thuismetsijtze.reismee.nl

Gepraat en geschreven.

Er wordt veel gepraat en geschreven, daar wordt dan weer over gepraat en geschreven, het gaat maar door, ik word er moe van.

Even niet.

Even niet, ik ga de krant lezen en mijn boek.

Wij-wij.

Deze column kreeg ik vandaag toegestuurd.

Column: Wij-wij

Geplaatst op door Annemarie Haverkamp


Job (12) kent de woorden kut-Marokkaan, kankerlul en aandachtshoer niet. Een hoofddoek zet geen kwaad bloed bij hem. Die zal hij leuk vinden omdat je eraan kan trekken. Kroeshaar kriebelt tegen zijn hand en glad haar wil hij aaien. Job raakt mensen graag aan.

Racisme is hem vreemd, vooroordelen kent hij niet. Gaat thuis de bel, dan roept hij ‘mama open doen’. Job is nieuwsgierig en verwelkomt iedereen. Niks wij-zij. Gezellig wij-wij. Hij vindt mensen leuk en lief, tot het tegendeel bewezen is. Job zal je nooit op je verleden pakken, hooguit pakt hij je hand.

Job snapt niet wat een homo is, laat staan wat hetero betekent. Hij maakt evenmin onderscheid tussen dik, dun, rijk, arm, Tokkie of elite. Job kijkt op niemand neer – vanuit zijn rolstoel kijkt hij altijd omhoog. Aan zijn hemel staat de zon of het regent.

Job zegt sorry als hij je pijn heeft gedaan. Dankjewel als je hem helpt. En toont belangstelling door te vragen ‘hoe is het met jou’?

Kijkt hij voetbal op televisie, dan juicht hij bij ieder doelpunt, ongeacht de clubkleuren. Job is kampioen in het delen van blijdschap. Het veld op stormen zou hij niet kunnen – vanwege die rolstoel. Spelers van de tegenpartij slaan al helemaal niet; hij heeft een lage spierspanning. Het is dat krakkemikkige lijf, waardoor hij bijna niks kan.

Job moet altijd wachten. Op eten, op gezelschap, op de taxi, op een nieuwe rolstoel, op iemand die zijn luier verschoont. Toch voelt hij zich nooit tekort gedaan. Zal nimmer klagen. Wijst niet verongelijkt naar mensen die het beter hebben en is onbekend met de begrippen jaloezie, misgunnen en kwaadspreken. Liever zingt hij een liedje.

Job geeft geen anderen de schuld en wenst niemand dood op sociale media. En dan noemen we hem verstandelijk beperkt.

Elke dag lopen.

Ik loop elke dag met de honden of zij met mij, dat maakt niet uit, schoenen aan en de jas en weg zijn we, waar we heen gaan is geen verrassing, meestal het zelfde rond, maar soms nemen we een andere weg. Elke dag lopen is goed voor mijn lichaam, flink doorstappen tot we plotseling stil staan als de honden iets ruiken, een onbekende geur waarover heen geplast moet worden door allebei. Elke dag lopen is ook goed voor de oude vw camper, even een kwartiertje de motor laten draaien, terwijl ik de pony op stal zet, voorkomt dat de bus gaat knallen, hoesten, stotteren. De motor loopt prima, s winters is het koud binnen, de verwarming werkt slecht of helemaal niet, toch maar eens naar laten kijken. Niet wegdoen, zei de man die me hielp met het starten van de bus, ze worden alleen maar meer waard. Ik vind het gewoon prettig om in te rijden, geen comfort, geen luxe, het gaat niet hard, maar alles bij de hand.

Ordenen en passie.

Opruimen is ordenen staat in het woordenboek, in orde brengen, daar was ik vandaag mee bezig, overbodige dingen weggooien, wat heb ik toch veel verzameld. Het meeste staat stoffig af te wachten of het nog eens gebruikt gaat worden, als dat volgens mij niet het geval is, gaat het weg, de grijze container is al vol, ik ben net begonnen, dat belooft nog wat.

Ondertussen luister ik naar de Mattheuspassie in de Nederlandse vertaling van Jan Rot, boven verwachting mooi.

Een groen huis.

Het had een beetje gevroren vannacht, opstaan als de zon schijnt is altijd prettig, een warme douche ook, beneden was het aangenaam warm, de verwarming met een warmtepomp werkt prima, zowel beneden als boven, net als de boiler ook met een warmtepomp. Na een paar koppen koffie keek ik op de electriciteitsmeter, die liep een klein beetje terug, ondanks dat alle apparaten met een warmtepomp en de muziek aanstonden, gratis warmte en warm water door de zonnepanelen.

Prachtig zonnig weer en twee honden is een ideale combinatie om een lange wandeling te maken, langs de Haansvaart naar het Schildmeer, ik voelde de zon mijn rug verwarmen, in februari kan je al buiten zitten met een jas aan. Ik lees in de krant over het platteland, weinig bloemen, groene vlaktes zonder leven, door de ruilverkaving in de jaren 70 is alles recht getrokken, houtwallen zijn verdwenen, kommer en kwel. Ik loop langs een rechte vaart langs groene weiden, akkerland waar enorme plassen water op staan, dat zag ik nooit, zakt de grond of is het iets anders, de boeren maken geulen naar de sloot om het water af te voeren. Honderden ganzen vliegen heen en weer, maken herrie , reigers en veel zilverreigers vliegen op als ze ons zien, in de verte lopen reeën, de honden worden onrustig, twee hazen laten ons schrikken, de honden meer dan ik, ze trekken aan de riem om er achteraan te gaan. Gebrom in de verte, ik hoor de ganzen, drie enorme legerhelicopters verstoren de stilte, honderden ganzen vliegen op, wij lopen gewoon verder over de bevroren grond, die zacht wordt door de zon. Misschien is het landschap veranderd maar er blijft nog zoveel over om van te genieten, verderop zijn plassen aangelegd, kunstmatige natuur die de tijd nodig heeft om te herstellen wat de mens vernield heeft, we doen ons best, maar we zijn geen God.

Als we na tweeënhalf uur terug zijn is het nog lekker warm binnen, de meter loopt alweer terug, het verbruik is de afgelopen vier maanden met een vijfde gedaald.

Jongens bedankt voor alle goede raad en advies.

Servies.

Ik draai platen van the Peddlers, denk na over de keuken, wel of niet veranderen, ik weet het nog niet. Een mooie vitrinekast voor het servies van onze vader en moeder of het laten staan waar het altijd stond, in het dressoir van onze ouders, het was onzichtbaar en ongebruikt, alleen op zondag en feestdagen  werd het gebruikt, mijn vader waste af op die dagen.

Ik zet het servies op een zichtbare plek en ga het gebruiken, gewoon elke dag.

Ik geloof in God.

Eric Clapton was God schreven ze op een muur, beetje overdreven, Eelco was beter zei Jan.