"Het beste komt nog"
?"Het beste komt nog" stond op de rouwkaart van mijn tante Etty die vandaag begraven is, we hebben samen als familie afscheid van haar genomen, een weerzien met familieleden die ik al jaren niet had gezien, daarover later. Afscheid nemen van je vader of moeder is moeilijk, samen lukt het nog net, broers en zussen die naast je staan, je steunen, een hand die je op de schouder voelt, samen huilen voor een kerk vol mensen, maar helemaal alleen voor de hele gemeenschap staan met je verdriet, het lijkt me zo moeilijk. Ik durf dan ook niet naast hem te gaan staan, troost, zo goed ken ik hem niet, het schiet wel door mijn hoofd. Tante Etty was er op verjaardagen, in duitsland, familie weekeinden, ze vroeg altijd hoe het met me ging, oprechte belangstelling, niet gespeeld.
Twee en negentig jaar is mijn moeder gisteren geworden, ze vierde het in de hortus in haren, heel langzaam stroomde het terras voor het chinese paviljoen vol, meest familie, praten over ons leven, hoe het gaat, vroeger is dichtbij, de toekomst stellen we nog even uit. Er worden plannen gemaakt om elkaar weer te zien, niemand weet hoeof wie dat gaat doen.
Een leven gedenken valt niet mee, hoe goed ken ik de ander, mijn moeder, vader, geliefde, broer, zus, hoe goed ken ik me zelf, misschien kunnen we het beter aan anderen overlaten om ons te gedenken, zelf zou ik er een puinhoop van maken.
"Het beste komt nog", the best is yet to come, getuigt van een vertrouwen in een leven na de dood dat ik niet kan bevatten, het geloof in God, Hij zal met je zijn, dat ik zie bij mijn moeder en vandaag bij veel anderen, maar ik twijfel over alles en mezelf.
Maak je geen zorgen over morgen. Bewaar die zorgen maar voor morgen. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last. Dat komt uit de bijbel, Mattheus, het klinkt wel heel goedkoop, maar zo is het. Ik wil het altijd beter/anders weten, maar ik weet niets.
Bier.
Mijn eerste biertje dronk ik samen met mijn vader, we waren op zijn brommer naar Tecklenburg gereden, daar had zijn padvindersgroep the Rangers gekampeerd. Ik weet nog iets van een boomhut heel hoog waar we inklommen, maar eigenlijk durfde ik het niet net zoals zoveel andere dingen in het leven van een jonge jongen. We dronken een biertje op een terras, we gingen terug, heuvel op had de brommer problemen, naar beneden zette mijn vader de motor uit, dat scheelt benzine schreeuwde hij naar me tegen de wind in, we zijn thuis gekomen en we hebben in de jaren die er op volgden nog wel een paar biertjes samen gedronken. Zondags na de koffie om een uur of twaalf, opa en oma waren naar huis, kwam het bier op tafel, daarna werd er gegeten, wij deden de afwas, mijn vader deed een middag dutje tot een uur of vier, dan was het tijd om naar de kerk te gaan. Ik wachtte altijd tot ik de voetbaluitslagen van kwart over vier had gehoord, toen speelden alle teams nog op dezelfde tijd, televisiegelden speelden geen rol in de competitie, voetbal zoals het ooit bedoelt was, wie weet dat nog.
Bier, daar kan ik nog heel veel verhalen over schrijven, wat het met je doet of juist niet, voor mij de meest onschuldige vorm van ontspanning, tot rust komen in een wereld die door draait na een lange dag werken. Andere vormen van ontspanning, drugs, soft en hard, sterke drank zijn voorbij gekomen, maar het is er niet van gekomen, ik weet dat ik een sterke aantrekkingskracht voel tot de zelfkant van het leven, als je ziet hoe iemand zich beroofd van het leven, letterlijk en/of figuurlijk, dan is de keuze snel gemaakt, ten minste voor mij.
Bier drinken is ook niet zo'n sterk verhaal, een zwakte om met de moeilijke dingen van het leven om te gaan, maar ik slaap altijd goed na een paar biertjes, zonder problemen, dromen komen altijd op een ongelegen ogenblik in mijn slaap, daarna lig ik wakker tot de wekker gaat.
Verhaal.
Ik lees een boek van Harlen Coben, thriller, zo'n boek dat je in één adem uitleest, het verhaal stelt niet veel voor, spannend en de clou blijft bewaard tot het einde.
De vader zit aan het bed van zijn zoon in het ziekenhuis, hij mag nog twee minuten blijven maar weigert weg te gaan en zit de hele nacht naast het bed van zijn zoon.
Ik zit naast het bed van mijn vader, die ziek is, dood gaat, op sterven ligt, maar we kunnen nog praten, ik houd zijn hand vast, hij neemt een slokje bier maar het smaakt niet, het geeft niet, we zijn samen, het is nacht, donker, stil, hij knijpt even in mijn hand, zijn ogen gesloten, ik dommel weg, schrik wakker als mijn moeder beneden komt, ze neemt zijn hand in haar hand over van mij, ik krijg een kus en ga slapen.
Ik zou wel eens willen weten..../ Vluchten kan niet meer.
Jules de Corte - Ik zou wel eens willen weten
Ik zou wel eens willen weten, waarom zijn de bergen zo hoog
Misschien om de sneeuw te vergaren
Of het dal voor de kou bewaren
Of misschien als een veilige stut voor de hemelboog
Daarom zijn de bergen zo hoog
Ik zou wel eens willen weten, waarom zijn de zeeen zo diep
Misschien tot geluk van de vissen
Die het water zo slecht kunnen missen
Of tot meerdere glorie van God die de wereld schiep
Daarom zijn de zeeen zo diep
Ik zou wel eens willen weten, waarom zijn de wolken zo snel
Misschien dat 't een les aan de mens is
Die hem leert hoe fictief een grens is
Of misschien is het ook maar eenvoudig een engelenspel
Daarom zijn de wolken zo snel
Ik zou wel eens willen weten, waarom zijn de mensen zo moe
Misschien door hun jachten en jagen
Of misschien door hun tienduizend vragen
En ze zijn al zo lang onderweg naar de vrede toe
Daarom zijn de mensen zo moe...
Frans Halsema - Vluchten Kan Niet Meer
(Frans Halsema & Jenny Arean)
Vluchten kan niet meer, 'k zou niet weten hoe
Vluchten kan niet meer, 'k zou niet weten waar naar toe
Hoe ver moet je gaan
De verre landen zijn oorlogslanden
Veiligheidsraadvergaderingslanden, ontbladeringslanden, toeristenstranden
Hoe ver moet je gaan
Vluchten kan niet meer
Zelfs de maan staat vol met kruiwagentjes en op Venus zijn instrumenten
En op aarde zingt de laatste vogel in de laatste lente
Vluchten kan niet meer, 'k zou niet weten waar
Schuilen alleen nog wel, schuilen bij elkaar
Vluchten kan niet meer
Vluchten kan niet meer
Vluchten kan niet meer, heeft geen enkele zin
Vluchten kan niet meer, 'k zou niet weten waarin
Hoe ver moet je gaan
In zaken of werk, of in discipline
In Yin of in Yang of in heroine
In status en auto en geldverdienen
Hoever moet je gaan
Vluchten kan niet meer
Hier in Holland sterft de laatste vlinder op de allerlaatste bloem
En alle muziek die overblijft is de supersonische boem
Vluchten kan niet meer, 'k zou niet weten waar
Schuilen kan nog wel, heel dicht bij elkaar
We maken ons eigen alternatiefje
Met of zonder boterbriefje
M'n liefje, m'n liefje, wat wil je nog meer
Vluchten kan niet meer
Vluchten kan niet meer
Fouten.
Mijn leven zit vol met fouten, verkeerde beslissingen, antwoorden die ik beter niet had kunnen geven, misschien op een ander moment, als je boos bent zeg je dingen waar je spijt van krijgt. Boos-zijn blokkeert het nadenken, het is ook wel eens lekker om helemaal door het lint te gaan en het even later weer goed te maken, het moet niet te vaak gebeuren, boos-ziijn, goed maken kan elke dag in welke vorm dan ook. Wat zijn fouten? Goede vraag, van je fouten leer je, dus zijn ze niet zo erg, zo kan je alles goed praten, fouten zijn fouten, niet te lang over nadenken.
Feest en verdriet.
Vrijdag viert onze moeder haar 92-ste verjaardag, ze is nog gezond, beetje wankel ter been, maar met een rollator komt ze een heel eind, beetje vergeetachtig , verhalen van vroeger vertelt ze steeds vaker, niet alleen dezelfde ook nieuwe verhalen krijg ik te horen. Vorig jaar vierde ze haar verjaardag thuis, dat was toch wel druk, dit jaar gaan we weer naar de Hortus in Haren, altijd naar de Chinese Tuin, er is ruimte genoeg en de achterkleinkinderen kunnen rond rennen in het park, er is van alles te ontdekken. De ouderen praten met elkaar over vroeger, over kinderen, kleinkinderen, de gezondheid is een steeds belangrijker onderwerp als je ouder word. Twee jaar geleden vierde mijn moeder haar negentigste verjaardag met heel veel familie en vrienden, vrijdag zijn er drie mensen niet meer bij die er toen nog waren, oom Sietse, tante Janny en tante Etty, die gisteravond rustig insliep, ze wordt zaterdag begraven.
Ik vind het ouder worden moeilijk als ik met verlies en verdriet te maken krijg, ik ben er niet zo heel goed in om er met nabestaanden over te praten, het liefste blijf ik thuis, maar dat kan niet als je iemand al kent vanaf je geboorte, mijn hele leven lang.
Ik zet nog een mooie klassieke plaat op, Aafje Heynis die psalmen zingt, ik denk terug aan de tijd dat we met de hele familie in onze bank in de kerk zaten, opa en oma, ons gezin, niemand waagde het om daar te gaan zitten. Af en toe schoof er andere familie bij in die bank, wij schikten in of als het niet anders kon gingen ze zitten in de bank achter onze, lang geleden.
Spijkerbroek.
Ik had al mijn spijkerbroeken in was gedaan vanmorgen, ik pakte een schone uit de kast en ging wandelen met de hond, regen onderweg, ook zon, meer regen, het was nat net als mijn broek en mijn t-shirt. Thuis droge kleren aan, jogging broek en sweater, grasmaaien, weer nat nu van het zweten, mijn conditie is nul, ik moet er nodig iets aan doen, vaker verder wandelen.
Tante Etty.
Mijn tante is doodziek, ze heeft de telefoon afgesloten, dat zou ik ook doen, wat valt er nog te zeggen als je weet dat je doodgaat, een heel leven lang heb je met iedereen gepraat, je best gedaan en weet ik veel, het is nooit genoeg in ons leven. Vijftig jaar geleden dat is een halve eeuw, paste ik op in het huis van Etty en Jan, Fuutweg in Haren, het was donker en ik deed alle lichten aan, bang in het donker was ik pas echt toen ik het boek De Geverfde Vogel van Jerzy Kosinski las in een tent in duitsland, ik durfde de tent niet uit om te plassen, doodsangst.
Kus tante Etty.