Zonder woorden.
Vanavond als in een droom naar huis gereden, ik was thuis voor ik er erg in had, gelukkig was het rustig op de weg, mijn gedachten waren ver weg, eigenlijk reed ik zonder er bij na te denken, leeg is het goede woord. Zo voelde ik me ook, maar nu in de stilte van het huis stroomt mijn hoofd weer vol met woorden, zinnen vormen zich vanzelf, een hele geruststelling, zonder woorden kan ik niet schrijven. Een eerste mug, neefje, zoemt om mijn hoofd, het wordt mooi weer. Morgen nog werken, dan een tijdje vrij dat wil zeggen dat ik zelf mag bepalen wat ik ga doen. Er is altijd veel te doen, eerst de tuin heb ik me voorgenomen, rommel opruimen, de groentetuin omspitten, zaaien in de kas, in potjes, ik begin altijd vol goede moed en ik zie wel hoe lang ik het volhoud. Heerlijk om in de zon te zitten lezen, met de hond te wandelen, te luieren en 's avonds bij een vuurtje zitten te mijmeren, hoor je 't zingen van het vuur, in 't geheimzinnig avonduur, het zijn de vlammen die het zeggen, wees verheugd en toon je vreugd, dat liedje komt steeds terug.
Op de weg terug naar huis.
Vanavond toen ik op weg terug naar huis ging schoot opeens de zin "laten we lief zijn voor elkaar kind" door mijn hoofd. Het is uit een gedicht van de schrijver Adriaan Roland Horst wist ik me te herinneren, niet welk gedicht, google is een uitkomst en de zin blijkt anders te zijn, "laten we zacht zijn voor elkander, kind". Hoe komt zo'n zin opeens in mijn hoofd? Vandaag moest ik op het werk een moeilijk kind, een grote jongen van 19, naar bed brengen, dat ging eigenlijk moeiteloos en ik kreeg ook nog een knuffel voordat hij ging slapen. Misschien dat zoiets een gedachte in mijn hoofd opgang brengt waar ik zelf geen stuur over heb, ik ben er wel blij mee. Ik zoek het gedicht op en lees het een paar keer.
ZWERVERSLIEFDE
Laten wij zacht zijn voor elkander, kind -
want, o de maatloze verlatenheden,
die over onze moegezworven leden
onder de sterren waaie' in de oude wind.
O, laten wij maar zacht zijn, en maar niet
het trotse hoge woord van liefde spreken,
want hoeveel harten moesten daarom breken
onder de wind in hulpeloos verdriet.
Wij zijn maar als de blaren in de wind
ritselend langs de zoom van oude wouden,
en alles is onzeker, en hoe zouden
wij weten wat alleen de wind weet, kind -
En laten wij omdat wij eenzaam zijn
nu onze hoofden bij elkander neigen,
en wijl wij same' in 't oude waaien zwijgen
binnen een laatste droom gemeenzaam zijn.
Veel liefde ging verloren in de wind,
en wat de wind wil zullen wij nooit weten;
en daarom - voor we elkander weer vergeten -
laten wij zacht zijn voor elkander, kind.
... uit Verzamelde Gedichten (1948) van Roland Holst (1888-1976) ...
Prachtig toch dat na een mooie avond op het werk opeens zo'n gedicht of de herinnering er aan in mijn hoofd komt. Wonderlijk hoe het geheugen werkt en mijn blijdschap dat er nog zoveel verstopt zit in mijn hoofd en het er op momenten dat het er toe doet naar boven komt en ik het dan ook nog weet.
Hoofse liefde.
Ik bekijk meestal elke dag de rouwadvertenties in de krant, het geboortejaar van een overledene komt soms angstwekkend dicht bij het mijne, soms zijn ze jonger, dan sla ik de pagina snel om. In de zaterdagkrant lees ik in de relatie advertenties vrouw zoekt man met belangstelling, niet om contact te zoeken, meer uit nieuwsgierigheid. Ik heb wel eens gereageerd op een advertentie om te ervaren hoe dat gaat, het blijft iets onnatuurlijks, ik doe het voorkomen of ik de prins op het witte paard ben, de ideale man (dat is ook zo, maar helaas weten weinig vrouwen dat) en door mijn mooie praatjes die ik schrijf trappen vrouwen in mijn verhaal, dan haak ik af want het wordt te serieus, het moet schijn blijven, een verhaal en geen werkelijkheid. Vandaag stond er een vrouw zoekt man advertentie in de krant van een vrouw die enerzijds behandeld wil worden volgens de regels en wetten van de zogenoemde hoofse liefde en anderszijds tegen de man op wil kijken. Begrijp je met deze tekst meteen wat voor soort man ik zoek en denk jij die man misschien wel te kunnen zijn. Reageer! met email adres. Zal ik het doen denk ik meer uit nieuwsgierigheid dan uit noodzaak, de randstad ligt ver weg en ik heb geen zin meer om ver te reizen om mijn lief te zien en andersom wil ik het haar ook niet aan doen. Hoofse liefde heeft wel iets moois, het is uit de middeleeuwen, van vroeger, jammer dat het alleen nog in contact advertenties voorkomt, toch wel bijzonder. Zal ik reageren?
Ik denk het niet, hoofse liefde is mooi op een afstand, dichtbij houd ik mijn lief liever vast.
Leven.
Leven is een ervaring waar ik niet altijd bewust bij stil sta, vaak gaat de dag saai voorbij in mijn beleving, ik ben blij als het avond is en ik eindelijk kan genieten van de geneugten des levens, muziek, een biertje, een boek, een wandeling met de hond, werken hoort er ook bij, eigenlijk is het nooit saai, maar er zijn momenten dat ik er geen stuur aan kan geven. Ik word overvallen door de demonen van zwaarmoedigheid, melancholie, die me mee sleuren naar een afgrond van moedeloosheid, een leven zonder uitzicht op de toekomst, maar niets is minder waar, dat was misschien vroeger zo, the blues, het zwelgen in mijn eigen ongeluk, nu bloei ik op door er over te schrijven, twijstried in het Grunnings, altijd die eeuwige strijd in mezelf tussen wat wel en wat niet kan, goed en kwaad. Mr Jekkyll & Mr. Hyde is me op het lijf geschreven, overdag een liefdevol persoon die 's nachts verandert in een mededogenloze weerwolf zonder scrupules, niemand weet er van of kent me terug. Ik heb met mezelf leren leven, soms lukt het, vaak niet, niemand hoeft zich zorgen te maken, morgen sta ik op zonder de demonen van de nacht, die plagen me nu nog tot ik ga slapen, door er over te schrijven wordt het donker licht.
Paul Mc Cartney.
Peter sms-te over het concert van Paul op 7 juni in de Ziggo Dome, of we gaan? We gaan en staan vooraan, wie gaan er mee? Ik draai nu de live plaat Wings over America, prachtig. Vrijdag begint de voor verkoop, once in a lifetime, hij is de helft, eigenlijk een kwart van the Beatles, daar moeten we het mee doen en de herinnering. Peter we gaan er heen.
Zon.
Als de zon schijnt word ik vrolijk, de wereld ziet er mooier uit, stralender, zo voel ik me dan ook. Sinds vorig jaar doet de zon nog meer dan alleen schijnen, elke dag dat de zon schijnt loopt mijn meter terug, bedankt jongens, Jelmer en Arjen, mijn huis wordt steeds groener, net als de tuin buiten, maar daar moet ik nog wel wat werk voor verzetten, het kost wat zweet, dat komt ook weer door de zon, ik heb het er voor over. De lampjes binnen zijn van led, dat scheelt ook weer voor de meter, ik vind het prachtig, het wordt een mooie zomer.
Afscheid.
Afscheid nemen van iemand doet pijn, maar het vooruitzicht elkaar weer te zien verlicht de pijn en maakt het gemis dragelijk. De dood is onherroepelijk, definitief, we nemen afscheid van iemand die er niet meer is, pijn wordt verdriet, soms ondragelijk. Vandaag namen we afscheid van oom Sietse, de jongste broer van mijn vader, 68 jaar, in de kerk van Pieterburen samen met heel veel familie, vrienden, bekenden en anderen. Een leven komt voorbij in herinneringen, gedachten, mooie momenten vooral, verdrietig door het verlies van een geliefd persoon. Ik kijk naar de foto die op de kist voorin de kerk staat, omringd door bloemen, een gezicht dat ik goed ken, ouder, maar zo staat hij in mijn geheugen, het was de laatste keer dat ik hem zag. Tijdens de dienst komen er ook beelden van vroeger voorbij, zijn gezicht wordt jonger, ik hoor zijn stem, hij is er nog. Moeilijk om dat los te laten. Drewes, zijn broer, houdt een zichtbaar emotionele toespraak, waarin hij zegt dat de band tussen hen pas op latere leeftijd inniger werd, een gemis goed gemaakt in de jaren daarna. Tijdens het waken bij hun vader, mijn opa, viel het verleden weg, het verschil in jaren verdween tussen broers, fijn om te horen. Marijke houdt een toespraak met mooie woorden voor haar geliefde man. Meer sprekers volgen, ik hoor het half. Samen naar het kerkhof achter de kerk, die tegenover hun huis ligt, zo dicht bij. Ik praat met mijn broers, zussen, mijn moeder van 90 is er, ooms, tantes, neven, nichten, ook bekenden van vroeger, we worden ouder, we zien het allemaal, herinneringen komen in de gesprekken over het leven van nu. Ik kijk om me heen in die prachtige kerk, zonlicht valt door de ramen, zou er een leven na de dood zijn, denk ik. Mijn oom Drewes vraagt even later wie er nog geloven in ons gezin, actief geloven bedoelt hij, naar de kerk gaan, misschien wordt het belangrijker als je ouder word, ik hoorde hem er vroeger niet zo over. Als je naar het wonder van het leven kijkt, voor mij niet te bevatten, dan zou een leven na de dood ook best mogelijk kunnen zijn, in welke vorm dan ook. Wat is een geloof anders dan een zingeving van het leven, ons leven, mijn leven of kan dat ook op een andere wijze, ik denk er nog over na, ik heb nog even tijd, Deo volente zou mijn vader zeggen.
Ik ben gelukkig.
Het is stil in huis, heerlijk om zonder muziek in mijn stoel te zitten, het bezoek was geen verzoeking (soms voel ik dat zo) maar famillieleden, die zijn altijd welkom, wanneer dan ook, de deur staat open . Ik moet even tot mezelf komen, wat een gelul denk ik, wees nou eens eerlijk, ok, ik houd niet van drukte, maar vind het wel fijn als iedereen langs komt, te horen hoe het met ze gaat, wat ze doen, hun leven, wat ze denken, kinderen en problemen in relatie's, hoe eerlijk zijn we? En als ze vragen hoe het met mij gaat. Hoe eerlijk ben ik, ik vind het fijn om voor iedereen te koken, als ze vragen hoe het met me gaat dan zeg ik goed, ondertussen denk ik ik ben alleen, het is niet erg, soms een zegen, vaak een gemis van samen. Samen is een woord, een hoedanigheid waar ik me nooit thuis bij voelde, daar heb ik veel mensen verdriet mee gedaan, heel veel verdriet, er zijn niet genoeg woorden om het goed te praten, alleen misschien een kus.
In de stilte van de eenzaamheid voel ik me gelukkig, er zijn zoveel lieve mensen om me heen die me weer op de aarde doen landen, mij het besef van de werkelijkheid terug geven, nu nog even de stilte verstoren met harde muziek, de gedachte aan de dood verstoren.
De tuinman en de dood.
Een Perzisch Edelman:
Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: Heer, Heer, een ogenblik!
Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.
Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.
Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond bereik ik Ispahaan!"-
Van middag (lang reeds was hij heen gespoed)
Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.
Waarom, zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
Hebt gij van morgen mijn knecht bedreigd?
Glimlachend antwoord hij: Geen dreiging was "t,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,
Toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan,
Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan.
P.N. van Eyck