Fout.
Ik heb een stukje van de bijbel quiz gekeken, de meeste antwoorden had ik goed, de verhalen werden vroeger elke dag voorgelezen, zelfs na vijftig jaar zit het er nog in. De antwoorden waren goed, maar er is iets grondig fout aan het verhaal, we werden het paradijs uit gegooid omdat we kennis wilden hebben over goed en kwaad, een verboden vrucht werd gegeten, de slang speelt een hoofdrol in het verhaal. De mens werd geschapen zonder besef van goed of fout, ze liepen rond in het paradijs, gaven de dieren een naam, de planten, alles wat ze tegen kwamen en God zag dat het goed was. Pas na de zondeval zagen ze elkaars naaktheid en bedekten ze zich met bladeren, hoe gingen ze voor die tijd met elkaar om, vrijen, passie, lust of ontdekten ze dat na de verdrijving uit het paradijs?
Vanmorgen kwamen Jehova's getuigen aan de deur, ze komen al jaren, ik lees de boekjes, sta ze te woord, nu willen ze dat ik naar een bijeenkomst ga, maar dat is een stap te ver, ik laat me niet bekeren, dat is niet nodig, het geloof zit in me, ik raak het nooit meer kwijt.
Fout in de schepping is het lijden voor de dood, misschien moeten we meemaken wat God's Zoon aan het kruis voelde , de pijn, de vernedering, verlaten door iedereen, als ik God was zou ik iedereen vredig en zonder pijn laten sterven, ook de lieve hond Remie.
Een beetje doodgaan.
Afscheid nemen is een beetje doodgaan, maar als je echt dood gaat telt een beetje niet, het is het einde, het leven stopt, wat volgt weet niemand, hemel of hel, zeg het maar. De hond slaapt in de camper zonder geluid, het is een nacht vol herinneringen aan zo veel nachten samen in de bus, een laatste nacht. De hond voelt dat ze dood gaat, ik zie het aan haar ogen, ze kijkt me aan vol verwachting alsof ik God ben en haar beter kan maken. Ik geef haar wat stukjes metworst, die ze met smaak op eet, verder eet ze niets, ze drinkt goed, plast poept niet.
Ik laat haar uit, ze trekt me voort op drie poten, net alsof ze wil laten zien dat er niets aan de hand is, ik wil nog niet dood, maar wie wil dat wel. Ik twijfel, maar het is duidelijk dat er niets meer aan te doen is, een beetje doodgaan bestaat niet, het is definitief.
Wat een lieve gestoorde hond.
Dust in the wind.
All we are is dust in the wind, een stofje, we stellen niets voor, helemaal niets. Ik nam de hond mee naar boven om naast het bed te slapen, ik heb geen oog dicht gedaan, het lieve zieke beestje lag te piepen, vroeg mijn aandacht. Vanmorgen vroeg naar beneden, het tillen doet zeer, geen goed plan om haar mee te nemen naar boven. De dierenarts belde, ze had overlegd met een collega die gespecialiseerd is in poten en heupen, de foto was duidelijk, er is niets meer aan te doen, een agressieve tumor vreet het bot weg. De hond lag vandaag rustig te slapen, een paar keer een klein stukje lopen, eten doet ze niet meer, alleen metworst, ik heb er vier gekocht, je ziet niets aan haar, zo mooi is het beestje. Ik laat haar inslapen, de pijn is niet te harden, maar ik heb nog een paar dagen nodig om afscheid te nemen. Ik weet het, het is een hond, maar ze was hier elke dag de afgelopen tien jaar, ik was er verdrietig van vandaag, dat zal nog wel even duren, daarna vervliegt de herinnering als stof in de lucht, hoe snel gaat dat? Ik wou dat ik het kon tegenhouden, maar ik ben God niet.
Genesis 3:1-24
De zondeval
-
De slang nu was listiger dan al het gedierte des velds, hetwelk de Heere God gemaakt had; en zij zeide tot de vrouw: Is het ook, dat God gezegd heeft: Gijlieden zult niet eten van allen boom dezes hofs?
-
En de vrouw zeide tot de slang: Van de vrucht der bomen dezes hofs zullen wij eten;
-
Maar van de vrucht des booms, die in het midden des hofs is, heeft God gezegd: Gij zult van die niet eten, noch die aanroeren, opdat gij niet sterft.
-
Toen zeide de slang tot de vrouw: Gijlieden zult den dood niet sterven;
-
Maar God weet, dat, ten dage als gij daarvan eet, zo zullen uw ogen geopend worden, en gij zult als God wezen, kennende het goed en het kwaad.
-
En de vrouw zag, dat die boom goed was tot spijze, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, een boom, die begeerlijk was om verstandig te maken; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook haar man met haar, en hij at.
-
Toen werden hun beider ogen geopend, en zij werden gewaar, dat zij naakt waren; en zij hechtten vijgeboombladeren samen, en maakten zich schorten.
-
En zij hoorden de stem van den Heere God, wandelende in den hof, aan den wind des daags. Toen verborg zich Adam en zijn vrouw voor het aangezicht van den Heere God, in het midden van het geboomte des hofs.
-
En de Heere God riep Adam, en zeide tot hem: Waar zijt gij?
-
En hij zeide: Ik hoorde Uw stem in den hof, en ik vreesde; want ik ben naakt; daarom verborg ik mij.
-
En Hij zeide: Wie heeft u te kennen gegeven, dat gij naakt zijt? Hebt gij van dien boom gegeten, van welken Ik u gebood, dat gij daarvan niet eten zoudt?
-
Toen zeide Adam: De vrouw, die Gij bij mij gegeven hebt, die heeft mij van dien boom gegeven, en ik heb gegeten.
-
En de Heere God zeide tot de vrouw: Wat is dit, dat gij gedaan hebt? En de vrouw zeide: De slang heeft mij bedrogen, en ik heb gegeten.
-
Toen zeide de Heere God tot die slang: Dewijl gij dit gedaan hebt, zo zijt gij vervloekt boven al het vee, en boven al het gedierte des velds! Op uw buik zult gij gaan, en stof zult gij eten, al de dagen uws levens.
-
En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen.
Veroordeling van den mens
-
Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermenigvuldigen uw smart, namelijk uwer dracht; met smart zult gij kinderen baren; en tot uw man zal uw begeerte zijn, en hij zal over u heerschappij hebben.
-
En tot Adam zeide Hij: Dewijl gij geluisterd hebt naar de stem uwer vrouw, en van dien boom gegeten, waarvan Ik u gebood, zeggende: Gij zult daarvan niet eten; zo zij het aardrijk om uwentwil vervloekt; en met smart zult gij daarvan eten al de dagen uws levens.
-
Ook zal het u doornen en distelen voortbrengen, en gij zult het kruid des velds eten.
-
In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aarde wederkeert, dewijl gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren.
-
Voorts noemde Adam den naam zijner vrouw Heva, omdat zij een moeder aller levenden is.
-
En de Heere God maakte voor Adam en zijn vrouw rokken van vellen, en toog ze hun aan.
-
Toen zeide de Heere God: Ziet, de mens is geworden als Onzer een, kennende het goed en het kwaad! Nu dan, dat hij zijn hand niet uitsteke, en neme ook van den boom des levens, en ete, en leve in eeuwigheid.
-
Zo verzond hem de Heere God uit den hof van Eden, om den aardbodem te bouwen, waaruit hij genomen was.
-
En Hij dreef den mens uit; en stelde cherubim tegen het oosten des hofs van Eden, en een vlammig lemmer eens zwaards, dat zich omkeerde, om te bewaren den weg van den boom des levens.
Nadenken en bier.
Nadenken en bier is een goede combinatie tot het bier het nadenken in de weg gaat staan dan wordt het tijd om te gaan slapen, kussens op de grond naast de hond, het rijmt, een gedicht voor de hond komt morgen, dat is vandaag.
Lieve hond.
De hond is ziek, ik vrees het ergste, ze ligt aan mijn voeten net als anders, kijkt me aan, maar verder kan ze niets meer. Ze strompelt de veranda af als ik met vriend Jolle sta te praten, niets missen net als anders, ze ruikt egels, katten, het instinct blijft, weg is de drukte, het blaffen als er mensen op het erf of bij de deur komen, ze piept als ze ons ziet, alsof het de laatste keer is denk ik. Ze voelt het, ik word er verdrietig van, denk aan alle wandelingen samen, slapen op de veranda, ze is/was altijd zo blij als ik weer thuis kwam, ze herkende iedereen met een luid gepiep, anders kan ik het niet noemen. Misschien valt het mee, maar we laten haar niet langer lijden mocht er niets aan te doen zijn, ik hoor het morgen.
Dierendag.
Morgen is het dierendag, misschien is het een goed idee (voor iedereen) om op die dag geen vlees te eten en natuurlijk een beetje extra aandacht plus iets lekkers voor je huisdier. Morgen gaat de hond weer naar de dierenarts, nu voor een foto van de linkerpoot, daarna beslist de arts wat er gaat gebeuren, opereren lijkt me het meest logische, zo kan het niet langer, je laat zo'n lief beestje niet met pijn rondlopen. Het is verbazend hoe snel een hond op drie poten kan lopen, het is wel vermoeiend zo te zien, terug van een korte wandeling is ze uitgeteld, maar pijn vreet ook energie, alleen weet de hond dat niet, ze kijkt me nog steeds niet-begrijpend aan, alsof ik er iets aan kan doen, dat verwacht ze wel.
Eten wat de pot schaft.
Kinderen vinden niet alles lekker, ouders zijn minder kieskeurig, misschien koken ze verkeerd, ze eten wat zij lekker vinden in plaats van aan de kinderen te denken. Hoe zit het met smaak, de beleving van het eten, wat vind je lekker en waarom, spruitjes hoeven niet eens geproefd te worden, dat komt nooit meer goed, maar als klein kind moet je ze toch eten, als je vijf bent moet je net zoveel spruitjes eten, wie heeft dat bedacht?
Ouders zijn wanhopig als hun kind niet wil eten, ze doen er alles aan, maar tegen geschreeuw, gekrijs elke dag hebben ze op den duur geen weerstand, ze geven het kind wat het wil; chips, cake, zoetigheid, als het kind maar stil is en tevreden, de rust keert weer in het huis, maar ze weten dat het niet goed is. Dat is nog maar de vraag, wie bepaalt wat een kind moet eten, wat goed is voor je zoon of dochter, we zijn afgedwaald van het oergevoel dat wij weten wat goed is voor onze kinderen, Dr. Spock vertelde ons wat we moesten doen en er zijn nog zoveel anderen, profeten van het gezonde leven.
Opa, we willen patat, de frituur staat buiten altijd te wachten op de kleinkinderen, ze zien het niet altijd, pasta is ook lekker, maar wat is lekkerder dan zelf gemaakte friet door opa.
De hond eet niet, drinkt wel water, door toeval at ze een lange vinger, nog één, twee, ik maak me zorgen, morgen naar de dierenarts.
Eten wat de pot schaft was van vroeger, er is niets mis mee.
Pijn.
Pijn is vervelend, lastig, soms niet te verdragen, heel naar om aan te zien. De hond heeft al weken last van haar linker achterpoot, al twee keer naar de dierenarts geweest, een spuit en pilletjes, eerst hele, nu halve tegen de pijn, maar het helpt maar even. 's Morgens krijgt ze een pilletje, die werkt niet gelijk, nog stram van een nacht liggen, probeert ze zo goed mogelijk mee te lopen op drie poten, de vierde bungelt er een beetje bij. Terug in huis drinkt ze gelijk, het eten smaakt ook niet, ik probeer het met wat lekkere hapjes, ze moet eten, ten minste een beetje. De dierenarts had gezegd dat ze te dik is, daar komt nu snel verandering in, maar niet op de manier die hij voorstelde. Het beestje ligt soms te piepen, van de pijn denk ik, het gaat me door merg en been, ze kijkt me aan met die trouwe bruine hondeogen die zeggen, doe er wat aan, maandag weer naar de dierenarts, zo kan het niet langer. Ik verheugde me altijd op de lange wandelingen door het veld samen, twee uur lopen met een hond die overal snuffelde, vooruit liep, omkeek of ik wel volgde.
Ik kan het wel relativeren met een ander verhaal, maar het is goed.