Ei.
Ik kom terug in huis na een late dienst, zorg voor de dieren, één ding ben ik vergeten, niet zo diervriendelijk, gisteren heb ik een kip gekocht, die wel scharrelde af en toe denk ik, dat is meer om mezelf gerust te stellen, de kip moet de pan in. Ik denk er niet over na, heerlijk is kip met rijst, vooral de jus, sinds dochter Julia geen vlees meer eet staat kip niet meer op het menu en eerlijk gezegd was ik er ook wel even klaar mee toen ik ging kijken op een kippenboerderij, het is geen leven voor de dood, meer wil ik er niet over zeggen.Â
De kip en de eieren zijn besmet, het is een gevolg van onze consumptie maatschappij, alles moet voorradig zijn in grote voorraden, zodat we niet zonder komen te zitten, stel je voor een zondag zonder eitje. We zijn verwend, de kip en het ei, altijd de vraag van ? Wie was er het eerste.
Pass me that bottle zingt Jimi, ik draai de plaat om, blaas de stof van de naald, the cry of love heet de plaat, I dont give a damn if  your hair is short or long, enzo, pass it on baby.
Grote jongen.
Een dag is voorbij voor ik het weet, helpen verhuizen naar een huis met het zicht op het kamertje waarin ik opgroeide, groot werd, het kozijn is vervangen, het viel er al bijna uit toen ik er nog woonde, enkel glas, vijftig jaar geleden, het vroor, niemand kent het meer, ijsbloemen op de ramen, ik was een kleine jongen toen.
Een grote jongen gaat op bezoek bij zijn moeder, we praten over toen en nu, meer toen dan nu maar dat maakt niet uit, we zitten samen buiten, kopje thee en als ik weg ga een kus of twee, drie, voor mijn moeder blijf ik altijd die kleine jongen, net als mijn broers.
Guldenroede/Locomotive Breath.
De guldenroede bloeit uitbundig in de tuin, ooit meegenomen als stekje, nu overwoekert de plant de tuin, dat is niet erg, heel veel bijen zoemen rond, ik heb nog nooit zoveel vlinders gezien. Hoe hoog vliegt een vlinder ? Vroeg ik me af vandaag. Mijn moeder vertelde verhalen van vroeger, hoe ze heeft leren zwemmen, herinneringen, daarom schrijf ik. Zo is het begonnen, wat kennen onze kinderen mij ? en mijn verleden, helemaal niet, ik kan ze zoveel vertellen, het ene oor in, het andere oor uit. Ik schrijf op wat ik denk, van vroeger en nu, hopelijk zonder iemand te kwetsen of te kort te doen.
Locomotive Breath is een nummer van Jethro Tull kijken op YouTube, x
Gelukkig.
Gelukkig slapen jullie allemaal, dromen, spoken en nachtmerries zijn op bezoek, ik houd ze nog even aan de praat op de veranda, ze vertellen verhalen over vroeger en nu, zolang ze hier zijn hebben jullie er geen last van tot ik ga slapen, ik stuur ze weg, maar ze hebben geen zin, ik laat de deur open dan kunnen ze binnen slapen, de honden blaffen ze weg.
Ik ben er nog.
Ik ben blij dat ik leef, ik zit buiten op de veranda midden in de nacht, het is stil, niemand valt me lastig, twee honden lopen heen en weer, blaffen naar de maan, maar het is een egeltje op weg naar waar ? Dat egeltje denkt niet na over de dood, ze probeert te overleven, volgt haar pad waarheen het gaat, soms over een weg maar ze is niet snel genoeg en wij kijken niet uit.
Ik ben blij, morgen is vandaag, een nieuwe dag, gisteren is voorbij, ik  ben er nog.
De dood is het einde.
Ik kijk naar een stukje Zomergasten met Eberhard van der Laan, ik zag eerder een korte samenvatting, ontroerend, openhartig, tranen, een gesprek over een leven vlak voor de dood.
Ik ben nieuwsgierig naar de dood, hoe het voelt om er niet meer te zijn, alles en iedereen achter te laten, het klinkt misschien luguber, ongepast, het is de werkelijkheid die we allemaal het liefst voor ons uit schuiven, de dood is het einde. Het einde stellen we het liefst zo lang mogelijk uit tot er niets meer is dat ons kan redden, dan wordt het spannend, wat ga ik doen om te overleven, een week, een jaar, de toekomst is onzeker. Ik draai nog een plaat, drink een biertje als het nog smaakt, ruim de rommel van mijn leven op, ik bestel een container waar alle rotzooi in kan, opruimen kan ik zelf.
Ik stel het nog even uit, mijn leven begint net, pluk de dag (carpe diem), maar elke dag memento mori , gedenk te sterven, de dood is nooit ver weg, dat is het leven, ze zijn gelukkig getrouwd, het leven en de dood.
No other.
Vreemd, later op de avond, in de nacht, is er niemand.
Gene Clark schreef en zong de mooiste liedjes ooit.
De warmte van een tent.
Een tent is een stuk doek met palen, het houd je droog, het biedt bescherming maar die is schijn, de stof van je woning kan op elk moment scheuren door wat dan ook, in een tent ben je kwetsbaar, gelukkig denk ik daar niet over na en slaap heerlijk in mijn slaapzak. Ook al is het koud, ik slaap in mijn onderbroek en t shirt, het is al gauw warm in de tent, een goede slaapzak, de mijne heet Marmoth, is het hele werk.
Een vreemd verschijnsel is kamperen, je verlaat het comfortabele huis om in een tent te overleven in de natuur, Bert Visscher zei, ik vind het helemaal niks, maar naar cabaretiers moet je niet luisteren, ze zeiken alles af in hun eigen belang, dat heet een voorstelling.