thuismetsijtze.reismee.nl

Zuurkool.

Stamppot zuurkool met gehakt, ui, knoflook en pindasaus, verrassend lekker, eenvoudig en redelijk snel klaar, ideaal voor een doordeweekse avond als je niet te veel tijd hebt naast de gebruikelijke werkzaamheden. Het journaal is één van die bezigheden, het biedt niet veel hoop op de toekomst, alleen het weer belooft beter te worden, van het andere nieuws word ik somber en vaak overweeg ik niet meer te kijken, maar dat is dan weer struisvogelpolitiek, dat kennen we al genoeg in Nederland, wegkijken van de problemen als er om een oplossing wordt gevraagd, de kop in het zand steken. Beter weer is een heerlijk vooruitzicht, achterover in de tuinstoel met de lentezon die op mijn gezicht schijnt, wegdromen na een lange werkdag, wakker worden met een verbrand gezicht, wat is er mooier om alle problemen te vergeten.

Een dag in verwondering.

Er zijn van die dagen, waarop ik me over veel dingen verwonder, het begint gewoon met opstaan, koffie, krant, maar al snel voel ik dat het een andere dag is, het licht buiten is lichter, de wind waait koud in mijn gezicht, mijn haar zegt dat ik naar de kapper moet, ik zeg dat het wel meevalt en we lopen verder. Het regent, hagel, pijpestelen, de hond heeft er genoeg van, rent terug naar huis, de zon komt door en schijnt naar binnen op de bank waar ik ga zitten en me koester in de lentezon, ik val in slaap, niet helemaal ik doezel weg tot de hond begint te blaffen, er komt iemand langs of voorbij. Buiten gebeurt er van alles, vogels vliegen af en aan met materiaal voor hun nesten, takjes, haren van de pony, ze pikken aan de sokken die hangen te drogen op de veranda. Ik verwonder me over het leven, mijn leven, het gaat zijn dagelijkse gang, maar tegelijkertijd weet ik dat het eindig is, daar wil ik nu niet over nadenken, ik kijk naar de wolken die voorbij komen, lees in mijn boek, luister naar muziek en weet dat ik het eeuwige leven voor me heb.

What a waste of time.

The hated journey on the train,
Always been the same,
Looking out windows,
Second class and second best,
What a waste of time,
Sleep for five stops in a row,
Prepare yourself to go,
Waterloo station,
Bought a '69 Capri,
failed the M.O.T.,
What a waste of time,

The Worker, the worker,
The worker, the worker.

Always kiss the wife goodbye,
Often wonder why,
At seven in the morning ?
Think it's time for a change,
Wouldn't that be strange,
What a waste of time.

The worker, the worker,
The worker, the worker.
Songwriters: WATTS, JOHN MALCOLM

Overvloed.

De paasdagen zijn weer achter de rug, de platen met de Mattäus Passion, Jesus Christ Superstar, enz. gaan weer voor een jaar in de platenkast, het is genoeg geweest. De muziek was overweldigend, het eten overvloedig, het weer liet het wat afweten, maar storm met een lekker zonnetje tussendoor past wel bij pasen. Als ik op Goede Vrijdag door de drukke supermarkt loop, besef ik weer eens dat we het goed hebben in Nederland, ik sta er te weinig bij stil, het lijkt zo gewoon. De schappen puilen uit, de karretjes worden volgeladen, we kopen te veel, wat er over is van de maaltijd gaat in de prullenbak, ik ben geen uitzondering, ik doe er ook aan mee, het leven is goed op het platteland. Van terreur dreiging merk ik niets, de enige die protesteren zijn de hond en de pony, die soms te lang naar hun zin alleen gelaten worden, maar bij hun gaat het ook voornamelijk om eten en een goed gevulde buik. Eén van de goede voornemens voor dit jaar is opruimen, rigoureus en zonder pardon veel dingen wegdoen, maar of ik het kan? De boeken stapelen zich op, de kast is bijna vol, ik kan er niet tegen lezen, heerlijk om over een stapel boeken te struikelen, met de platen is het net zo, ik timmer kasten onder de ramen in de serre, dan kan ik weer 6 1/2 meter platen kwijt, dat zijn ongeveer 1800 Lp's, het moet niet gekker worden, die kan ik moeilijk opruimen. Ik begin op zolder en ga dan langzaam naar beneden.

Gelukkige momenten.

In de krant las ik een interview met de Wit-Russische auteur en onderzoeksjournaliste Svetlana Alexijevitsj.

Ooit wil ze een boek over de oorlog schrijven waar zelfs generaals kotsmisselijk van worden. Met 'De oorlog heeft geen vrouwengezicht', over vrouwen in het Sovjetleger tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam Svetlana Alexijevitsj al in de buurt.

'De vrouwen met wie ik sprak waren zeventien jaar toen ze naar het front gingen, ze hadden nauwelijks de tijd gehad om te zoenen'.

'In Afghanistan zag ik voor het eerst dat veel mannen van de oorlog houden. De oorlog hééft ook een aantrekkelijke kant'.

Eerlijk gezegd; gelukkige mensen bestaan niet, er bestaan alleen gelukkige momenten.

Wat zou u dan het meest tragische van de Sovjetmens noemen? Kan hij ooit werkelijk vrij worden?
'U bent een romantisch mens... Het leed van de russische mensmaakt hem niet vrij. Hij lijdt, maar hij verdient er de vrijheid niet mee. Dat is voor mij het meest onbegrijpelijke gebleven. Zo'n immens lijden, en in de naam waarvan? Als het nu in de naam van de echte vrijheid was. Maar hier draait het leven in een kring, en begint alles weer opnieuw, als tweedehands tijd. Ik denk dat vrijheid een hele lange weg is. Wij zijn nog maar net uit de kampen gekomen.

Ik denk dat vrijheid een hele lange weg is. Wij zijn nog maar net uit de kampen gekomen.


Een paar fragmenten uit het interview, voor wie geïnteresserd is:

'De mooie overwinning bleek verschrikkelijk'

Wendelmoet Boersma en Nicole Lucas − 27/03/16, 15:02
© Mark Kohn. Svetlana Alexijevitsj

Interview Dertig jaar na de eerste publicatie is 'De oorlog heeft geen vrouwengezicht' van de Wit-Russische Nobelprijswinnares Svetlana Alexijevitsj opnieuw uitgegeven. Mét eerder gecensureerde fragmenten. "De vrouwen in mijn boek praten altijd over de oorlog in termen van moord."

Ooit wil ze een boek over de oorlog schrijven waar zelfs generaals kotsmisselijk van worden. Met 'De oorlog heeft geen vrouwengezicht', over vrouwen in het Sovjetleger tijdens de Tweede Wereldoorlog, kwam Svetlana Alexijevitsj al in de buurt. Toen ze in de jaren tachtig haar manuscript aan de censor voorlegde, reageerde die geschokt. Als we dit laten publiceren, wil er nooit meer iemand vechten, was de reactie. Twee jaar lang werd de publicatie tegengehouden. Pas met de benoeming van Gorbatsjov tot leider van de Sovjet-Unie in 1985 kwam er meer ruimte. Prompt gingen er twee miljoen boeken over de toonbank.

"Ik ben opgegroeid in een militaristisch land. In mijn jeugd, zolang als ik me herinner, leerden ze ons dit: je leven offeren voor het vaderland. Ofwel, ze leerden ons te sterven. Ik groeide op in een gezin van dorpsleraren, in een huis vol boeken, vooral over de oorlog. Maar als mensen 's avonds met elkaar op een bankje zaten te praten, hoorde ik heel andere verhalen. Ik woonde in een Wit-Russisch dorpje, in een gebied waar partizanen met de bezetters een heel wrede oorlog hadden gevoerd. De Duitsers joegen dorpelingen de kerken in en staken dan de kerk in brand. Waar het in de boeken ging over een mooie oorlog, een mooie overwinning, ging het in de verhalen op straat over een verschrikkelijke overwinning.

Zodra ik mijn studie journalistiek had afgemaakt, ging ik werken bij een kleine krant, daarna een iets grotere, zo was het systeem. Ik reisde de dorpen langs voor interviews en mij interesseerden vooral de oorlogsverhalen, met name die van vrouwen."

Wat moest u doen om vrouwen zover te krijgen dat ze u hun verhaal van de oorlog vertelden?
"Niets speciaals. Alleen oprechte interesse. Daarvoor moest ik zelf wel eerst alles vergeten wat ze me op de faculteit journalistiek hadden geleerd, al die propaganda-gemeenplaatsen. En ik moest mensen helpen om zich te bevrijden van het jargon. Zeker de vrouwen. Ze begonnen altijd te praten zoals mannen dat deden over de oorlog. Zo van: het Sovjetvolk kwam en overwon, we namen een heuveltop in. Dat interesseerde me geen fluit.

Ik herinner me een vrouw, zij was zangeres en had gevochten, haar man was ook militair. We zaten aan tafel, er stonden hapjes, en ze begon met de vaste riedel over de Grote Vaderlandse Oorlog en het Sovjetvolk dat ten strijde trok. Ik luisterde en zei: u bent zo'n mooie vrouw, wat deed u nu echt in de oorlog?

Ineens zei ze: 'Weet u, zo ben ik getrouwd. De oorlog was net afgelopen, we waren in Berlijn, mijn toekomstige man was een strijdmakker en we waren ons ergens voor aan het registreren. Ineens zei hij: laten we trouwen. En ik keek om me heen en zag al dat vuil, die verbrande resten, en ik was in staat hem een klap te geven. Hoezo trouwen, schreeuwde ik, je hebt me geen bloemen gegeven, geen mooie woorden tegen me gezegd, je moet eerst een vrouw van me maken. Hij had verbrande wangen vol littekens; ik zag dat er tranen over liepen. Hij begreep het. En toen hoorde ik mezelf zeggen: Goed, we trouwen.

Meestal ging het zo. Eerst kwam ik langs voor een uurtje en kreeg ik het officiële mannelijke verhaal te horen. Daarna zat ik er een halve dag, nog eens een dag, en dan kwamen plots de menselijke verhalen. Over hoe ze trouwden, hoe bang ze waren voor de honden, dat ze niet menstrueerden, hoe verschrikkelijk ze het vonden een mannenbroek te dragen. En steeds zeiden ze erbij: dit vertel ik nu wel, maar je moet dat andere verhaal opschrijven hoor!

Na de oorlog volgde voor hen nog een oorlog. Zij kwamen terug in een samenleving waar weinig mannen over waren, en de vrouwen die waren achtergebleven, vochten met hen om de overgebleven mannen. Terwijl ín de oorlog hun opofferingen noodzakelijk waren, wilde de wereld hen daarna liever vergeten. En het ging om bijna een miljoen vrouwen! Ik vergeet nooit het verhaal van die vrouw die hoge onderscheidingen had gekregen voor haar verdiensten in de oorlog. Ze kwam thuis, haar moeder was zo blij dat ze nog leefde. Maar na twee dagen stopte die haar spulletjes in een koffer en vroeg haar te vertrekken. Je hebt nog twee zussen, zei haar moeder, en als jij blijft wil niemand die tot vrouw nemen. Maar ook de mannen die samen met hen gevochten hadden, lieten hen in de steek. 'Jij stinkt naar laarzen', kreeg een vrouw te horen, 'ik wil een vrouw die naar parfum ruikt'.

Daarvan heb ik een boek gemaakt. Van de verhalen waarvan zij zeiden: dat is niet nodig om op te schrijven.

De censor wilde dat u een ander verhaal schreef over de oorlog, de vrouwen wilden dat in eerste instantie ook. Maar u heeft zelf ook verhalen geschrapt die u pas in deze herziene uitgave van 'De oorlog heeft geen vrouwengezicht' voor het eerst hebt opgenomen. Deed u aan zelfcensuur?
"Ja. Ik was ook een kind van mijn tijd. Wij waren kinderen van de overwinnaars. Ons was geleerd de overwinning lief te hebben. En dat ontkennen was erg moeilijk, verschrikkelijk.

Ook mijn vader heeft gevochten en is zijn hele leven communist geweest. Hij is enkele jaren geleden overleden en vroeg of zijn partijkaart naast hem in de kist gelegd mocht worden. We ruzieden vaak. Het idee van het communisme was goed, zei hij, mensen hebben het idee verpest. Of ik dat ook vond? Het idee was in wezen goed, maar ons land was er niet klaar voor. Te feodaal, en wat heeft dat een bloed gekost. Maar nu zie je trekken van deze ideologie in het socialisme van Zweden, van Nederland, Frankrijk, op een hoger economisch niveau. Het is uitgedacht, een rechtvaardige verdeling van eigendom, achting voor de mens, daar zit niets slechts in.

Als ik mijn boek mocht overdoen, zou ik wel andere vragen stellen, ik zou geen onderwerp meer vrezen. Waarom geloofden ze zo in Stalin? Dat was in de perestrojkatijd nog echt taboe. Ik zou meer over het fysieke vragen, over liefde, over intimiteit. Begrijp je, de vrouwen met wie ik sprak waren zeventien, achttien jaar toen ze naar het front gingen, ze hadden nog nauwelijks de tijd gehad om te zoenen. Hen dwingen om te praten over hoe de soldaten verkrachtten, of over hoe zij verkracht waren, dat was voor mij toen onmogelijk. Maar ja, er is nu nauwelijks nog iemand in leven van die generatie."

Russische mannen en vrouwen vechten nu in Oost-Oekraïne, in Syrië. Hebben wij uw boek nodig om te begrijpen wat zich daar afspeelt?
"Voorop gesteld: ik verzamel niet louter oorlogsverschrikkingen. Ik verzamel de menselijke ziel, de menselijke kracht. Ik zou zo'n boek over oorlog willen schrijven waar zelfs generaals kotsmisselijk van worden. In Afghanistan zag ik voor het eerst zelf dat veel mannen van oorlog houden. Van de uniformen, van de wapens. De oorlog hééft ook een grootse, aantrekkelijke kant. Hoe 's nachts het geschut lichtende strepen trekt langs de donkere hemel... Maar de vrouwen in mijn boek praten altijd over de oorlog in termen van moord. Ook al vinden ze dat ze een rechtvaardige oorlog hebben gevoerd, voor het vaderland.

Ik zal nooit het verhaal vergeten van een vrouw die van haar instructeur te horen kreeg dat ze na een gevecht moest kijken of er nog iemand in leven was. Ze ging de akker op, waar het graan net aan het opkomen was en daar lagen ze, twee hele mooie jongemannen. Een Duitser en een Rus. Een vrouw zou dan nooit haar verhaal eindigen met de conclusie dat de held de vijand heeft gedood. De reactie van deze vrouw was: "Mijn god, dit is de 20ste eeuw en we vermoorden elkaar op zo'n barbaarse manier?"

En dit is ook vandaag de dag nog even actueel. In mijn ogen zijn het barbaarse ideeën die mensen doden. Dus we moeten die ideeën uitroeien, niet de mensen. Het legt gewicht in de schaal als juist vrouwen deze boodschap brengen, want een vrouw geeft ook het leven. Zij brengt het menselijke groot.

Ik ben nu bezig met twee nieuwe boeken, een over liefde en een over ouderdom en de dood. Ook de liefde heeft een heel sterke canon, de manier waarop er altijd over wordt gesproken. Zoals het hoort. Het materiaal dat ik nu verzamel, zouden sommigen onfatsoenlijk vinden, maar het gaat me erom een nieuwe kijk op liefde te bieden."

Is praten over de liefde niet gemakkelijker dan over oorlog en ellende?
"De mensen die ik nu interview praten inderdaad vrijer over de liefde dan over politiek. Alleen hebben ze er niet altijd de goede woorden voor. In liefde zit ook zoveel dierlijks, zoveel intiems dat niet te benoemen is. Het is heel moeilijk dát over te brengen, wat misschien wel het beste in je leven was."

Komt u dan nu wel gelukkige mensen tegen? In uw boeken lijkt het of er helemaal geen gelukkige mensen zijn in Rusland of Wit-Rusland.
"Wie heeft gezegd dat liefde gelukkig maakt? Eerlijk gezegd: gelukkige mensen bestaan niet, er bestaan alleen gelukkige momenten. En in die idiote (ze lacht luid) toestand belanden is heel moeilijk. Dat heeft niets te maken met of iemand een Sovjetmens is geweest of niet, al zal mijn volgende boek natuurlijk ook weer over mijn land, over het leven van mijn generatie gaan.

Zijn er Nederlanders die hun hele leven gelukkig zijn? Nee toch.

Maar wij hebben dat tragische verleden niet, waar zoveel mensen beul én slachtoffer tegelijk waren.
"Nee. Maar alleen al de gedachte dat we deze wereld ooit moeten verlaten, dat we sterfelijk zijn, maakt dat we niet voortdurend gelukkig kunnen zijn. Dat is tragisch, niet alleen voor Russen.

Ik schrijf over de sociologie van de mens, en dus over mijn land, maar ook over de mensheid als geheel. Het diepe algemeen menselijke. De Rus heeft niet het patent op het allerverschrikkelijkste, op tragiek. Als we de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog nemen, dan zijn de Nederlanders daar ook niet altijd best uitgekomen. In hun verhouding tot de Joden bijvoorbeeld. De menselijke natuur is complex."

Wat zou u dan het meest tragische van de Sovjetmens noemen? Kan hij ooit werkelijk vrij worden?
"U bent een romantisch mens... Het leed van de Russische mens maakt hem niet vrij. Hij lijdt, maar hij verdient er de vrijheid niet mee. Dat is voor mij het meest onbegrijpelijke gebleven. Zo'n immens lijden, en in naam waarvan?

Als het nu in naam van de echte vrijheid was. Maar hier draait het leven in een kring, en begint alles weer opnieuw, als tweedehands tijd. Ik denk dat vrijheid een hele lange weg is. Wij zijn nog maar net uit de kampen gekomen."

Wie is Svetlana Alexijevitsj?

De Wit-Russische auteur en onderzoeksjournaliste Svetlana Alexijevitsj (1948) schreef indringende boeken over onder meer de oorlog in Afghanistan, de ramp in Tsjernobyl en het post-Sovjettijdperk. Vorig jaar kreeg zij daarvoor de Nobelprijs voor de literatuur. Met de verschijning van haar boek 'Het einde van de rode mens' is ze ook in Nederland bij een breder publiek bekend geraakt.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw had Alexijevitsj grote moeite om haar boek over vrouwen in het Sovjetleger (dat deze week in Nederlandse vertaling is verschenen onder de titel 'De oorlog heeft geen vrouwengezicht') gepubliceerd te krijgen. Het einde van het communisme en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie maakte aan haar aanvaringen met het gezag geen definitief eind. In 2000 ontvluchtte ze het Wit-Rusland van president Loekasjenko. Ze woonde een tijdlang in West-Europa, maar keerde in 2012 toch weer terug naar Minsk.

Haar/hair.

Lang haar, kort haar, I don't give a damn Baby if your hair is short or long, zong Jimi.

Mijn vriend Jolle is vandaag jarig.

Jolle gefeliciteerd, een klein stukje uit het verslag van de reis naar de Noordkaap.

Maandag 16 juni.

Tears in my eyes,

Gistermiddag zaten we in het keukentje van de camping ons verslag te schrijven en plotseling een mooi moment, door de vraag van Joop of ik voor de reis had getwijfeld of het tussen ons nog wel goed zat. Voelt het anders dan veertig jaar geleden? Op dat ogenblik kregen we alle twee tranen in onze ogen. Met andere woorden, is onze vriendschap veranderd, verminderd? We gaan wel zes weken samen weg en iemand had hem gevraagd of dat wel zou lukken zonder al te veel problemen (of zoiets).
Ik zei, dat ik daar geen moment over nagedacht had, laat staan getwijfeld. Als ik al twijfel had over iets, dan was het de motor. Het voelt hetzelfde als toen we naar hillegom gingen op de fiets of naar frankrijk op de oude bmw. Misschien was het toen vrijer, omdat niets ons toen bond. Maar de band, de vriendschap is hetzelfde als toen, zonder zorgen samen op pad, dat kan alleen zo met joop.
En zo'n reis maken we maar een keer, dat beseffen we alle twee heel goed, dus is het zaak om van alles te genieten. Dat doen we ook, het maakt niet uit wat er gebeurd of hoe het weer is.
Gisteravond begon ik in de verzamelde gedichten van Wislawa Szymborska en het eerste gedicht dat ik las, was het volgende:

Niets tweemaal

Niets gebeurt tweemaal en niets
zal tweemaal gebeuren. Geboren
zonder kundigheden, sterven we
dus als onervaren senioren.

Ook al zijn we nog zo hardleers
op de grote school van 't leven,
geen winter, geen zomer wordt ons
nog een keertje opgegeven.

Niet een dag keert ooit terug,
twee nachten zijn nooit identiek,
geen kus is als een andere,
elke oogopslag is weer uniek.

Gisteren noemde iemand plots
in mijn bijzijn luid jouw naam
-het leek alsof een rode roos
naar binnen woei door het raam.

Nu we samen zijn vandaag,
haal ik mijn blik van je gezicht.
Een roos? Hoe ziet een roos eruit?
Is dat een bloem? Een steen wellicht?

Onzalig uur, onnodige vrees,
waarom bemoei jij je ermee?
Je bent -je moet voorbij gaan.
Je gaat voorbij-en alles is oke.

Lachend en elkaar omhelzend
verzoenen we ons met elkaar,
ook al zijn we zo verschillend
als twee druppels zuiver water.

Niets gebeurt tweemaal, ook al lijkt dat soms misschien zo,
geniet van alles de eerste keer en blijf dat doen.

naam *
bericht *
Stuur mij een e-mail bij nieuwe reacties op dit verhaal.

J.C. of Jezus?

"Veel mensen kwamen oog in oog met het lijden tot de overtuiging dat ze de 'hypothese God' (hypothese = stelling die men als waarheid aanneemt) uit hun kijk op de wereld moesten schrappen. Prima, laten we die schrappen maar wordt daarmee de mate van het lijden in de wereld minder? Of wordt daardoor slechts de kracht van de hoop minder en krijgt het kwaad zo meer kans om niet alleen in de buitenwereld te zegevieren, maar ook het menselijk hart met cynisme en wanhoop te vergiftigen?"

Tomas Halik.

Ik las deze mooiste zin in de krant van gisteren, dacht er vandaag over na of ik het begrijp na de zin vaak te hebben herlezen, een zin Johan Cruyff waardig in eenvoud en raadsel, maar als iets tot nadenken stemt moet het goed zijn. Ik kan kiezen tussen the Passion en een terugblik op het leven van Johan op televisie, ik ga lopen met de hond en denk na over de zin, de zin van het leven van een geniale voetballer en de Verlosser, wiens laatste moment wordt nagespeeld door mensen die niet geloven. Ik hoef het niet te zien, van de voetballer kan ik de mooiste momenten dromen, van de Verlosser droom ik als ik naar de Matthäus Passion luister.

Afscheid

Daar gaat-ie dan! Ik heb het nog beleefd,

geen sterveling die mij dit af kan pakken.

Hoe zette hij zijn schaduw niet te kakken,

al zat die nog zo aan hem vastgekleefd.

Hij kon zich in een elftal vertakken:

zo'n man die alles neemt en alles heeft

maar op z'n tijd ook wel een bal afgeeft

voorzien van alle denkbare gemakken.

Daar gaat-ie dan! Het grote fenomeen

daar net als ik en Rembrandt werd geboren

in Nederland - ik voel me uitverkoren.

Met Rembrant echter heb ik niets gemeen

de aanblik van de Munt en Westertoren,

maar Cruijff heb ik gezien - door merg en been.

NICO SCHEEPMAKER