen, af en toe iets persoonlijks, maar toch heel fijn om ze weer te zien. Nu kan ik er niet meer om heen, ik heb hun telefoonnummer, binnenkort ga ik bij ze langs om te praten over de tijd die is geweest, misschien herkennen we elkaar in verhalen van vroeger, ik weet er nog veel van. Soms schaam ik me diep, ik laat het contact met vrienden versloffen, doe er geen moeite voor, zogenaamd omdat ik het te druk heb. Waarmee?, alleen met mezelf, maar ik probeer het anders te gaan doen en tijd te maken voor iedereen die me lief is. Hoe dan ook!

De jongens in de bus zouden vanavond een verhaaltje sturen, helaas geen verbinding, ze staan bij de Gross Glockner, misschien later.

Feuermann.

Ik draai het celloconcert op. 104 van Dvorak met Emanuel Feuermann op cello, een uitzonderlijk talent. Het zijn vijf 78 toeren platen, om de vijf minuten moet ik de plaat omdraaien of verwisselen, heel mooi en bijzonder, Feuermann overleed op 39 jarige leeftijd. Door de naam Feuermann moet ik denken aan de kat van Jelmer die Sam heet, volledige naam brandweerman Sam, maar dat is te lang. Ik zorg een paar dagen voor het beestje, gelukkig heeft ze eindelijk door dat ze door het kattenluikje naar binnen kan om te eten. Zo ben ik druk met dieren en tuin, vandaag een leesdag met muziek, bijna alles over muziek en muzikanten is te vinden op google, ik maak er dankbaar gebruik van.

De klok slaat elf.

We zitten buiten, de klok slaat elf keer, heel geruststellend vind ik het geluid dat elk uur klinkt. Om elf uur 's morgens wordt de kerkklok geluid, elke dag, door de klokkeluiders van Hellum, een traditie al heel lang. Als ik met de hond door de velden loop hoor ik de klokken soms in de verte, thuis klinkt het dan, kom terug. Zo zijn er heel veel mooie dingen in en rond dit dorp, ik ben er zo langzamerhand geworteld, ik wil er niet meer weg, maar dat ligt ook aan het huis.

Gestoord.

Vandaag ging ik naar de kringloopwinkel om een paar detectives of thrillers te zoeken. Na een tiental serieuze werken ben ik toe aan verstrooiing, even de geest ontspannen met een spannend boek, een dag lezen is vaak genoeg, heel plezierig om in zo'n boek te kruipen en er pas weer uit te komen als het uit is. Ik hoef niet na te denken, alleen te volgen wat er gebeurt en uiteindelijk een ontknoping die ik niet verwacht of aan zie komen. Meters boeken staan er bij de kringloop, maar het valt nog niet mee om iets te vinden, een dik boek met gedichten van kinderen door de eeuwen heen, literaire boeken, maar ik zoek iets anders, toch maar meenemen, uiteindelijk vijf boeken onder mijn arm, half geld een koopje. Ik sta bij de kassa, mijn oog valt op een grote bak met platen, vooraan staan vier dozen met 78 toeren platen, compleet, gaaf, klassieke muziek, vier, vijf, zes platen in een cassette. Dvorak, Tsjaikowski twee keer en Mendelssohn. Ik kan het niet laten en vraag hoe duur de platen zijn; een dubbeltje per plaat, zegt de man achter de kassa. Verbaasd vraag ik, een dubbeltje en hij zegt, 1euro vijftig voor alles. Dat kan ik niet laten liggen, ik weet het, het is gestoord, het huis en de schuur puilen uit van de lp's en 78 toeren platen. Dit weekeinde ga ik ze draaien.

Het leven op het platteland.

Het dagelijkse leven op het platteland is eigenlijk heel eenvoudig, overzichtelijk, ik hoef me nergens druk over te maken, als ik dat niet wil. Problemen van de grote stad kennen we hier niet, de deur kan open blijven als je de hond uitlaat, de schuurdeur hoeft 's nachts niet perse op slot, op de veranda staan apparaten die eigenlijk achter slot en grendel moeten, een kratje bier achter het huis staat er de volgende dag nog en zo kan ik nog wel even door gaan. Misschien roep ik nu de problemen over me af, ik weet het niet, wel dat het me bevalt zoals het gaat, leven en laten leven met de zorg voor de buren in mijn achterhoofd dat wel. We groeten elkaar, maken een praatje, kijken of de gordijnen 's morgens open zijn, de vuilnisbak bij de weg staat of juist weer bij huis, we houden elkaar op een afstandje in de gaten, noaberschap heet dat volgens mij, maar misschien horen daar nog meer plichten bij, ik zal het eens opzoeken. Het dagelijks leven gaat hier zijn gang, niemand die me zegt wat te doen, ik zorg voor de dieren, mezelf en mijn lief op mijn manier en het is goed. En God zag dat het goed was, dat ging over Zijn schepping, maar ook een beetje over mij, dat weet ik zeker.

Donker en een lampje.

Ik zit buiten op de veranda in het donker, ik heb de buitenlamp uitgedaan, bij het licht van een prachtige glaslamp op olie, gekregen van mijn lief, zit ik bij te komen van de dag, de kerkklok slaat twaalf, iedereen is naar bed, moe, we zijn het niet gewend om in warmte te leven. Het leven moet doorgaan, er is geen tijd voor rust, siesta, even pas op de plaats is er niet bij, we zijn een werkzaam volkje. De stilte van de nacht, ik hoor nog een paar krekels, een egeltje baant zich een weg door de bosjes, gelukkig ligt de hond binnen anders was iedereen wakker door het geblaf, motten zoemen om de lamp, verbranden zich voordat ik ze weg kan jagen, verder is er niets te doen. Night time is the right time zong Tineke van Barrelhouse, the time to live, ze bedoelde het leven in de grote stad, daar gebeurt het, ik was er bij in mijn jonge jaren en nog een paar jaar daarna, maar nu is the night time vooral iets van buiten in het donker, zonder veel mensen, met een paar geliefden bij een vuurtje zitten dat gaat nog net, het liefste beleef ik de nacht alleen in het donker met een lichtje. Straks ga ik slapen, morgen samen wakker worden, het leven is een wonder, wie het bedacht heeft weet ik niet, het is prachtig, ik geniet er van zolang het kan, het gaat zo snel, te snel soms, nu zet ik de tijd stil in het donker, een krekel sjirpt en geeft me gelijk. Ik draai het olielampje wat lager en droom weg in het donker, het is stil, het klinkt als muziek.

Nieuw Statenzijl.

Een dag die begint vol goede voornemens zoals zo vaak, maar door de warmte komt er niets van terecht. We stappen in de bus, nemen de hond mee om te gaan wandelen ergens in de polder bij de Dollard, maar we moeten terug omdat de benzine bijna op is en er nergens een pomp is. Omkeren en opnieuw beginnen, we stoppen bij de dijk waarop grafstenen staan, vroeger lag hier het dorpje Oterdom, het bronzen monument is weg, gestolen, daarvoor in de plaats staat er nu een kopie in kunststof, gemaakt door Mette Bus, een hand met daarin het kerkje van Oterdom. Heel lang geleden, in 1974 heb ik een linoleumsnede gemaakt van dat kerkje en het gedicht over het kerkje van Lerus Roelofs er onder gecalligrafeerd. Mijn vader wilde er veel mensen een plezier mee doen, ik niet, de linoleumsnede verdween in de prullebak, een beperkte oplage, eentje hangt er nog bij mijn moeder aan de muur. Door de uitgestrekte polders gingen we richting Nieuw Statenzijl, eindeloze velden graan, af en toe een boerderij, het einde van de wereld, er werd hard gewerkt, het graan moet van het land, het is warm en droog weer. Nergens mogen we wandelen met de hond, behalve bij Nieuw Statenzijl, maar eigenlijk is het daar te warm voor, de hond trekt aan de riem, de tong uit de bek. We gaan terug.

De maan boven het land.

De maan scheen prachtig boven het land vanavond toen ik terug reed op de motor, wat is dat toch fijn, motorrijden en het vertrouwde geluid van de bmw klinkt in als muziek in mijn oren, een oude plaat zonder een krasje, de buitenkant is wel wat beschadigd, maar dat past wel bij het geheel en bij mij. Thuis nog even buiten zitten bij een vuurtje, beter kan je het niet hebben, biertje, morgen vrij.